Francisca Bongaerts-Verdonk

Galante jongeman

Bij de bushalte in Utrecht zagen de bankjes er beregend uit. De kleine overkappingen konden blijkbaar onvoldoende bescherming tegen neerslag bieden. Het was kil maar het zag er niet naar uit dat de bus snel zou vertrekken. ‘Buiten dienst’ stond er op bus 124. De chauffeur zou nog even op zich laten wachten, want de vertrektijd stond gepland op zo’n slordige tien minuten later.

Op een van de bankjes, precies in het midden, zat een licht gekleurde jongeman met zwart haar die sommigen gemakshalve als Mocro gekarakteriseerd zouden hebben. In zijn linker oor zat een oorbel in de vorm van een steen die enige gelijkenis vertoonde met een diamant.

De jongeman zag dat mijn grote tas zwaar was en concludeerde dat ik vast graag zou willen zitten. Ook bemerkte hij mijn twijfel bij het zien van al dat water op de bankjes. Hij nodigde me uit om op zijn plaats te gaan zitten, want daar was het intussen droog. Enigszins onder de indruk van deze verrassende gang van zaken zei ik dat hij voor mij niet in de nattigheid hoefde te gaan zitten, maar meteen schoof hij naar rechts op, de daad bij het woord voegend, waardoor hij zelf op een kletsnat deel van de bank terechtkwam. Hij gebaarde vriendelijk en zei dat het zo prima was, dat voor hem het vocht geen probleem was en ik kon dus niet langer meer aarzelen en ging vervolgens zitten op de door hem vrijgemaakte droge plaats. Ik vertelde hem glimlachend dat dit een nogal ongebruikelijke gang van zaken was en dat ik behoorlijk onder de indruk was van zijn voorkomendheid en vriendelijkheid.

Na enige tijd verscheen de buschauffeur. Deze man leek in opperbeste stemming. In zijn linker oor had hij op het eerste gezicht de helft van onze kerstboomversieringen gehangen. Het spul maakte woeste bewegingen toen hij aan kwam stappen. Hij had er duidelijk zin in en werd van onze kant hartelijk begroet. Wij waren blij met ons naderend vertrek. Het was kil buiten.

De jongeman en ik stonden op om ons naar de ingang van de bus te begeven. En weer verraste hij me door zijn galante optreden: hij maakte het ‘après vous-gebaar’ met een sierlijkheid die op het balletpodium niet zou hebben misstaan.

‘Wat een goed begin van deze dag’, zei ik lachend tegen hem en stapte opgewekt als eerste in. Deze dag kon niet meer stuk.