Jan Bracculus

De reductie

Verschillende mensen hadden het al zien aankomen. De wankelende vrouw die zij in de straten van Tiroek waren tegengekomen, en die soms urenlang op de stoep bleef staan, vlak vóór de flarden van een appartementsgebouw, lag nu op de grond.

Boven haar hadden ontelbare gloeiende ogen al genoeg gezien. Zij wisten al miljarden jaren wat dit betekende. Ze wisten dat dit een andere aarde was dan de wezens die erop leefden dachten. Eén van hen was zich al aan het opwarmen. Een ontwakende winterzon maakte zich klaar om alle andere ogen te openen. Opnieuw.

Nu zijn wij niet onmiddellijk geneigd te geloven wat we zien. Dat doen zelfs de dieren niet. Wij tasten eerst af, voorzichtig, alsof het gaat om een levensbedreigende situatie. We passen op.

Toch krijgen we soms het gevoel dat we ergens veilig zijn. Al was het maar heel even, ooit nemen we wel eens de tijd om rustig naar iemand te kijken.
Moeten wij daarbij nadenken?
Wie weet!
Moeten wij daar zelfs bij stilstaan?
Wie doet dat nooit?
Gezien het nog steeds niet verboden is om mensen die op een bepaald moment in ons blikveld opduiken eens van ons oordeel te voorzien, moeten we dus misschien nog snel van de gelegenheid profiteren. Voor henzelf is dat in elk geval niet onaangenaam. Tenslotte zijn wij maar gewone mensen, en die horen niet alles wat iedereen denkt.
Niemand van de nachtelijke wandelaars had zich echter de vraag gesteld waarom deze vrouw daar lag, en hoe. Dat was iets waar anderen wel op zouden letten.

Er was geen tijd, geen geld. Absolute chaos beheerste de wereld. Orde hield haar woord en zin. De secondewijzer veranderde voortdurend in liefde, maar de Homo Sapiëns zag het niet meer. Mens zijn was een luxe geworden.

Er stond iemand te kijken, binnen, in een open raam op de derde verdieping, op ongeveer dezelfde hoogte als de vrouw op straat, een gevoelige en ongevoelige plek. Het menselijke verscheen, voor iets, iemand, meer.

Hij moest meer weten.

De heer Bindo draaide zich om en stapte langzaam naar zijn bureau. Zijn studeerkamer was in één opzicht tamelijk vol, in een ander nog nooit zo vol. Er hing een schilderij aan de muur. Een bijzettafeltje. In een uitgespaard stuk zuurstof leunde een drie meter hoge spiegel nonchalant tegen de zijmuur.

Ideaal gelegen, zijn studeerruimte. Een zeer breed raam in vier delen, allen konden open. De hele muur, het huis en alles wat er in stond waren relikwieën uit een uitzonderlijk ver verleden. We schreven het jaar 683827233451967569135. Nog slechts maar enkele van de ontelbare perspectieven van tijd en plaats die in de onderscheiden eeuwen van de menselijke geschiedenis zorgvuldig waren opgebouwd flitsten met ontzaglijke snelheid heen en weer. Alle referentiekaders explodeerden. Antiek groeide en verdween weer, en eender welk woord was het teken geworden van hoop, nadat de vernietigende analyse van de taal het contextuele nihilisme voorgoed had uitgeschakeld. Het ging hier bijgevolg om unieke stukken. Onbetaalbaar. Tenminste naar huidige maatstaven, want nu werd er niets meer betaald. Het geld was afgeschaft, hoe kon het ook anders. Alle woorden waren van onschatbare waarde geworden.

Hij ging zitten op zijn bureaustoel, en draaide zich half om. Nadenkend.
Zijn hand bewoog…
Hij aarzelde.

Man 3 die op dit ogenblik achter hem in één van de twee fauteuils zat bewoog niet. Hij had net geen drie uur geslapen. Zijn roerloze houding verborg echter een brein dat op dit moment onder hoogspanning werkte. In een razendsnel tempo, nu al voor de tweede keer die ochtend, begon hij in gedachten de tekst op te zeggen die hij Bindo ging meedelen:

U stelde mij vorige week een aantal pertinente vragen over de absolute fundamenten van de liefde. Die vragen waren even uitzonderlijk als belangrijk, daar ben ik nu volledig van overtuigd. Ik heb dan ook een aantal antwoorden geformuleerd die naar ik hoop het gewicht van uw kwesties tenminste benaderen. Vooral uw tegenwerpingen betreffende mijn opvatting over de ware aard van gezondheid en geluk hebben mij daarbij geïnspireerd.

Bindo zat op zijn stoel dromerig voor zich uit te kijken. Zijn positie ten opzichte van de man was eerder afgewend, maar niets wees op enig verband. Het licht in de kamer was ondertussen sterker geworden. Het oogstrelend gekleurde, drie centimeter dikke tapijt waarop beiden zaten spreidde zich meters onder hun voeten uit, en gaf het geheel een haast politieke indruk.

Gezondheid is nog veel complexer en moeilijker te begrijpen dan wij al dachten. We wisten al dat het debat over de oorzaken van ziekten automatisch een lawine van meningsverschillen in gang zet. Is dat precies omdat zij zo ingewikkeld zijn? Of is het ook omdat onze verklaringen, zowel door de aard van onze taal als deze van onze intenties, dikwijls dubbelzinnig, meervoudig in betekenis en pluriform in interpretatie zijn? Ik meen dat ons inzicht in ziekten kan verbeteren als wij aannemen dat er nog veel meer onbekende, nieuwe oorzaken zijn, meer dan wij vandaag aannemen. Een nieuwe manier van zoeken is noodzakelijk. Zo fixeren wij ons om te beginnen al minder op diegenen die wij ‘bekend’ noemen - want dat zijn ze nooit -, en verliezen wij bij deze ‘bekenden’ minder tijd aan het doorzoeken van fascinerende semantische of ontologische labyrinten. Daar lopen wij immers slechts vast op dode woorden. Want hoewel onze linguïstische en filosofische doolhoven ongetwijfeld nog duizend schatten verbergen - daar waren wij het toen al over eens -, kan de tijd om ze te ontdekken het ontdekken van duizend nieuwe oorzaken die nu en vlak voor onze ogen schitteren onmogelijk maken. Zelfs het onderzoeken van de structuur van die labyrinten zoals u toen tegenwierp - bijvoorbeeld om met één klap hun muren neer te halen -, kost een tijd die wij misschien niet langer hebben. Zo bewijzen in elk geval wereldwijd de honderden miljoenen mensen die vandaag het HIV-virus in zich dragen, en weldra zullen sterven. Bovendien is theoretische deconstructie nog iets anders dan de praktijk. Als het om verandering gaat is het daar dat alles meestal zelfs nog trager gaat. Ook bij de liefde.
Voor de historische negatie van deze nieuwe oorzaken kunnen wij in elk geval begrip opbrengen. Wij deden en doen dit ongetwijfeld nog uit beveiligde gewoonte. Traditie en behoud zijn sterk, en niet altijd slecht. In dit geval zijn wij gewoon onszelf te beveiligen tegen de nieuwe overbelasting van onze hersenen. Want wij hebben nog heel wat anders aan ons hoofd dan denken aan onze eigen gezondheid, laat staan aan die van zo veel andere mensen. Gezonde, ontspannende gemakzucht in stressvolle levensomstandigheden is pure overlevingsstrategie.

Een vage vertwijfeling verscheen op zijn gelaat.
Even later werd zijn gezicht weer ernstig.

Een beperkte opvatting over 'ziek zijn' zoals ‘gezond eten, voldoende beweging en voldoende slaap’ dienen wij dus te verwerpen, dat is evident. Zelfs kinderen zijn tot meer in staat. Ook een complexe opvatting kan echter nog te beperkt zijn. Dat bewijst onze dagelijkse realiteit. Beschouwen we zelfs nog maar een relatief kleine groep mensen, dan zijn er minuut na minuut en seconde na seconde honderden gelijktijdige details, gedachten en gevoelens. Die zijn chaotisch verstrengeld, collectief gegrond. Niets kan ze van elkaar scheiden. Het zijn zichtbare, hoorbare, voelbare en denkbare details, fracties van details en mogelijke fracties, van onszelf en van anderen, waarop zowel wij als anderen reageren. Zij maken ons onmiddellijk gelukkig of ongelukkig. Dat betekent dat zij ons ook onmiddellijk gezond maken, of ziek. Wij dienen dus het idee van een louter individuele gezondheid te verlaten. Elke seconde van de dag kiezen velen voor die details, of niet. Ze opteren voor de juiste, of de verkeerde. Voor de schadelijke, de bevorderlijke. Bewust, onbewust. Hen die geen keuzevrijheid hebben ontbreekt ook de keuze tussen gezondheid of ziekte, die door anderen kan gewijzigd worden, of juist niet. Elke seconde van elke dag kunnen anderen echter zelf kiezen of zij gezond of ziek blijven, dan wel worden. Toch laten velen die keuze voor wat zij is. Als wij kiezen is elk moment een keuze tussen teveel of te weinig, of het zou dat misschien kunnen, moeten zijn, of niet. Teveel praten, te weinig praten. Teveel wandelen, te weinig wandelen. Teveel rusten, denken, zingen, te weinig. Die keuze is soms gemakkelijk, en soms moeilijk. Ethisch, of onethisch. De wet respecterend, of onwettig. Soms afhankelijk, soms niet, van grasvelden, landschappen en horizonten van factoren, één elfde afhankelijk. Soms is zij onbewust, soms bewust, omwille van een onmeetbare hoeveelheid, diversiteit en intensiteit van redenen. Soms is zij zeer aangenaam, zeer zeldzaam, zeer vervelend of gewoon. En soms is zij verscheurend, veel verscheurend.

Heeft elke keuze zijn gevolgen? Kleine gevolgen, grote gevolgen. Drastische gevolgen, slepende gevolgen. Verborgen gevolgen, verblindende gevolgen.
Verder zijn er duizenden oude en nieuwe manieren om positief of negatief met deze keuzen en gevolgen om te gaan of te leren omgaan. Vele goede of slechte manieren zijn nog onbekend. De meeste mensen zijn ons onbekend. Onze vermoeidheid speelt daarbij een grotere rol dan wij beseffen.
Bekend zijn echter de dingen. Onder hen bevinden zich praktische zaken die fout lopen, eenvoudige of minder eenvoudige, zoals bijvoorbeeld een schoenveter die breekt, een bad dat overloopt, een wasmachine die plots niet meer werkt, een computer die het opgeeft, een gerecht dat aanbrandt op het vuur. Verder een kelder die onderliep, een hele straat, dorp of staat die overstroomde, een explosie van een zelfmoordaanslag, of een economische crisis. Er zijn de afstotelijke dingen of gruwelijke gebeurtenissen die wij zien of niet willen zien, horen, ruiken of zelf meemaken in de dagelijkse realiteit, in de media, in films of op het internet. Oorlog, geweld, verdriet en honger. Zelfverminking en dood.
En er zijn de wonderen en de schoonheid. De paradijselijke pracht van de natuur, de ontroerende hulp aan mensen in nood, de adembenemende vormen en kleuren van een kunstwerk. De wonderlijke schaterlach van een kind, de betoverende klanken van muziek, en de onbeschrijflijke liefdesscènes tussen twee mensen.
Onbekend zijn dan weer, tenminste voor velen, de ontelbare geheimen die wij voor onszelf houden, proberen te houden of niet houden, van anderen en voor anderen, of van onszelf. Verstikkende geheimen, verwarrende geheimen. Motiverende ook, en verheugende. Er zijn de frustraties en arrestaties van het geluk, van het zijn of van de pijn. Dat zijn de gevolgen van die geheimen.

De vrouw op de stoep bewoog.
Even verder was het voetpad opgebroken. Werken.

De rol van onze herinneringen wordt dikwijls onderschat. Onze plotse, pijnlijke herinneringen aan personen en gebeurtenissen uit het verleden, die al dan niet associatief zijn ontstaan. Een overledene waaraan wij terugdenken, een echtscheiding, een mislukt project, een definitieve breuk in een vriendschap. Een hoog oplopende ruzie, een vernedering, een faillissement.
Een onbeantwoorde liefde.
Een onmogelijke liefde.
Een liefde die eindigt.

Er zijn de herinneringen aan gelukzalige gebeurtenissen.
De eerste kus.
Een overwinning in een sportwedstrijd, een succes, of het weerzien van een vermiste of dood gewaande persoon. Een teruggekeerd huisdier, een opgesloten, een herstelde vriendschapsband, of gewoon een teruggevonden gebruiksvoorwerp zoals een sleutel of een bril. Wij kennen de twijfels en de gemengde gevoelens die wij hierover kunnen hebben, of vermijden. Wij kennen de frustraties van dingen die we graag veranderd hadden gezien doch maar niet schijnen te veranderen, op het werk, in het gezin, in het eigen leven of in de wereld, en het geluk als zij plots toch veranderen. De harde, valse en kwetsende woorden van anderen, uitgesproken, gefluisterd of geschreeuwd, en diezelfde woorden van onszelf waar we achteraf bittere spijt van krijgen. De eerlijke en oprechte woorden van spijt, waarheid en medegevoel, even hard of zacht. Iedereen heeft schuldgevoelens en wraakgevoelens gericht tegen zichzelf of tegen anderen, als reactie op onze eigen woorden en daden, of als reactie op die van anderen. De pijnlijke woorden en verhalen van anderen die wij lezen of zelf schrijven, of die anderen over onszelf schrijven. In vreemde talen ook, in alle talen. Brieven en boeken, rapporten, verslagen, e-mails en sms-berichten bevatten ze. De nieuwe woorden, de gemengde, de onbegrijpelijke, de veranderende, of zij die vervelend overkomen. De schitterende, de hartverwarmende en de magische woorden. De inspirerende. Nooit kunnen we genoeg het belang van onze tolken daarbij benadrukken.
Er zijn de scenario's die onwillekeurig in ons hoofd opduiken. Grote en kleine, belangrijke en belachelijke, absurde en ware. De gevechten die wij tegen deze scenario's voeren, de verliezen, overwinningen. Onze gevoelens vormen de achtergrond van deze innerlijke toneelspelen, en al onze andere achtergronden. Hun diversiteit is grenzeloos, net zoals hun effect.

Onze plaatsvervangende gevoelens worden vergeten. Onze plaatsvervangende schaamte, schuld, stress, geluk. Zij zijn, worden, vormen of vernietigen ons geweten, bouwen het op, splitsen het, of negeren het. Op het slagveld van ons geweten worden legers van emoties in stelling gebracht. Wij voeren de strijd, het ik is dat wat lijdt.

Wij weten dat er elke dag miljoenen dromen aan scherven worden geslagen, en dat miljoenen anderen realiteit worden. Wij weten dat er moeders zijn die over hun dode zonen dromen, en ’s morgens wakker worden, badend in hun tranen. Wij kennen de politieke leiders die verantwoordelijk zijn. Wij kennen de stemmende en instemmende burgers die verantwoordelijk zijn. We weten dat onze vrijheid samenhangt met onze gezondheid. De vrijheid van spreken, van handelen, van zijn. De mindervalide getuigen, de horende doven, de ziende blinden, de sprekende doofstommen. Wij vergeten de vrijheid van onze verbeelding, die in godsdiensten zo aan banden wordt gelegd.

Man 4.

Er zijn de daden die wij verrichten, weigeren te verrichten, half doen of niet doen, gestuurd door ons geweten of niet. De werkloosheid en zinloosheid, het zwartwerk en het blauwwerk, het zinloze werk. De dagelijkse handelingen, schadelijk voor onszelf of anderen, bevorderlijk ; beiden tegelijk op verschillende vlakken, ook. De knuffels. De veranderende daden, de onbestemde. De misdaden, wandaden en weldaden. Zij vloeien als een natuurlijk gevolg voort uit onze persoonlijke meningen, overtuigingen, doelstellingen en beslissingen, en zij doen dat ook niet. Het zijn individuele en de collectieve daden, en beiden of beiden. Zij hebben kleine, grote of zeer grote impact op onszelf, onze familie, buren, vrienden en kennissen. De diversiteit en schaal van die impact betreft vervolgens bedrijven, groeperingen, dorpen, steden en provincies. Landstreken, naties, werelddelen, de wereld. Planeten van ons zonnestelsel, melkwegstelsels, universi. De oneindigheid. Alles hangt samen. Het zijn onze politieke overwegingen, economische vooronderstellingen, ‘intuïtieve’ overtuigingen. Meningen over energie. Hulpeloze pogingen om God met olie te reanimeren zijn gedoemd te sterven in een zwart hart.
Opvattingen en misvattingen over het milieu, wij weigeren ze toe te voegen. Sociale abstracties, artistieke inzichten, medische dwalingen. Ideologische vergissingen, revolutionaire psychotherapeutische en rechterlijke inzichten. Veranderlijke wetjes, regeltjes en decreetjes. Diploma’s en getuigschriften. Het diploma van het leven wordt elke dag ongeldig verklaard. Demografische doelstellingen, militaire overmoed, culturele vooroordelen. Wetenschappelijke, financiële, pedagogische overtuigingen. Niet-wetenschappelijke remmingen, technische ingrepen, kunstgrepen en misvattingen. Wiskundige vergelijkingen. Honderden soorten, duizenden specialismen, tienduizenden nuances en zes en een half miljard evoluerende interpretaties. Omnidisciplinair. Omnicultureel. Omnidimensioneel.
Teveel om op te noemen ?
Zij lijken teveel om op te noemen. Dat is de fout die wij altijd hebben gemaakt. Zij moeten opgenoemd worden, omdat niemand kan geschrapt worden. Niets kan geschrapt worden. Wij willen het niet horen en wij willen het niet zien, maar elke dag dringt het zich sterker aan ons op : des te complexer men denkt, des te dichter men bij de waarheid komt. Het eenvoudige leidt tot vervelende herhaling.

Twee westerse vrouwen en een meisje van ongeveer vijf die op straat voorbij wandelden aarzelden. Ze kwamen dichterbij. Toen ze de intens zwarte stip vlak boven de vrouw zagen schrokken ze hevig, en haastten zich verder. Het meisje trok aan de arm van de eerste en vroeg : “Waarom ligt die mevrouw daar zo mama ?”

“Kom,” zei mama, “vlug.”

Er is de eigen lichamelijke en psychische pijn of het welbehagen, niet slechts de schijnbaar spontaan opwellende, inwendige of uitwendige pijn, maar ook deze veroorzaakt door onze onhandigheid of handigheid en vaardigheid, door onze onoplettendheid, onze scherpe concentratie of door deze van anderen, waardoor wij vallen, rechtstaan of blijven rechtstaan, onszelf stoten of iets of iemand ontwijken. Wanneer er voorwerpen op, tegen of naast ons vallen, waardoor ongevallen gebeuren, of wij ze voorkomen. Of bijna. Er zijn de dingen, de dieren, de planten en de mensen die wij willen, teveel willen of te weinig, en de zaken of levende wezens die wij daarvoor terecht of ten onrechte opofferen omdat wij ze niet kennen. Of kennen. Er is de spilzucht en de heerszucht, de hebzucht en de vraatzucht. Er zijn de fraude, de corruptie, de seksschandalen, de mensenhandel. Er zijn de duizenden bronnen, kanalen en vormen van ambivalente, tegenstrijdige of twijfelachtige informatie, die via de ondoorgrondelijke wegen van de interpretatie even zo veel tegenstrijdige of twijfelachtige gevoelens en verschrikkelijke dilemma's veroorzaken en oproepen, en die ons gek maken, of juist gelukkig. En ten slotte, en niet in het minst : er is onze mogelijkheid tot leren en veranderen, of onze schimmige keuze niet te leren en te verstarren.

Overschouwen wij dit reusachtige zichtbare, hoorbare en voelbare geheel, en tellen wij de dagen en dingen op tot jaren en bergen van zichtbare, hoorbare en voelbare pijn, twijfel en geluk, dan is het simplistische fabeltje van de microscopische, onzichtbare, onhoorbare en onvoelbare bacteriën, virussen en genen als enige oorzaak van de meeste ziekten hiermee meteen van de tafel geveegd. Dan kunnen wij al deze oorzaken, ook de microscopische, verbinden en zin geven met één woord : reductie.
Dat alles soms teveel wordt en sommigen onder ons afhaken is dus in dit opzicht volkomen normaal. Hoe groot zou echter onze domheid zijn als wij, levend en ademend in deze zichtbare, hoorbare en voelbare wereld, dat sprookje als onaantastbare waarheid blijven verkopen ? Hoe groot zou onze misdaad, ons bedrog, en opnieuw, onze spilzucht zijn, als wij nog langer miljarden spenderen aan de ontwikkeling van medicijnen, zonder ons te bekommeren om de rest ?
Artsen die oprecht en onophoudelijk zoeken naar het waarheid achter het lijden van hun patiënten, vinden haar soms slechts na tientallen jaren. Hun patiënten vormen een onverbrekelijk geheel met hun buitengewoon complexe, verziekende omgeving. Zij weten dat medicijnen soms ook wantoestanden in stand houden omdat ziekte op dat moment niet meer hoeft te leiden tot een fundamentele verandering in destructief gedrag. Hitler was het beste voorbeeld.

Mijn beste vriend,
was dit nog maar het begin van de onverbrekelijke samenhang tussen de liefde, gezondheid en geluk ?

De vrouwen waren ‘een regeringsgebouw’ binnengestapt. De ene zei :

Ach, mannen redeneren nog altijd als een elektronenmicroscoop als het om onze problemen gaat. Ze voelen niets. Hun visie blijft even groot als die van een baby. De onze bevat tenminste al verziekende familiestructuren en arbeidsstructuren – het leiden en volgen van anderen in plaats van zichzelf bijvoorbeeld –, de alles verslindende politieke, sociale en religieuze structuren van hun democratische en ondemocratische samenlevingen – macht is onmacht –, en de alles vernietigende wereldeconomie die slechts één waanidee najaagt : het moordende geld. Jij als arts doet dag na dag verschrikkelijk je best de onvoorstelbare verwoestingen die mensen in hun lichaam en geest aanrichten te herstellen, doch jij staat voor een overmacht. Alle anderen laten jou in de steek. Ook wij laten je in de steek. Men noemt die anderen ‘de gezonden’, maar ze zijn krankzinnig.

De andere vrouw dacht :

Wij zijn slechts onwetenden op weg naar het weten, net zoals jij. Als wij breder denken en voelen is onze persoonlijke verantwoordelijkheid voor de gezondheid en het geluk van elk mens in onze directe omgeving, elke persoon in ons land en elke levende mens in de wereld vernietigend. Hoe verpletterend wordt dan onze eigen dagelijkse verantwoordelijkheid voor alle dieren en alle planten in die wereld, en voor onszelf ? Hoeveel dienen wij dan nog te leren over het oneindige aantal oorzaken van alle ziekten die ieder van ons omringen en soms onszelf treffen ? Hoe voorzichtig en matig dienen wij ons dan niet op te stellen ?
Wij moeten het begrip gezondheid uit de crematoria voor proefdieren halen, en terug in de realiteit plaatsen. Daar hoort het thuis.

De ogen van 3 begonnen te glanzen.
De heer Bindo had niets gemerkt. Hij had zijn conclusies getrokken :

Dit is een reductie.
Ik ben een reductie, jij bent een reductie, wij.
Al het overige.
Ook de liefde.
En het is de inherente eigenschap van herleidingen dat zij nooit lang duren. In verhouding tot de grootste, de kleinste, niet. Want zij verlaten snel ons bewustzijn. Tenminste diegenen die ik, jij, wij, met datgene wat wij taal, ta, al noemen, gewoonlijk gebruiken, sonoriseren, verbeelden of ervaren. De stille leegte tussen de woorden is even fundamenteel. De niet-taal kan u persoonlijk definiëren. Collectief. Niet. Zo begrijpt iedereen precies wat wij bedoelen.
Vergeet bovendien niet : reductie is een reductie van reductie. Men dient dus ook het omgekeerde te doen. Toevoegen.
Bedenk tenslotte dat elke reductie een toevoeging is, en elke toevoeging een reductie.
Zo weet u wat u te doen staat, en wat niet.
Want dan leeft alles en iedereen voor altijd samen.

De vrouw stond op.
Een microscopisch klein punt van het oneindige geheel werd langzaam zichtbaar.