o

Eleonora Reijn

Cirkel

Geluid? Nee, het was toch geen geluid geweest dat haar had wakker gemaakt. Ze opende haar ogen en keek op het klokje. De verlichte cijfertjes gaven 03.18 uur aan. Wat toevallig, bedacht ze verwonderd. Twee dagen eerder had ze voor het eerst sinds mensenheugenis haar persoonlijke papieren geordend. Zomaar. Ze had er opeens behoefte aan gehad. Haar geboortebewijs had ze heel lang in haar handen gehad. Ze was 71 jaar geleden geboren op 23 april 1929 om 03.18 uur precies. Vandaag was haar verjaardag. Op deze leeftijd niet echt een reden om er al midden in de nacht wakker van te worden. Ze fronste eventjes toen ze nadacht. Het was heel lang geleden dat ze midden in de nacht was wakker geworden. Misschien al wel meer dan 20 jaar. Toen ze eind veertig was. Ja, toen was ze heel vaak 's nachts wakker geworden. Ze was er op zeker moment gewoon aan gewend geraakt. Haar leven toen. Ze glimlachte en ging zachtjes, om Berend niet te storen, verliggen. Hoe druk en vol was het geweest. De kinderen al het huis uit en toch ook nog niet helemaal. Het bedrijf van Berend, de grote fusie, de lange zakenreizen, waarop ze vaak Berend vergezelde. Bijna overal ter wereld was ze daardoor geweest. Ja, in die tijd werd ze heel vaak wakker. Ze lag dan ook zo stil als nu, bedacht ze.

Maar nu, vannacht kon ze voor haar wakker zijn geen verklaring vinden. Juist de laatste weken was ze wat meer moe geweest, wat afwezig ook soms. Ze had wel gemerkt dat Berend haar af en toe gadesloeg, als hij dacht dat ze dat niet merkte. Ze had dan geglimlacht en in het voorbijgaan hem over zijn hoofd gestreeld. Ach, hoe dierbaar was hun band, hoe innig was het geworden tussen hen. Toch had ze vroeger vaak getwijfeld of hun huwelijk voldoende sterk was om het leven, met alle onvoorspelbaarheden die het toen nog in zich borg, het hoofd te bieden. Er waren verleidingen geweest, oh zeker. Maar ook zorgen. Erg veel zorgen zelfs, een bepaalde periode in hun leven. Maar dat was voorbij, achter hen, de pijn versleten, de weg weer vrij. Hun leven had zich hernomen, hun band zich verinnigd. Het was goed geweest, heel goed.

Ze keek even opzij naar Berend. Hij sliep vast. Zoals altijd, 43 huwelijksjaren lang. Evenwichtig, in wezen zorgeloos. Nooit had ze hem meegemaakt tobbend over zaken die nog niet aan de orde waren. Hij leefde bij de dag, maar altijd intens en vol aandacht voor hetgeen aan zijn zorg was toevertrouwd. Daarbij steeds realistisch en met een enorme dadendrang. Vertederd strekte ze haar hand naar hem uit. Heel zachtjes streelde ze even zijn linker pyjamamouw.

De meisjes waren alle vier gisteren al gekomen, met hun mannen. De twee kleinzonen sliepen in de oude speelkamer, hier vlak naast hun slaapkamer. Ze waren gekomen om haar verjaardag te vieren. Ze had die dag altijd aangegrepen om alle kinderen om zich heen te verzamelen. Ze verheugde zich er steeds op, zij het dat ze er volgens Berend deze keer minder naar toegeleefd had dan andere jaren. Misschien had hij wel gelijk, ze voelde zich ook anders, ze kon het niet goed verklaren.

Plotseling richtte ze haar hoofd een klein beetje op en keek naar het voeteneinde van het bed. Vreemd, het leek eventjes of daar iets was. Natuurlijk kon dat helemaal niet, er was niemand in hun slaapkamer behalve zij beiden, maar toch. Ze lag heel stil en, zonder dat ze er enige invloed op kon uitoefenen, werd haar blik strak naar het voeteneinde van het bed getrokken. Ze zuchtte en strekte zich wat uit. Een grote loomheid kwam over haar, ze voelde haar armen en benen niet meer, haar ademhaling was nauwelijks nog merkbaar. Een nooit eerder ondervonden sensatie maakte zich langzaam van haar meester. Ze voelde zich vreemd licht en blij en zonder dat ze het zich echt bewust was, begon haar gezicht te stralen.

Daar waren ze. Papa en mama. Ze stonden aan het voeteneind van haar bed, onbeweeglijk, elkaars handen hielden ze vast en hun vrije arm was naar haar uitgestrekt. Haar leven lang had ze geweten dat ze hen zou terugzien. Ze stonden daar en lachten naar haar, precies als toen, toen ze zeven jaar was en zij op reis waren gegaan. Hun vliegtuig was niet aangekomen en zoekacties hoog in de Andes hadden nooit iets opgeleverd.
Elwina. Ze hoorde hun stemmen, maar ze zag hen niet praten. Het was helemaal niet vreemd, ze voelde geen angst, ze knikte. Lieve, lieve papa en mama. Haar ouders kwamen nu nog dichter op haar toe, zonder dat ze hen hoorde lopen. Ze bogen zich over haar heen. Ze lachten nog steeds naar haar en openden wijd hun armen. Ze glimlachte naar hen en strekte haar handen uit.

De dag brak aan, langzaam nam het vroege ochtendlicht bezit van de kamer. Het was nog stil in het huis en buiten in de laan. De rustige, evenwichtige ademhaling van Berend was het enige geluid dat in de kamer te horen was.

 



Redactie

Dick van Zijderveld (hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Naomi Montroos
Jakob Rosenbaum
Suzanne Ruhof
Chloé van Uum

Redactiemedewerkers

Thierry Deleu
Thierry Langeweg

Jos van Liempdt
Pepijn Uljé

 

Redactie

redactie@opspraak.net
www.opspraak.net

insturen kopij: klik hier

ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein