Sebastian Goldstein
Marie-Paule
Vederlicht is ze. Ze bengelt in amazonezit
op mijn bagagedrager. En ik, die anders zo tegen mijn zin op die fiets kruip,
ik heb vleugels. Ivan en Jo kunnen mij amper volgen. Ook zij hebben een meisje
op hun fiets.
We rijden naar de bossen van Gevaert. Het is de bedoeling dat we daar elk ons
weegs gaan om te vrijen en dat we achteraf onze ervaringen uitwisselen. Ik weet
niet goed wat ze bedoelen met vrijen.
Het is juli en het is heet. We dwarsen de steenweg naar Kortrijk. Er is geen verkeer.
De weg verdwijnt in waterige bubbels aan de einder. We komen voorbij café Hooglatem.
Een huis van ontucht beweert ons ma. Nu zijn de dikke, rode gordijnen gesloten.
Er staat een Peugeot 404 voor het huis. Van alle auto’s ken ik het merk.
De nieuwe Japanners zijn het moeilijkst.
Wie neem jij mee? vroeg Jo vanochtend. Dat was een vervelende vraag. Ik heb nog
geen meisje.
Waarom vraag je het dan niet aan Marie-Paule? zei Jo terwijl hij een Belga-filter
opstak.
Een Belga rook je nooit alleen, dacht ik, maar Jo bood mij niets aan.
Marie-Paule, is dat niet die kleine met haar sproeten uit de Keistraat?
Het schijnt dat ze jou tof vindt met je gitaar en je lang haar, zei Jo, zal ik
haar voor je uitnodigen?
Marie-Paule. Ze heeft al eens naar mij gelachen. Ze ontblootte daarbij haar konijnentanden,
wat ik wel mooi vind. Haar jonge borstjes priemden door haar Zappa-shirt.
Ik heb vanmiddag geen hap door mijn keel gekregen. Marie-Paule is tijdig op de
afspraak verschenen. Ze gaf mij meteen een kus op de mond. Haar meisjesgeur. En
nu zit ze bij me op de fiets.
We zijn al bij het bos. We scheuren door de smalle bospaadjes. Overal rondom ons
zijn er dennenbomen. Ze slorpen onze stemmen op in een bevreemdende stilte.
We hebben onze fietsen samen tegen een grote boom gezet op het kruispunt van twee
grote bospaden. Daar gaan we uit elkaar. Ik doe als de anderen en sla een arm
rond mijn meisje.
We wandelen dieper het bos in. De anderen verdwijnen in het duister. De grond
is zacht van de dennennaalden. Ik zie nu pas dat Marie-Paule blootsvoets is.
Doet dat geen pijn?
Nee, slimmeke, ik ben dat zo gewoon. Mijn ouders zijn naturisten, wij doen alles
puur natuur.
Plots houdt ze mij staande.
Kus mij, zegt ze.
Ze is een kop kleiner dan ik. Terwijl ik voorover neig om haar te kussen, laat
ze zich langzaam naar beneden zakken. Ik val op haar, vind haar lippen. Alles
draait rondom mij. In de verte hoor ik de roep van een vogel. Wacht, zegt ze,
en ze trekt haar T-shirt uit. Kijk maar, streel ze maar. Mijn vingers beven over
haar stevige heuveltjes. Haar tepeltjes hebben een tepelhof van onbestemde zalmkleur.
Het zijn put-tepeltjes, die naar binnen zijn gekeerd. Mijn ogen schieten vol.
O, wat hou ik van haar.
Waarom schrei je? vraagt ze.
Wist ik het maar. Ik kan niets uitbrengen. Ik heb het gevoel dat ik nooit meer
zo gelukkig zal zijn, dat dit de zin van het leven is.
Mijn hand schuift in haar jeans, die ze al heeft opengemaakt. Ik glij met mijn
vinger tussen haar schaamlippen. Het lijkt wel of ze ingeolied zijn. Marie-Paule
stroopt mijn broek af en haalt mijn geslacht, dat nog nooit zo groot was, uit
mijn witte onderbroek en dan...
Dan springen Jo en Ivan vanuit de struiken naar voren. Ze brullen en lachen. Ja,
ik ben erin gestonken. Ja, ze hebben mij liggen. Nooit zal ik weten of Marie-Paule
ook op de hoogte was. Ze heeft vlug haar kleren aangetrokken, is al bij de fietsen.
Ze verdwijnt met grote snelheid uit mijn leven. Ik blijf daar maar staan, met
mijn broek op mijn enkels. Aan de grond genageld. Even later zie ik ook de schaduwen
van hun meisjes uit de struiken opdoemen. Zonder mij om te draaien, traag en zorgvuldig,
mijn geslacht nog goed voor iedereen zichtbaar, trek ik eerst mijn onderbroek
omhoog, stop er mijn overhemd in en dan even traag trek ik mijn pantalon omhoog.
Ik doe de riem dicht op gaatje drie. Ik bekijk hen niet meer en loop naar mijn
fiets. Marie-Paule staat er nog. We zwijgen. Ze kruipt achterop. Ik rij terug
door de brandende zon. Ik breng haar tot aan haar huis. Ik wil haar nog kussen,
van alles vragen. Met een gesloten gezicht loopt ze naar de achterkant van het
huis. Als in een droom moet ik alles laten gebeuren.
In gedachten verzonken fiets ik naar ons zomerhuisje. Ik probeer niet te wenen.
Mama is er niet. Ik drink een cola en ga naar de garage, waar ik mijn seksboekjes
verstopt heb. Ik masturbeer. Het duurt misschien een halve minuut.
Ik steek een sigaret op en luister voor de rest van de dag naar radio Veronica.
Redactie
Dick van Zijderveld
(hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Naomi Montroos
Jakob Rosenbaum
Suzanne Ruhof
Chloé van Uum
Redactiemedewerkers
Thierry Deleu
Redactie
redactie@opspraak.net
www.opspraak.net
insturen kopij: klik hier
ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein