Verhalen
Winnaar Nieuwegeinse Literatuurprijs 2009
Wilma Hollander - Vergane glorie
De oude man brengt zijn hand omhoog. Hij vertrekt zijn lippen,
alsof hij weet dat hij zou moeten glimlachen, maar er
niet zeker van is hoe dat moet.
Vroeger zou hij het hebben geweten. Vroeger, toen hij een
jonge man was en op de kade stond, zijn zwarte haar wapperend
in de wind, zijn grove knuisten stevig gesloten om
het dikke touw van zijn vissersboot. In die tijd was zijn lach
brutaal en verleidelijk charmant. Als hij zijn boot afmeerde,
zag je de meisjes uit de stoffige huisjes van het dorp tevoorschijn
komen. In groepjes paradeerden ze giechelend over
het havenhoofd heen en weer, hun hoofden verlegen afgewend,
maar hun donkere ogen steels gericht op de knappe
zeebonk, wiens gulle lach ’s nachts hun onrustige dromen
binnendrong.
Lees verder
Eervolle vermelding Nieuwegeinse Literatuurprijs 2009
Marleen Schmitz - M aa n
Er viel post op de deurmat. Voordat ik mijn kopje had neergezet,
stoof Stella de gang in. Ze zwaaide met een kleurige
ansichtkaart toen ze terugkwam.
’Mam! Een kaart bij de post! Wat staat erop?’
Ik droogde mijn klamme handen aan mijn spijkerbroek en
wierp een blik op de voorkant. Ik herkende de Eiffeltoren.
Razendsnel ging ik mijn kennissenkring langs. Wie was er in
Parijs? Ik had er iets over gehoord op de laatste familieverjaardag.
Was het mijn zus? Ik draaide de kaart om en zei tegen
Stella: ’Veel groeten uit Parijs, van Marijke.’
Stella knikte tevreden. ’Van tante Marijke.’
Lees verder
Verder...
Petra Boudewijn - Familiebarbecue
Ondanks dat ik geen vlees at, ging ik ieder jaar naar de familiebarbecue.
Om mijn ouders te plezieren, om mijn geboortegrond onder de voeten te voelen,
of uit een onbestemd verlangen om mijn familie te zien. De barbecue was er eigenlijk één
als zo velen, mijn familie was er één als zo velen, eigenlijk was
het niets om over naar huis te schrijven. Spreekwoordelijk dan. Wat mijn familie
samenbracht, wist ik niet: misschien was het lot, waarschijnlijk gewoon een
samenloop van omstandigheden.
Lees verder
Jan Ruward - Intermezzo
Het begon toen hij naar beneden kwam aanrijden in zijn rolstoel.
Roekeloos en in volle vaart stevende hij af op de rotonde, in één
beweging draaide hij terug naar waar hij vandaan was gekomen, heuvelopwaarts.
Ik zat met Eva in de zomer op het terras in Frankrijk met uitzicht op de rotonde,
we lachten toen hij passeerde om als een ware Sisyphus weer terug omhoog te
ploeteren. Het kunstje flikte hij een paar keer, het gaf me een prettig gevoel,
een gevoel dat alles klopte.
Lees verder
Ate Vegter - Mijn
moeders morgen
Het is zondagmorgen, acht uur. Ik zit bovenaan de trap, op de overloop, met
mijn voeten op de eerste tree. Ik trek mijn zwarte sokken aan. Naast mij ligt
een stapeltje zondagse kleren. Een donkerblauwe korte broek en een matrozenhesje,
met een grote vierkante kraag die helemaal over mijn schouders valt. Bovenop ligt
een graankleurige borstrok. Terwijl ik mijn kleren aantrek hoor ik beneden mijn
vader en moeder heen en weer lopen en praten.
Lees verder
Hans Kilian - Liefde op het laatste gezicht
Natuurlijk had ik het artikel van professor Bock in The
Lancet als één van de eersten gelezen. En werkelijk niet
alleen omdat hij mijn promotor was, maar vooral ook omdat mij zijn onderzoekingen
in hoge mate interesseerden. Zijn wetenschappelijke bevindingen boeiden
mij al vanaf het moment dat ik op de universiteit aankwam. Daarbij kwam dat
ik al spoedig het geluk had hem persoonlijk te leren kennen. Weliswaar studeerde
ik psychologie, maar mijn belangstelling ging eigenlijk meer uit naar medicijnen,
waar ik helaas voor was uitgeloot. Bock gaf als chemisch bioloog een aantal
colleges over de raakvlakken tussen psychologie en biologie als specialist op
het gebied van de werking van medicijnen. De colleges waren niet verplicht,
maar werden door enkele van mijn docenten wel aanbevolen. Wie ze volgde, kon
erop rekenen dat dit doorberekend werd in de beoordeling bij sommige van de tentamens.
Lees verder
Jac Vroemen - Handwarmte
Op zoek naar de verborgen opdracht in mijn leven ging ik jaren geleden
eens naar een soefi-kamp. Het was in de Zwitserse bergen van het Engadin. In een
grote witte tent vonden bijeenkomsten plaats. Ze stond midden in een klein dal.
De deelnemers kampeerden op de bergrichels er omheen. Wat verder over die richel
wegwandelend kwam je bij een veel dieper dal, waar wolken uit opstegen als uit
een reuzenkookpot. ‘Ons
dal’ – dat wordt het al gauw als je ver van huis bent – leek
goed om in en uit te klimmen, van je tentje naar de echte kookpotten.
Lees verder
Samantha Kraak - De Sunrider
Aftands oud. Witte verf, beproefd en doorkliefd door roest. Oud Hollands
blauwe strepen. 'Sunrider', zongen de flanken in sierlijk geschrift. Ronde koplampen,
vieze velgen, en het mooiste voertuig dat ik ooit aanschouwde. Het was ons edel
dier op de weg naar vrijheid. De Sunrider brieste en steigerde maar bleef trouw
in dienst in onze zoektocht naar een waarlijk vrij leven. We waren twee strijders,
gehard door de gevechten waarbij we altijd als verliezende overwinnaars uit de
strijd waren gekomen. Sara schudde haar korte, blonde haren en haar rechterhand
bracht een peukje naar de asbak. Haar linker bleef luchtig rusten op het grote,
dunne stuur. Ze keek me vluchtig aan. Haar lippen vormden een langgerekt woord.
Lees verder
LA Elsenaar - Een risico van het schrijversvak
Platte ronde steentjes, als een munt, zijn de beste keilstenen. Omvang?
Het liefst ter grootte van je duim. Groter en ze worden te zwaar; kleiner en ze
worden lastiger om goed te gooien. De juiste vorm en omvang, en ik krijg ze wel
tot zes keer aan het stuiteren op het water.
Maar ook ovale afgeplatte steentjes zijn geschikt. Het geheim voor die stenen
ligt hem in het meegeven van de juiste rotatiesnelheid. Vier keer, eentje kreeg
ik wel vijf keer aan het stuiteren, maar dat laatste heb ik niet kunnen herhalen.
Lees
verder
Karsten Seven - Hemelpoort
Tijdens de hevigste donderbui in de herfst van 1988 sloeg de bliksem in
het kruis van de kerktoren aan ons pleintje. We zaten net aan tafel, mijn broer
schepte op maar ik hield niet van witlof. Rachmaninov speelde die avond in onze
huiskamer. Dat deed hij wel vaker als het onweerde. Mijn broer en ik liepen naar
buiten, mijn vader kwam er achteraan. Onze buren kwamen ook kijken. Ik dacht dat
ze waarschijnlijk ook niet van witlof hielden. Door de verrekijker van mijn vader
zag ik vervaarlijke spleten en scheuren in de toren. Ik dacht aan de poorten van
de hel die nu wel ineens akelig dichtbij kwamen.
Lees
verder
Redactie
Dick van Zijderveld
(hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Jack Koehorst
(internet)
Madelon Kooijmans
Jakob Rosenbaum
Redactiemedewerkers
Thierry Deleu
Redactie
redactie@opspraak.net
www.opspraak.net
insturen kopij: klik hier
ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein