o

Ellen Zandink

Hij en ik

Minutenlang staat hij zwijgend in de deuropening.
Zijn ogen branden sporen over mijn lijf. Aandachtig onderzoekend keurt hij elk detail. Het voelt als een test, mijn hart bonkt in mijn keel.
‘Hoi,’ doorbreekt hij de stilte. ‘Hier ben ik dan.’
Deze jongen, mijn zoon, heeft het zwaar. Ik steek mijn hand naar hem uit maar hij wijkt een paar centimeter naar achteren.
Oké, nu nog niet. Geef hem tijd, hij is er nu tenminste.
Hij moet me opnieuw leren kennen, we hebben elkaar lang niet gezien.
‘Kom binnen jongen, fijn dat je er bent. De koffie is klaar.’
Ik loop hem voor naar de woonkamer en hij gaat zitten.
Nieuwsgierig kijkt hij om zich heen. Met zijn armen aan weerszijden gestrekt over de bankleuning neemt hij wijdbeens de stoere-mannen-houding aan. Toch trilt zijn hand een beetje als ik hem de koffiemok aangeef.
‘Gezellig heb je het hier.’
‘Dank je. ‘t Was wel veel werk om alles te schilderen, maar nu is het helemaal naar mijn smaak.’
Het warmgeel op de muren en de steenrode gordijnen maken het zonnig in huis en dat kon ik in de periode na de scheiding goed gebruiken.
Als twee vreemden tijdens een blind-date zitten we schutterig tegenover elkaar. Ik kan mijn ogen niet goed van hem afhouden, ik heb hem zo gemist. Hij mij ook, zijn steelse blikken verraden het. Als mijn blik de zijne kruist, kijkt hij snel weer van me weg.
‘Hoe is het thuis?’
‘Goed, je moet de groeten hebben.’
‘Dus ze weten dat je hier bent?’
‘Ja, ze vonden het een goed plan. Wel vreemd, maar toch ook weer niet.’
Ik zet de koffie voor me neer en pak een sigaret. Tussen de damesbladen op tafel zoek ik naar de aansteker. Hij vist zijn goudkleurige Zippo uit zijn broekzak en geeft me een vuurtje. Ik blaas de rook uit, sla mijn benen over elkaar en glimlach naar hem. Hij bloost een beetje.
‘Dus je rookt nog wel, gelukkig,’ zegt hij terwijl hij zelf een shaggie draait.
‘Ja, de volgende operatie laat nog even op zich wachten. Maar ik moet wel stoppen van de dokter.’
‘Ja, wie niet,’ grijnst hij, diep inhalerend. Hij wil het niet horen. Zijn pakje Javaanse
jongens verdwijnt weer in zijn borstzak.
‘Hoe is het met Suzan?’ vraag ik, om het niet te ongemakkelijk te laten worden. Met zijn vriendin kon ik het altijd goed vinden.
‘Goed, maar ze wou niet mee. Dit is iets tussen jullie, zei ze.’
‘Ja, daar heeft ze wel een beetje gelijk in. In eerste instantie dan. Misschien wil ze een andere keer mee, komen jullie eten ofzo. Ik kan lekker koken hoor. Wil je nog
koffie?’
Ik sta op en ga naar de keuken om de bekers bij te vullen. Hij heeft het moeilijk, ik voel het. Het is ook ingewikkeld. Het gevoel iemand kwijt te zijn. Maar ik ben er nog steeds.
Als ik terugkom uit de keuken met de dampende mokken in mijn hand, staat hij bij het dressoir.
Tussen de foto’s van hem en zijn moeder in gelukkiger tijden valt zijn blik op een oude zwartwit foto van een kind op een schommel. Hij pakt hem er tussenuit.
‘Ben jij dit?’ vraagt hij, terwijl ik de mokken op het tafeltje zet.
‘Ja, toen ik een jaar of zes was.’
Nauwkeurig bestudeert hij de foto.
‘Dus toen had je het al.’
‘Ik hàd het niet, ik wàs het.’
‘Je lijkt op me,’ hij pakt een jeugdfoto van zichzelf erbij. ‘Maar ik lijk niet op jou.’
Hij zet de foto’s terug en kijkt me aan.
De stoere jongen, ik zie tranen in zijn ogen.
‘Misschien niet qua uiterlijk, nee. Maar dat je hier nu bent, zegt toch heel wat over je karakter.’
Voorzichtig leg ik mijn hand op zijn arm. Hij verstijft niet meer.
‘Ik moest maar gaan.’ Hij verbijt zich, echte mannen huilen niet.
‘Ik vind het fijn dat je bent gekomen. Je bent altijd welkom hoor.’ Hij knikt.
Bij de deur draait hij zich om.
‘Gelukkig,’ zegt hij zacht, ‘ik zie toch nog een heleboel Pa in je.’
‘De liefde die ik voor jou voel is ook niet veranderd,’ ik kijk mijn zoon recht in zijn ogen.
‘Ik heet nu wel Patricia, maar als je het afkort blijft het gewoon Pa.’

(winnares proza NLP 2006)

 



Redactie

Dick van Zijderveld (hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Naomi Montroos
Jakob Rosenbaum
Suzanne Ruhof
Chloé van Uum

Redactiemedewerkers

Thierry Deleu
Thierry Langeweg

Jos van Liempdt
Pepijn Uljé

 

Redactie

redactie@opspraak.net
www.opspraak.net

insturen kopij: klik hier

ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein