Taalkolom
Koude rillingen
Sinds enige tijd kan je in onze regio in de bus reizen met een ’ov-chipkaart’ (spreek
uit: ’tsjipkaart’. Daarvoor moet je bij het in- en uitstappen een
kunststof pasje langs een kaartlezer bij de deuren van de bus bewegen. Op het
leesapparaat staat: ’IN/UIT-CHECKEN’.
Eén slaperig moment heb ik even gedacht dat bedoeld was: ’in/uit,
gekken’, waarbij men had geprobeerd dat laatste woord heel chique te spellen.
Maar direct drong tot me door dat het natuurlijk Engels was (hoe kan het ook anders
in ons taalgebied?) en dat er was bedoeld: ’AAN/AFMELDEN’. Het zou
ook wel een heel onbeleefde tekst tegenover de klanten zijn geweest. Tot mijn
genoegen zag ik dat er achter ’UIT’ een afbrekingsstreepje stond,
op zichzelf een bijzonderheid in de openbare ruimte.
Goed, wellicht een handig ding, zo’n ov-kaart. In veel bussen hangt voorin
een scherm waarop de eerstkomende haltes en verwachte aankomsttijden zijn vermeld.
Een vriendelijke juffrouw in blik kondigt steeds de volgende aan halte aan.
Aardig allemaal, draagt bij tot een beter openbaar vervoer. Maar waar ik steeds
koude rillingen van krijg zijn de goed bedoelde waarschuwing van de elektronische
stem:. Regelmatig klinkt het: ’Reist u met een ov-chipkaart? Vergeet dan
niet uit te checken!’
Ik heb een oude Indische dame gekend, die gebruikte de woorden ’tsjek-tsjek’ als klanknabootsing voor ’drijfnat’: een doorweekte dweil op de vloer van een overlopende douche, ingelopen plassen water, noemde zij ’helemaal tsjek-tsjek’: het geluid als je er overheen liep. ’Tsjek-tsjek’ – voor mij onverbrekelijk met drijfnatte dweilen verbonden. Soms word ik er nerveus van: ’…Vergeet u dan niet uit te checken!’ ’Tsjek-tsjek…’ Alsof ik op een doorweekte dweil sta. Ik moet die reactie onderdrukken. Anders loop ik meteen de hele dag ’tsjek-tsjek’ in gedachten na te bauwen. En dan heb ik geen tijd meer voor zinnige gedachten, want Nederlanders lopen de hele dag het nodige in-, na-, uit- of gewoon alleen maar te ’tsjekken’.
Ként het Nederlands dan wel een geschikte term voor het gebruik van die
kaart? Natuurlijk! Eenvoudig en al eeuwenoud: ’aanmelden’ en ’afmelden’.
Maar dat is gewonemensentaalgebruik, daarmee kan je niet laten zien hoe hightech
je bezig bent. Of wellicht is de kaartlezer in een Engelstalig land ontworpen
en/of geproduceerd, en was de vervoersmaatschappij te beroerd om een Nederlandse
term te bedenken. Of nog erger: kwam zij niet eens op het idee. In elk geval draagt
zo het openbaar vervoer het zijne bij aan de sloop van het Nederlands.
Die dweil geeft overigens wel een aardig beeld van de wijze waarop wij met onze
cultuur, onze taal in het bijzonder omgaan: als met een natte dweil. Je zou ook
kunnen zeggen: hij staat symbool voor de Nederlandse culturele zelfverachting.
Maar we kunnen natuurlijk ook afspreken om het voortaan gewoon over ’aan-’ en ’afmelden’ te
hebben.
En laten we dan tegelijk ook over ’ov-kaarten’ gaan praten. Andere
dan de huidige ’ov-chipkaarten’ zijn er niet, niet geweest ook de
afgelopen decennia. Dan kunnen we ’tsjippen’ weer aan de vogeltjes
overlaten.
Dirk Heuvelland
Redactie
Dick van Zijderveld
(hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Jack Koehorst
(internet)
Madelon Kooijmans
Jakob Rosenbaum
Redactiemedewerkers
Thierry Deleu
Redactie
redactie@opspraak.net
www.opspraak.net
insturen kopij: klik hier
ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein