Henk Korebrits
De gids
Onlangs sprak ik Noortje en ze vertelde me dat ze zeker
wist dat ieder mens een gids heeft. Een spirituele gids. Omdat ik mezelf gemakshalve
reken tot het menselijk ras, vroeg ik haar of dit betekende dat ook ik zo'n gids
had. En, als dit zo was, waarom ik dan zelf nog nooit iets van deze gids gemerkt
had. Was ik wellicht niet ontvankelijk voor de signalen van mijn gids? Ze glimlachte
ontwapenend tegen me en vroeg:
"Heb je in je leven ooit een bijna-ongeluk gehad?"
Twee situaties flitsten door mijn hoofd die inderdaad voldeden aan de norm 'bijna-ongeluk'.
De eerste keer was met de auto en speelde zich af tijdens mijn tienertijd. 's Avonds laat, op weg naar m'n vriendin, reed ik door de binnenstad. De straten waren uitgestorven zodat m'n gedachten afdwaalden en meegingen met de stemmige muziek op de radio. Ik luisterde naar 'Sylvia' van Focus. Door de ontspanning van mijn lichaam viel de sigaret die ik tussen mijn vingers hield ineens op de grond. Ik schrok ervan en wilde de sigaret zo snel mogelijk terugvinden om schroeiplekken op het matje te voorkomen. Op de tast kon ik 'm echter niet terugvinden, waardoor ik genoodzaakt was met mijn hoofd onder het dashboard verder te zoeken. Er was geen zichtbaar ander rijdend verkeer op dat moment, dus direct gevaar leek niet aanwezig. Maar binnen enkele seconden dwong 'iets' me om me weer op te richten en voor me naar buiten te kijken. Door het zoeken naar de sigaret was het stuur enigszins naar rechts getrokken, waardoor ik dicht langs de straatrand reed en met aanzienlijke snelheid op een stilstaande auto afging. In een fractie van een seconde remde ik en draaide het stuur naar links, waardoor het me ternauwernood lukte om een frontale botsing met de geparkeerde auto te voorkomen. Toen ik enige minuten later aankwam bij mijn vriendin, was haar eerste opmerking: "Wat zie jij bleek!"
Het tweede moment speelde zich af rond mijn achtste of negende
levensjaar. Iedere avond als ik naar boven ging om naar bed te gaan, drukte ik
beneden op de lichtknop. Op deze bewuste avond wilde ik eerst gewoontegetrouw
hetzelfde doen. Om duistere redenen besloot ik echter op het allerlaatste moment,
terwijl mijn hand reeds naar de lichtknop ging, dit niet te doen.
Ik wilde bij mezelf extra spanning opwekken. In het donker liep ik naar boven,
maar uiteindelijk viel het met die spanning nogal mee. Of tegen, beter gezegd.
Er gebeurde niets geheimzinnigs. Eerst 's morgens kwam ik er achter dat mijn vader
het plaatje van de lichtschakelaar had verwijderd om een kapotte zekering te vervangen.
Hierdoor hingen de elektriciteitsdraden los en waren onbeveiligd. Had ik met mijn
hand naar de schakelaar gezocht om het licht aan te doen, dan was een stroomstoot
van 220 volt een onvermijdelijk gevolg geweest. Met een mogelijk fatale afloop.
Ik stamelde tegen Noortje: "Ik..uh..geloof dat ik me vaag iets kan herinneren." "Zie je wel," zei ze opgelucht, "ook jij hebt dus een gids." Is het allemaal zó eenvoudig?, dacht ik. Kan ik werkelijk hieruit afleiden dat ook ik een gids heb? Bestaat er dan niet zoiets als doodgewoon toeval? Zovele andere mensen zijn toch wel door een dom en noodlottig ongeval om het leven gekomen. Was hun gids toen even aan het slapen, of was het juist de bedoeling van de gids dat deze ongevallen moesten plaatsvinden?
Ik durfde mijn bedenkingen tegenover Noortje niet te uiten. Ik wilde bij haar die zin en zekerheid van het leven niet ter discussie stellen. Nee, ik ben degene die gedoemd is tot het eindeloos balanceren tussen het geloof in het toeval en het geloof in het bestaan van mijn gids.
Redactie
Dick van Zijderveld
(hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Naomi Montroos
Jakob Rosenbaum
Suzanne Ruhof
Chloé van Uum
Redactiemedewerkers
Thierry Deleu
Redactie
redactie@opspraak.net
www.opspraak.net
insturen kopij: klik hier
ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein