Arjen van Meijgaard
Vlam
Marilou komt aan het einde van de gang
de hoek om. Ik druk snel op het knopje, dan kan ik met haar in de lift naar beneden.
Het is nu of nooit. Ik moet haar vragen voor het galafeest. De deuren gaan open
als ze bij de lift aankomt. Ik laat haar voorgaan.
‘Dank je,’ zegt ze.
Ze rommelt in haar tasje en haalt er een lipstick uit. Met een trage en secure
beweging stift ze haar lippen felrood in de spiegel die de hele achterkant van
de lift in beslag neemt. Ze maakt een grote O met haar mond. Via de spiegel glimlacht
ze naar me, kijkt ze mij met haar donkere ogen aan. Net als vanmiddag in de kantine.
Ik had haar een vork gegeven toen we samen bij de bestekbak stonden.
Schokkerig gaat de lift naar beneden, vijf
etages lang kan ik van haar genieten voor het weekend ons beneden gewoontegetrouw
zal scheiden. Ik kijk van mijn schoenen naar haar in de spiegel naar het plafond.
Ik ben verliefd geworden tijdens het bedrijfsuitje drie maanden geleden. Op de
terugweg was ze even op de lege stoel naast me komen zitten om beter met iemand
op de bank voor mij te kunnen praten. Toen ze na een paar minuten weer opstond,
had ze me gevraagd of ik een leuke dag had gehad. Plotseling remde de bus en viel
ze half voorover. Mijn schouder als steun gebruikend hield ze zich nog net in
evenwicht. Blozend had ze zich verontschuldigd en was ze teruggegaan naar haar
plek.
Met een schok komt te lift tot stilstand. Marilou
wankelt en zoekt steun tegen de wand van de lift. In een reflex druk ik vlug op
alle knopjes, maar er gebeurt niets.
‘Toch niet weer, hè. Dat is verdomme al de tweede keer deze week.’ Ze
pakt resoluut haar mobieltje.
‘Met Marilou, de lift is weer eens blijven hangen….ja…oké…dat
moet dan maar.’ Ze hangt op.
‘De monteur komt zo,’ zegt ze.
‘Mooi,’ zeg ik, haar aankijkend.
Ik denk aan de brief van het bestuur. Over
een maand is het galafeest ter gelegenheid van het vijfenzeventigjarig bestaan
van de krant. In de brief werd gevraagd of we ons met een collega wilden aanmelden.
Om de saamhorigheid te bevorderen en om in ieder geval een danspartner te hebben.
‘Hebben wij elkaar niet gesproken tijdens het uitje, laatst?’
vraagt ze, terwijl ze me wat langer aankijkt.
‘Ja, inderdaad,’ antwoord ik. ‘We maakten toen bijna een botsing.’
‘Och ja. Het is ook iedere keer wat, als wij elkaar ontmoeten,’
zegt ze lachend.
‘Binnenkort is er weer een uitje. Het galafeest,’ zeg ik.
‘Ik heb zoiets gelezen. Je moet je geloof ik met een collega aanmelden, toch?’ Ze
kijkt weer naar zichzelf en met haar wijsvinger strijkt ze over haar wenkbrauwen. ‘Jij
bent een man, jij moet iemand vragen. Weet je al wie?’ vraagt ze via de spiegel.
‘Ja.’ Het klinkt minder aarzelend dan ik wil.
‘Is ze knap? Of is het geen ze?’ Ze lacht lief.
‘Eh, nee, ja, nee, het is wel een ze.’
‘Mag ik raden?’ Ze kijkt me nu rechtstreeks aan. ‘Is het Sonja?’
Ik schud mijn hoofd.
‘Nee, inderdaad, die is iets te oud voor jou. Angela dan?’
‘Nee, ook niet,’ zeg ik.
‘Te bijdehand, ik begrijp het.’ Ze denkt na. ‘Elisa van de redactie
buitenland?’
‘Niet helemaal mijn type,’ antwoord ik zacht.
Ze zoekt naar nog meer namen van vrouwelijke collega’s. ‘Erica misschien,
die lijkt me wel wat voor jou.’
‘Nee, niet echt,’ zeg ik.
Op dat moment komt de lift geluidloos weer
in beweging. Hij gaat nu sneller dan ervoor zo lijkt het.
‘Gelukkig,’ zucht ze.
‘Ja, gelukkig’ zeg ik.
We komen aan op de begane grond en de deuren gaan open.
‘Nou, als je vlam niet kan, kun je altijd mij nog vragen,’
zegt ze, terwijl ze haar jas
dichtknoopt en naar buiten loopt. ‘Fijn weekend.’
Waarom niet?
Oeioeioei, zomaar dertig euro in het handje.
Zag ik het goed? Drie biljetten van tien onder het glas door, en hij steekt ze
zo in z’n zak. Als alles eens zo makkelijk ging, zou het leven meer kleur
hebben. Deed ze het expres?
Hij, vlot ribjasje, jong kind aan z’n broek, spreekt zachte woorden, een
grapje. Zij lacht en bloost.
Ik zag het, hij gaf twintig, zij deed of het vijftig was. Deed ze vast vaker,
die suikerspin van de bios. Zou ze haar eigen zak ook spekken? En haar baas, mijn
eventuele toekomstige baas? Achter de schermen, weet van niks of ook corrupt,
met grotere bedragen.
Als ik daar eenmaal zit, kunnen Willem en Harry makkelijk voor niks naar Lord
of the Rings, ik af en toe wat extra zakgeld. Beter dan vakken vullen. Daar wílde
ik niet eens wat meenemen. Saai, altijd vroeg op. En nu, een baantje en geen controle
op de kassa. Wat een vooruitzicht.
Ho, ho, eerst aangenomen worden. Tuurlijk, maar met zo’n brief:
‘enthousiast, eerlijk, flexibel en betrouwbaar,’ en ze hebben iemand
nodig. Per direct. Het briefje hangt er nog.
Die gladjakker en suikerspin kletsen maar door. Kind jengelt aan z’n hoofd,
wil naar binnen, film begint zo. Hoeveel uur zou je daar achter elkaar moeten
zitten? Iedereen kan je wel zien. Ach, voor wat extra geld heb ik best iets over.
Zou ’t echt niet per ongeluk gegaan zijn? Nee, kan niet. Ging te soepel.
Trouwens, maakt het uit, expres of niet expres, komt op hetzelfde neer: extra
centen. Wie wil dat niet, zo voor het weekend. Zal ik hem aan z’n jasje
trekken, sam-sam voorstellen met de belofte dat er niets van zeg. Trapt hij niet
in. Zal ‘Aso, rot op’ roepen en doorbenen naar binnen.
Man, schiet op. Ik wil m’n brief afgeven en pleiten. Moet nog naar een feestje
met Willem en Harry.
Als ik hier eenmaal zit, kan ik na het werk nog mooi gaan stappen, twintig euro
per keer, zouden ze die missen? Jaah, dat is te veel. Maar af toe zal ’t
best kunnen.
Eindelijk, hij loopt door. Ze zwaait en roept iets. Wel de microfoon aanzetten,
suikerhoofd. Ah, ze drukt op het knopje: ‘Jim, nog bedankt voor het lenen.’
Redactie
Dick van Zijderveld
(hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Naomi Montroos
Jakob Rosenbaum
Suzanne Ruhof
Chloé van Uum
Redactiemedewerkers
Thierry Deleu
Redactie
redactie@opspraak.net
www.opspraak.net
insturen kopij: klik hier
ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein