o

Hans Kilian

Straling

"Een waterader, ziet U," zei de man, toen ik de deur einde­lijk hele­maal open deed."Het is alleen maar voor de zekerheid. Het be­treft hier slechts eventuele uitstraling, begrijpt U?"

  Ik begreep het niet, maar nonchalant zwaaiend met een kaart was de man de drempel al over gestapt. Ik zag dat hij in zijn andere hand een vorkvormig voorwerp hield, dat hij op de mat in de hal richt­te.

  "Hoe bedoelt U?" vroeg ik verbouwereerd."Wat wilt U zeggen met: al­leen maar voor de zekerheid?" Ik bleef nadrukkelijk in de weg staan.

  De man had echter nauwelijks aandacht voor mij. Zijn ogen speurden al de huiskamer achter mij af. Hij gleed routi­neus langs mij heen en keek pein­zend in het rond. Hij liet het voorwerp met draaiende bewegingen nu alle hoeken van de kamer zien.

  ­"Het knis­pert."

  "Wat knispert er dan?" wilde ik weten. Ik stelde vast dat de man minstens een hoofd groter was dan ik, en ook stukken jon­ger.

  "De waterader natuurlijk, zoals ik U daarnet al geprobeerd heb uit te leggen." In zijn stem klonk een vermoeide beleefd­heid door."Het probleem is de geologische breuk waar wij hier op zitten. De gemeente heeft klachten ontvangen. U heeft onge­twij­feld de stukken in de krant ook gelezen waarin beweerd wordt dat er hier zelfs nooit gebouwd had mogen worden."

  Dat had ik niet, maar ik deed er het zwijgen toe. Ik had anders moeten toegeven dat ik in de krant weinig meer dan de contact­advertenties en de overlijdensberichten las. De man liep, zonder verder nog acht op mij te slaan, door naar de keu­ken. Hij hield daarbij de wichelroede met gestrekte armen voor zich uit.

  "Mmm, de keuken is rustig. Weinig gespannen spin­sels zo te zien."

  Ik wachtte mij er nu wel voor om uitleg te vragen.

  "Heeft U een hond?"

  "Eh, nou nee," antwoordde ik naar waarheid.

  "Gelukkig dan maar, want die verdwijnen als eerste."

  Ik moet ongetwijfeld erg dom hebben gekeken, want de man ging meteen tot toelichting over."Ze lopen weg. De dieren­bescher­ming wist eerst niet waar het aan lag, maar nu denken ze erach­ter te zijn. Die beesten voelen die straling natuur­lijk veel beter dan wij.

  "Aardstralen dus," zei ik opgelucht. Ik herinnerde mij ineens die aardstralenkastjes van Mieremet bij mijn moeder vroeger thuis. Zij geloofde ook heilig in diens astrologie.

  "Nee, nee, nee. Zo eenvoudig ligt het niet."

  "O."

  "Maar toegegeven, je zou het er wel mee kunnen vergelijken.   Al­leen is de wetenschap is uiteraard verder tegenwoordig. Men is inmiddels gestuit op basale principes. Wij weten nu tenmin­ste waar het werkelijk aan ligt. Je zou van een ware revo­luti­onaire ontwikkeling kunnen spreken."

  Ik keek de man verwachtingsvol aan, maar hij had weinig tijd voor geklets.

  Hij liep naar het aanrecht, deed de stop in de afvoer van de spoelbak en liet de bak vervolgens gedeel­telijk vol lopen. Daarna trok hij de stop er met een plotselinge ruk weer uit en keek nauwge­zet toe hoe het water wegliep.

  "Juist, gewoon rechts­draai­end."

  "Rechtsdraaiend?" Ik had wel eens gehoord van linksom of rechtsom gedraaide yoghurt, maar van gewoon leidingwater had ik zoiets nog nooit gehoord.

  "Ja, zoals overal op het noordelijk halfrond. Op het zuide­lijk halfrond is dat in verband met het aardmechanisme van­zelfspre­kend precies andersom."

  Ik knikte beleefd. Ik had mij nooit afgevraagd welke kant het water opdraaide, als je het uit het bad of uit de wasbak liet weglo­pen. Maar niets was zomaar, alles had zijn beteke­nis, dat was duide­lijk. De vreemdste zaken waren soms zo dicht­bij, ­dat je er als gewoon mens overheen keek. Ik staarde ge­mponeerd naar het lege afvoerputje.

  "Heeft Uw vrouw wel eens problemen bij het schoffelen en wieden?"

  Die vraag had ik helemaal niet verwacht. Wat moest ik de man zeg­gen? Dat mijn vrouw vorig jaar na een lang ziekbed uit haar lijden moest worden verlost, alsof ze een hond was? Dat ik geen vrouw meer had, omdat ze was weggelopen? Het klonk alle­maal even stom.

  "Ik ben alleen. Maar wat wilt U daarmee zeggen?"

  "Neemt U mij niet kwalijk. Het gaat erom of de grond ook ver­woeld is."

  "Pardon?"

  "In elkaar geklonken, verklonterd. Omdat het water tussen de kor­rels eruit is. Grondwater loopt normaal gesproken van hoog naar laag, het doet er duizenden jaren over om van Duits­land naar de kunst te komen. Maar dat patroon is door die breuk hier in deze omgeving nu blijkbaar verbroken. De struc­tuur van de bodem deugt niet meer en dat trekt brandne­tels en onkruid aan. Veel mensen klagen over wespen. Kleine kinderen schij­nen er ook slechter door te slapen."

  Hij wees door het raam naar mijn slecht onderhouden tuin, wa­ar­in juist een kat uit de buurt zijn behoefte deed.

  "Ik zit weinig in de tuin, moet ik toegeven."

  "In dat geval zullen we de centrale verwarming maar eens testen om de treklijnen van het water te achterhalen. Waterpas lijkt deze woning mij ook niet te staan.... "

Hij haalde omstandig nog wat apparatuur tevoorschijn. Behalve uit een zo op het oog gewoon kompas, bestond die uit een soort detector en een pendel. Ik waagde het maar niet meer om tekst en uitleg te vragen. Om de belangrijkste rasterpunten van de waterhuishouding te kunnen testen, en vooral om de harmonisa­tie daarvan met het electro-magnetisch netwerk te controleren, moest overal in het huis de verwarming aan. Ik draaide in alle kamers braaf de radi­a­toren open, terwijl de man in de weer was met zijn in­stru­menta­rium. Hij stuurde mij geregeld stuurde een andere plaats op om een ther­mostaat bij te stellen. Nadat hij ook alle scha­kelaars van het licht uitgeprobeerd had, leek hij tevre­den. Hij maakte in een langwerpig boekwerk wat aanteke­nin­gen.

  Ik over­woog juist om hem te vragen of hij soms thee be­lief­de, toen hij aanstalte maakte om weg te gaan.

  "Maar hoe zit het er nu mee? Ik bedoel, hoe zit het nu met die, uh, straling?"

  "Binnen een paar weken hoort U waarschijnlijk meer. Volgens mij is er bij U weinig aan de hand. Als U niet direct nader be­richt krijg­t, hoeft zich nergens zorgen over te maken. Ambte­lijke molens malen nu eenmaal langzaam."

  Hij was al bij de deur. De man scheen ineens haast te heb­ben.

  "Maar ik weet niet wie U bent. Ik bedoel te zeggen: waar moet ik informeren als ik niets hoor?"

 "Ach ja, natuurlijk. Weet U wat, houdt U dit maar!"

  Hij stopte mij het kaartje in de hand waarmee hij bij bin­nen­komst had lopen zwaaien en verdween door de deur. Overigens niet alvorens mij te adviseren de beeldbuis van de tele­visie tenminste één keer per week af te wassen en niet te vaak in de buurt van de stopcontacten te komen.

  "Voor alle zeker­heid". Hij voegde er zowaar een knipoog aan toe.

Biologisch Architecten Collectief "Oogluik" stond er op het kaartje, met een adres in Hilversum erbij en daaronder de namen Wim van Till, Han Jonker en John Hart­og."Voor alle zeker­heid" belde ik ook maar het telefoonnummer dat erbij stond: ik kreeg voortdurend een antwoordapparaat.

  Ik miste na het bezoek van de biologische architect wat waar­devolle spullen: mijn cheques uiteraard en een paar siera­den van Mimi, die nog een laatje hadden gelegen. Ik had niet anders verwacht. V­oor de zeker­heid waar­schuwde ik de politie niet en zeker niet uit schaam­te. Wel liet ik onmiddellijk mijn verloren cheques blokke­ren; ik kreeg van de bank prompt een nieuwe rekening. De man had de waardepapieren van Viola niet ontdekt en ik maakte die maar meteen te gelde.

  Wat een geluk dat ik hem uit de tuin weg had weten te hou­den, want als hij daar met zijn hele hebben en houwen aan de gang was ge­gaan, was zijn onder­zoek mis­schien wel heel wat minder for­tuin­lijk verlo­pen. Al zou ik niet met zeker­heid kunnen zeggen voor wie van ons beiden.

 



Redactie

Dick van Zijderveld (hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Naomi Montroos
Jakob Rosenbaum
Suzanne Ruhof
Chloé van Uum

Redactiemedewerkers

Thierry Deleu
Thierry Langeweg

Jos van Liempdt
Pepijn Uljé

 

Redactie

redactie@opspraak.net
www.opspraak.net

insturen kopij: klik hier

ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein