ZiggZagg

Waarschuwing! Inflatie dreigt

17 augustus 2008 - Het is geen makkelijke tijd. Economisch gaat het de wereld niet voor de wind. Kredietcrisis, energiecrisis, klimaatverandering, toenemend geweld waar dan ook, en met de overbevolking wil het ook maar niet neerwaarts. Steeds vaker zijn de ellebogen nodig om een beetje profilering. De reclame staat inmiddels bol van de superlatieven. Na super, ultra, en mega mag het woord superlatief wel megalatief gaan heten. Het buitengewone begint gewoon te worden.
Tussen het schreeuwlelijken door vallen de sobere berichten in de reclameblokken niet meer op. Zelfs nieuwsitems willen liever een shockeffect bewerkstelligen dan onafhankelijke, objectieve berichtgeving voor te staan. Waarom willen die lui van het journaal ons toch steeds weer rampspoed aanpraten met futiliteiten terwijl de echte rampspoed zit verpakt in onopvallendheid. Tussen de overdaad aan Olympische Spelen verdwijnt zelfs een complete oorlog in Georgië achter de scoreborden, of de wereld er nu mee op zijn kop komt te staan of niet.
Het wordt steeds moeilijker de natuurlijke drang tot onderscheiden in de praktijk te brengen. Witte was werd van witter dan wit ineens ultrawit; een simpel drankje aanprijzen kan niet meer zonder extreme vormen van joligheid; de vormgeving van een nieuw model auto kan niet zonder de verbouwing van een complete stad; en ga zo maar door.
Nu ook het taalgebruik er onder gaat lijden, is een indringende winstwaarschuwing wel op zijn plaats.
Voor de taal is dat redelijk uniek (zo’n woord dat zich laat vertalen als ‘enig in zijn soort’, iets waarvan geen tweede exemplaar bestaat). In de Volkskrant dienden zich deze week de eerste tekenen van inflatie aan. Het superlatievengebruik begint nu werkelijk zorgwekkende vormen aan te nemen. De waarde van groteske woorden duikelt.
De eerste symptomen zijn gesignaleerd in een artikel over de vele huwelijken op 08-08-08 (een geluksgetallencombinatie). In groten getale verdrongen de stellen zich rond het altaar. De trouwambtenaar in Delft zei dat ondanks de vele stellen die deze datum hadden aangegrepen, voor haar ieder bruidspaar ‘uniek’ is. Voor de verslaggever was dit aanleiding onder de begeleidende foto, waarop een huwende Louis van Gaal met bruid, te schrijven: ‘Het uniekste bruidspaar’. Daarmee was hij niet door zijn superlatieven heen. Aan het eind van zijn stuk schreef hij over dit huwelijk ‘...er kon op 08-08-08 maar één Nederlander het alleruniekst zijn.’ Hoe uniek; hoe megalatief? Kent u de waarde van uw superlatieven nog? U bent gewaarschuwd.

Raak nooit uitgelezen

20 juni 2008 - Boekhandels, uitgeverijen en aanverwanten willen nog wel eens trots een welgevonden uitdrukking gebruiken om zichzelf en hun waar aan te prijzen: ‘uitgelezen’ (Uitgelezen Amersfoort [activiteiten rond literatuur in die stad], Uitgelezen boeken [reeks van Uitgeverij De buitenkant], Uitgelezen plek [Boekenhotel], Uitgeverij Uitgelezen te Almere enzovoort). In een tijd waarin de eerste besparing wordt gevonden in het niet meer uitbesteden van reclamewerkzaamheden, duikt het woord te pas en te onpas op. En ook ik maak me er schuldig aan een rubriek met gelezen berichten ‘Uitgelezen’ te noemen. Maar dat is nog tot daar aan toe.
De vondst verwijst veelal naar lezen in de betekenis van selecteren; uit een grote hoeveelheid bonen, erwten enzovoort, de beste scheiden van de rest. De boekwinkel/ uitgever/ aanverwante wil met de term ‘uitgelezen’ de kwaliteit van zijn/ haar waar aanprijzen. Die steekt met kop en schouder uit boven het gemiddelde maaiveld, zo wil de reclamemaker zeggen. En dat klopt niet altijd zomaar. Loop een gemiddelde boekhandel binnen en je ziet wat ik bedoel. Bij de ingang bots je meteen al over een tafel met snel te verkopen niemendalletjes. Wat uitgelezen!!! Een boek is toch geen boon?
Ook verwijst de term ‘uitgelezen’ naar de letterlijke betekenis van het hebben gelezen van een boek. Dat is nou net een betekenis die een boekhandel van nieuwe boeken en een uitgever zich niet kunnen permiteren. Wat nou uitgelezen!!! Als ik een uitgelezen boek wil kopen, stap ik wel naar een boekenmarkt of antiquariaat. Of zo nodig naar een bibliotheek waar boeken staan die al menigmaal zijn uitgelezen. Een winkel/ uitgever die pretendeert nieuwe waar te verkopen, dient zich verre te houden van het aanprijzen van uitgelezen waar.
De term ‘uitgelezen’ als reclameslogan voor het boekenbedrijf kan echt niet. Het doet mij meteen denken aan zo’n damesromannetje gedrukt op slecht papier, of zo’n heren cowboy- en indianenboekje met flodderomslag en een roestig nietje door de rug geramd. Heb je daarvan tot de laatste bladzij de pagina’s omgedraaid en de letters tot je genomen, dan roep je met een zucht van verlichting: ‘Ziezo, uitgelezen!’ Vervolgens werp je het boekwerkje over je schouder en kijk je er nooit meer naar om. Zo kan het voor mooie boeken niet bedoeld zijn.

De mooiste ritssluiting

27 mei 2008 - Oef, wat kost het toch veel moeite om aan de top te blijven. De kwalificaties ‘beste’, ‘mooiste’, ‘succesvolste’, om maar niet te zwijgen van ‘de allerbeste’, of kwalificaties met ‘mega’ ervoor, vliegen je dezer dagen om de oren. Tegelijkertijd is de lat waaraan alle top wordt gemeten, allang niet meer een gestandaardiseerd wetenschappelijk bewezen norm, maar veranderen de criteria met het vorderen van de tijd. Ze zijn afhankelijk geworden van de grillen van het publiek. Zelfs iets doodgewoons als een sollicitatie of een auditie voor een theaterspektakel, is aan het publieke domein toegevoegd. En het publiek oordeelt grif. Wat het ene moment nog ‘hot’ is, is het volgende moment volledig ‘passé’. Hoe kan een mens nog de publieke norm voldoen zonder alles van zichzelf op te geven? En Den Haag doet graag een duit in het zakje door iedere burger aan te zetten tot prestaties, hard werken en overschreeuwen.
Omdat iedereen de beste/grootste/succesvolste is in zichzelf, kun je vraagtekens zetten bij het nut van al deze prestatiedwang en ranglijstenmanie, te meer omdat het hier meestal gaat om onderscheiding op grond van prestaties die jaloersmakend lijken te zijn omdat ze algemeen als wenselijke kwaliteit worden gezien waar andere kwaliteiten in de prullenbak verdwijnen: knapste kop, best verkochte boek, meest gedraaide cd, kampioensworst, gewiekste zakenman, topcrimineel, vijfsterrenkok, rijkste Nederlander, lekkerste friet, beste haring en sterkste man, langste benen (vrouw met de...), langste lul (man met de...). Ooit gezien dat een belangrijke onderscheiding is gegaan naar de handigste bijstandsmoeder, die een aardig bedrag van haar bijstand weet te sparen, drie oude buurmannen dagelijks van soep voorziet, haar zieke moeder in een stad verderop om de dag onder de douche zet, de vloer van de kleedkamers van de voetbalclub van zoonlief schrobt, de tutuutjes voor haar drie bevallige dochters naait, koffie schenkt in het buurthuis, asielzoekers de Nederlandse taal aanleert, haar ex opvoedt en de kerels van zich afhoudt, die hun poten bij haar onder tafel en in haar bed willen steken en ondertussen met de bakfiets via de budgetwinkel haar kinderen van school haalt? In die schoenen wil je toch niet staan?
We willen ons blijven meten maar we tolereren geen enkel vlekje. Onvolkomenheden vallen niet in het romantische beeld waaraan is te spiegelen. Natuurlijk accepteren we wel de gehandicaptensporter met een jaloersmakende prestatie die we zelf zouden willen realiseren maar niet kunnen. Daarom wagen zelfs valide personen zich aan de kunst van het rolstoelhardlopen. Als ze zich maar kunnen meten. De gehandicapte die een sport beoefent die amper de moeite van het noemen waard is, zal zich niet kunnen verheugen op een plekje op welke ranglijst dan ook en al helemaal geen ontzag opwekken bij het grote publiek. Mikado voor vingerlozen blijft een huiskamerevenement dat enige vingeroefening vereist maar nooit zal scoren.
Graag houd ik me afzijdig van de gekte, hoewel ik ook ergens in uitblink. Het zoeken is naar een ranglijst die bij mij past. Ik heb een ritssluiting in mijn buik. Een prachtige onvolkomenheid die best gezien mag worden. Dus naveltruitjes uit de kast en aan de gang. Mijn ritssluiting is niet te meten met die van anderen. Hij is te opzichtig vergroeid, daarom te mooi, te sierlijk en trekt een streep door de rekening van elke ranglijst. Ik zou er met weinig moeite de wedstrijd voor de mooiste onvolkomenheid mee winnen. Maar ’k heb er geen zin in. Ik kan niet goed tegen die jaloerse blikken. Vandaar. De politiek is een beter middel om zonder afgunst winst te boeken. Ik ga dus voor een nieuwe partij: Trots op Ritssluitingen. Pas maar op: het krioelt in Den Haag binnenkort van de torren. Voor een toptor gaat de wereld open: vandaag komt er nog een ritssluitinkje bij.

Van boekenpolonaise en boekenlied

10 mei 2008 - ‘Er zijn in Nederland meer dichters dan er lezers van dichtbundels zijn,’ spiegelde enige tijd geleden een kenner mij voor. En inderdaad, de dichters overspoelen onze contreien. Alle werken zij even serieus aan hun opgang in dichtersland. Er wordt wat afgezwoegd en afgeploeterd. Onstuitbaar overspoelt die lyrische golf stad en land. De kostbare parels en koralen gaan vergezeld van de nodige guppen en krabben. De sedimenten tezamen vormen een grote, onoverzichtelijke brij.
Boekhandels klagen al jaren steen en been dat het meeste wat hun geboden wordt kwalitatief weinig meer om het lijf heeft dan een eendagsvlieg die haar vleugels al voor de geboorte is kwijtgespeeld aan een orgeldraaier met liefdesverdriet. Om te janken. Toch is de boekhandel verheugd. Het heeft de koper behaagd de winkels te blijven bezoeken en boeken te kopen; vele malen meer dan een mens kan lezen. En dat gebeurde ook: meer boeken verkocht, minder gelezen.
Er is geen tijd meer om te lezen. Dit jaar zelfs minder dan ooit. Amsterdam Wereldboekenstad belooft ons een zomer die in het teken van de boeken staat. De stad zindert van activiteit, zo sterk, dat zelfs de meest verstokte lezer niet meer toekomt aan wat je met een boek eigenlijk behoort te doen: stil zitten, rust zoeken en lezen. Wie deze keuze nog wel wil maken, zal raar staat te kijken als er nog ergens een plekje te vinden is waar alleen de rust nog zindert. Negen van de tien keer loopt er toevallig net een boekenpolonaise onder het raam voorbij of schalt het nationale boekenlied van de hoogste toren.
Groot voordeel bij al deze bruis en borrel is, dat al die dichters het ploeteren en zwoegen dit jaar wel eens even zouden kunnen afzweren om zich in borrel en bruis te kunnen begeven en zich laten overspoelen door die bikkels van de commercie. De ware dichter laat zich niet afleiden. Zij brengen meer glans aan de zeldzame sedimenten.

Culinaire hoogstandjes

Juist was dichtertje monter op weg gegaan of hij raakte verstrikt in de wirwar van wegmeubilair en ander terrasongerief. Stoeltjes in de schaduw, dienertjes en dienstertjes die struikelen over hun schortjes, koude kopjes koffie en onleesbare menukaartjes. Dichtertje verlangde naar een bruin boterhammetje met kaas maar vond alleen verleiding. Ergerlijk was het dat hij werd toegelachen door vochtige slablaadjes die sensueel ontvouwen hun bedje opensloegen voor verwenvlees is allerlei vormpjes. De mooiste woordjes die eraan gegeven waren, inspireerden hem allerminst.

Dichtertje kauwde op zijn pen.

27 april 2008 - Baguette met rundercarpaccio spekjes, Italiaanse kaas en uitjes; baguette met salade van surimicrab, uitje en cocktailsaus; provencette met gebakken champignons en gegratineerd met kaas; salade van ganzenborst met parels van peer, walnoten, gemengde salade en een appel-gemberdressing; broodje van pompoenpitten met abrikozen belegd met gerookte kipfilet, notensla, pijnboompitten en ananaschutney; focaccia met San Daniëlle ham, cherrytomaat, mozzarella en rucola; frittata van courgette, rode ui, provolone en rucola; ciabatta met humus, gegrilde paprika, aubergine en pijnboompitten; en op zijn simpelst: boerentosti met jonge kaas, salami, tomaat, champignons en oregano (bruinbrood).
De wanhoop sloeg toe. Zou hij ooit nog in staat zijn aan de straat een eenvoudig broodjes kaas te bestellen? Dichtertje besloot naar de randje van het land te gaan om uit te vissen of er nog ergens een verborgen uithoekje was waar zijn gewone trek kon worden bevredigd. Hij wandelde de straatjes van de stad door, verloor zijn pennetje bij een schreeuwend bordje vol superlatieven en ruccola- en eikenbladsla, stapte wat duintjes over en vond aan het einde van een lang boulevardje dan toch eindelijk bij Henks Patatkraam een bevredigend antwoord: ‘belegde broodjes’. ‘Gelukkig, ze zijn er nog.’ Zijn opschrijfboekje had het dichtertje ook allang verloren. Dat was niet erg. Dit kon hij nog wel onthouden.

Geen kunst

19 april 2008 - Hoe de politiek zich suf praat over waar het met de kunst naartoe moet. Hoe de presentaties in de musea de jeugd, de allochtone, de arme sloeber, de thuisvrouw, de palingvisser en ander ongerief naar hun gebouwen moeten lokken. Hoe de kunstenaar zich manager moet voelen. Het is te bespeuren op een tentoonstelling als Thuis in de Gouden eeuw, waar de Kunsthal zijn best heeft gedaan er een marktkraam vol snoepgoed van te maken waar je tussen de lolly’s en de spekkies de veterdrop niet meer kunt vinden. Ook het Kröller Müller museum maakte de kijker in 2006 met bijzondere verlichting beroerd. Bij de expositie De kunstpaus H.P. Bremmer was geen schilderij meer goed te bekijken, want theatereffecten – lampje aan, lampje uit – scheen belangrijker. Teleurstellend voor de bezoeker die nogal wat geld hiervoor neertelt.
Nee, dan die arme kunstenaars die graag een sprankje licht op hun werk willen laten vallen omdat ze ook nog af en toe een tubetje verf willen kopen en een plakje kaas op hun brood willen. Het moeten de marketeers van de toekomst worden die schreeuwen om aandacht, aandacht, aandacht...
Hobbyschilder Jeffrey Cools ging met plakkertjes en schilderij naar het Van Abbemuseum om daar zijn werk alvast aan het publiek prijs te geven. Aandacht, aandacht, aandacht... Na een kwartier was het werk gespot door een opmerkzame museummedewerker, die het meteen van de wand af haalde. Cools kreeg wat hij wilde: de pers over zich heen, want die wat vooraf ingelicht. Met zijn stunt wilde hij de ‘musea eens om een andere, positievere reden dan bijvoorbeeld diefstal in het nieuws (...) brengen’. Zijn inspanningen worden nu beloond. Het schilderijtje van Cools mag voor een paar weken op een mooie plek in het Van Abbemuseum hangen.

Voorbarig

31 maart 2008- Wat zijn wij Nederlanders toch een voorbarig volkje geworden. Aangevoerd door onze daadkrachtige (oorlogstaal?) minister-president trekken wij ten strijde voor het behoud van alles wat norm en waard is en ook voor alles wat buiten de norm valt (omdat wij ook dat hoog in ons vaandel hebben staan). Manhaftig voorbarig worden wij (om het behoud van onze vrijheid van meningsuiting en onze vrijheid in het algemeen), vastgelegd, gecontroleerd en bespioneerd. En tegelijkertijd hebben wij ons stevig laten gijzelen in het gijzelingsdrama dat Fitna heet.
Voorbarig kwamen de onheilsprofeten ons bezweren dat het afgelopen was met ons. En nu het dan afgelopen is met ons, blijkt dat meer met een sisser te zijn, dan met de zelfmoordbom die ons was voorspeld. Al die voorbarigheid heeft ons wel menig uurtje van onze nachtrust gekost, want we wilden er niets van missen, van al dat vuurwerk.
Nu dan eindelijk het Woord via film tot ons is gekomen, kunnen we eindelijk een woordje meespreken. Persoonlijk werd ik er erg misselijk van. Niet zozeer van de beelden als wel van het beoogde effect dat de beelden op ons moesten hebben. Maar ach, van een staaltje rechtgeaarde propaganda is onze MP JP ook niet vies.
Persoonlijk begin ik een beetje moe te worden van al die voorbarigheid, waarmee jan en alleman, de pers incluis, over elkaar heen buitelen om de eerste te zijn met een mening over iets waarover nog amper iets te melden is of waarover de achtergrondinformatie bij de sprekers ontbreekt. Het lijkt meer te maken te hebben met sensatiezucht dan met vrije nieuwsgaring.
De ultieme vorm van voorbarigheid trof ik begin vorige week, toen de winter eindelijk met sneeuw en hagel op dreef begon te raken. De gezamenlijke weersverwachters konden het niet nalaten alvast zomerse temperatuurwaarden af te geven voor de komende tijd. Inmiddels heeft het weerbeeld de vooruitzichten achterhaald. Schromelijk overdreven was het allemaal wel. De temperatuur blijft steken op een graad of 11, wolken hangen voor de zon en straks gaat het weer regenen.

De essentie

23 maart 2008 - Schrijven is schrappen. Een open deur, dat wel. Ik schrap me rot. Niet alleen de aardappeltjes moeten eraan geloven, ook mijn boodschappenlijstje is meestal een lange lijst van doorhalingen. Zelfs huis-, tuin- en keukenzaken worden bij mij tot de essentie teruggebracht. Weinig woorden, korte regels en een boel witruimte bij wijze van passe-partout.
Zo knippen en snoeien de tuinmannen door het gemeentelijk groen, want er moet meer wit komen. Meer overlaten aan de kijker; zoals een kunstenaar zijn werk de ruimte geeft uit te groeien tot een nog meer lagige constitutie zodat de beschouwer er nieuwe betekenis aan kan geven. In de perken komt het wel goed. De paardebloemen groeien er tegen de klippen op en de braamstruiken die overal hun loten heen sturen, zijn pure poëzie.
Dan beland je op een goede dag op de boekenafdeling van een groot warenhuis. Je weet dat er een plankje poëzie staat. Niet veel, maar toch! Heeft het warenhuis besloten zich boven het volk te verheffen door de kunst van het weglaten van toepassing te verklaren op de schappen. Schappen kun je ook schrappen. En lichtpuntje in deze wereld: als het waar is wat ik zie, niet zie, wat jij niet… dan pleegt dit grootwinkelbedrijf pure poëzie. Van genot straal ik de roltrappen af, een regel van Anton Korteweg in het hoofd: ‘Het is/ iets waar je geen woorden voor hebt/ tragisch (zonder meer)/ misschien nog maar het beste zo.’

Omtrent Hugo

23 maart 2008 - De ongekroonde koning van België, kanshebber voor de Nobelprijs van de literatuur, de Vlaamse reus, de Leeuw van Vlaanderen. Zomaar enkele kwalificaties die schrijver, dichter, schilder et cetera Hugo Claus na zijn overlijden nog maar weer eens ten deel vielen. Hij werd in de berichtgeving vergeleken met de onlangs overleden Nederlandse reus Jan Wolkers.
Het werk van beiden is van grote betekenis geweest.
Hun overlijden lijkt het einde te markeren van een periode waarin we de benepenheid van een strak georganiseerde samenleving hadden afgelegd. Tegenwoordig moeten we onze normen en waarden oppoetsen en mogen we ons weer burgerzinnelijk laten controleren en delegeren: ga maar lekker slapen; wij waken over u, zolang u zich maar gedraagt zoals wij graag zien dat u zich gedraagt. Niet te veel seks, niet te veel drugs en niet te veel rock-’n-roll.
Net als bij het overlijden van Wolkers (wie had niet zijn Wolkers-momenten) zullen ook de Claus-momenten loskomen. Mijn Claus-moment is er een van verbijstering. Die Vlaamse reus, die Leeuw van Vlaanderen, die kanshebber voor de Nobelprijs voor de Literatuur, die ongekroonde koning van België zal op mijn Claus-moment zeker liever achter zijn schrijftafel hebben gezeten.
Het was een dag laat in oktober, dat ik in een warenhuis de boekenafdeling wilde afstruinen voor een cadeau, toen ik achter een tafel midden op de vloer Hugo Claus ontdekte. Hij zat daar, en dat was het. Voor zich had hij een stapeltje boeken, ernaast las een pen. Om de tafel was het leeg, spookachtig leeg. Was er een brandmelder afgegaan? Was de winkel nog niet geopend? Hij moest toch al minstens een uurtje of anderhalf zo hebben doorgebracht.
Hier moesten maatregelen worden genomen, en wel meteen. Bij Jan Wolkers was dit zeker niet gebeurd. Daar zouden de fans in een rij tot buiten de winkelpoorten geduldig hebben staan wachten tot ze aan de beurt waren voor een felbegeerde handtekening.
Ik schaamde mij voor mijn land en zijn lezers. De ongekroonde koning van België, kanshebber voor de Nobelprijs van de literatuur, de Vlaamse reus, de Leeuw van Vlaanderen laat je toch niet voor spek en bonen achter een tafel plaatsnemen? Tja, dan kun je niet anders doen dan een impulsaankoop, het kassakoopje, het snoepje van we week: een boek van Claus, inclusief een lief aandenken aan de eenzaamheid van een gevierd schrijver.

De dingen gaan voorbij

14 maart 2008 - Het startschot voor de Boekenweek had nog niet eens geklonken of het thema – Van oude menschen... De derde leeftijd en de letteren – zat al in mijn kop gehamerd. Media namen al geruime tijd allerlei schoten voor de boeg en brachten lezend Nederland alvast bij dat onbezonnen evengoed bij oud hoort als bij jong. En onbezonnen zijn wij tot de laatste het licht uitdoet. Ondertussen blies een familielid de laatste adem uit en bleek de rode kater ook niet meer op te lappen. (‘Het was toch geen lapjeskat,’ zou je snedig kunnen denken.)
Zo rond het sterfbed gegroepeerd blijkt spreken over verval ook steeds weer spreken over herstel en blijft de dood onaangeroerd tot de man met de zeis ineens dan toch zijn mes heeft geslepen. Er komen herinneringen boven, er zijn tassen te vullen met fotowerk, oude briefjes en opnieuw herinnering. En als de onmacht – het toch moeten loslaten – ineens daar is, treedt onverbiddelijk het schuldgevoel naar voren. Hadden we maar…, konden we maar…, is er genoeg…
Het drama wordt verzacht als al die oude mensen, die vanuit de herinnering ineens weer levend opduiken, wat vers geheugen voor je voeten afwerpen, terwijl de cake ergens tussen kunstgebit en verhemelte verwijlt. Dan blijkt dat er ouderen zijn die er nog wel degelijk voor kiezen traditioneel oud te worden, en zich ingraven op een enkele kamer waar weinig licht binnenvalt.
Maar u bent gewaarschuwd. Het thema van Boekenweek 2008 is een aanleiding om de ouderen mét geld, die in de vrije economie nauwelijks meer aan het woord worden gelaten, als nieuwe doelgroep aan te boren. Binnenkort laten ze van zich horen, de oupies (old urban professionals). Ter voorkoming van problemen wil de samenleving ze alvast van hun hangplek beroven.
En over sterven doen wij er nog even het zwijgen toe.

Jubileum

23 februari 2008 - Dichtertje stond door zijn venstertje naar buiten te staren. Het zonnetje scheerde over de daken en raakte via de ruit nog net zijn gezicht. Hij bedacht wat hij kon doen om een jubileumgedichtje te maken voor het melkmannetje dat al vijftig jaar op de hoek van zijn straatje resideerde. Hij had gehoord dat ’s lands grootste kruidenier van plan was uit te pakken met een smurfenstel, omdat die vijftig jaar gesmurft hebben. Daar kon het melkventertje nu niet meer mee aankomen.
‘Tegenwoordig is er iedere dag wel ergens een jubileumpje te vinden. Elk gelegenheidje is aanleiding,’ dacht het dichtertje. ‘Als zelfs de 75 duizendste drenkeling bij de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij al reden is voor een feestje, ben ik bang dat mijn buurtmelkboertje in de overtreffende trap moet om nog een beetje boven dit feestgedruis uit te komen.’ Een jubileumgedichtje dus. Zeer modern.
Dichtertje zocht zijn zakken af naar een pennetje en een notitieblokje maar kon zijn materiaal weer eens niet vinden. Niet dat hij zijn gedachten nu uit voorzorg wilde noteren. Hij liet liever een windje door zijn haar waaien, hoewel hij er vandaag niet aan moest denken de straat op te gaan. Vooral de laatste dagen werd je er verpletterd door grote, boze gedachten over de boertjes die in de politiek en ver daar buiten worden gelaten. Het idee dat een razende reporter achter zijn broek aan zou gaan zitten maakte dat dichtertje liever nog even tegen de kachel kroop en thuis doorfilosofeerde over mijlpaaltjes en ander gesnor.
Een kopje koffie zou hem smaken. Daarom wandelde dichtertje zijn keukentje in en draaide de waterkraan een stukje open. Daar drupte plots een blauw ventje in zijn gootsteentje neer. ‘Bent u soms een jubileumdrenkeling?’ vroeg dichtertje. Hij keek even verschrikt om zich heen.
‘Welnee,’ kwam het antwoordje, ‘Ik controleer even of ik er nog doorheen kan!’