o

Jet van Swieten

Gevangen momenten:
herinnering en onmacht

Karel Wasch - Onlangs nogIs het verstandig gedichten van één dichter te bundelen als die eerder zijn verschenen in diverse kranten, bladen, tijdschriften? Is er wel samenhang? Zoiets zou je je kunnen afvragen bij het verschijnen van de bundel Onlangs nog van Karel Wasch. Deze bundel is een verzameling van eerder verschenen gedichten aangevuld met niet eerder gepubliceerd werk. Bovendien is werk afgedruk dat is geschreven voor het EO radioprogramma Dit is de dag naar aanleiding van de actualiteit van de dag.

In Onlangs nog komen kleine historietjes voorbij, momenten die de dichter heeft willen vangen voordat ze voorgoed uit het beeld zijn verdwenen en niemand er ooit meer acht op kan slaan. Hij beschrijft in een paar rake pennenstreken hoe hij bijvoorbeeld een zondagmorgen ervaart wanneer slapen en waken doorelkaar gaan lopen en de wereld zich van haar mooiste kant laat zien:

Gouden ballen razen als lawines

naar omlaag

mijn vrouw rekt zich gestaag

zo bijbels wit

mogen wij ontwaken

Het zijn momenten waarop de dichter zich laat bedelven door het ongrijpbare, overweldigende, zoals die keer dat een arend zijn magie op de dichter richt. ?De wiek/ nauwelijks in beweging is het machtige dier heer/ en meester '... ?Zijn/ verenkleed; de statie van een zonnekoning...? De dichter erkent zijn nietigheid nederig en schrijft ?van onuitgesproken/ woorden, die ooit op vleugels gaan?. Hij weet, ooit wordt het een gedicht. Voorlopig overheerst het beeld en het beeld is machtig. Woorden schieten dan te kort.

Juist daarin huist een strekking die je in Onlangs nog regelmatig aantreft. Karel Wasch schrijft zijn poëzie in de wetenschap dat bijna niets zeker is en kans op mislukking, niet kunnen, niet begrijpen, niet kunnen aanraken groot is. In het titelgedicht ?Onlangs nog? schrijft hij: ?Een/ man is standbeeld van zijn eigen onvermogen.? Dat komt steeds in het werk terug. Daarmee neemt de dichter niet alleen zijn eigen onvermogen onder de loep maar doorziet ook de onmacht van de mensen rondom hem, zoals de zwerver die lijkt te wachten op het oude spoorwegritueel, terwijl zijn realiteit een bestaan is dat in een plastic zak huist. Hij lijkt het verleden niet los te kunnen laten, zoals ook de dichter steeds weer het verleden wil oproepen of gehoor geeft aan de fluistering van de voorbije tijd om daar over te kunnen vertellen. Dat komt tot uitdrukking in ?Boek? waarin het boek een metafoor is voor de herinnering die hij liefst op de grond had vertrapt. Maar toch: [ik] ?... bukte mij/ bij stukken kaft nog, zoekend/ naar één letter van jouw naam.? Het onvermogen te vergeten en tegelijkertijd het onvermogen het oude geheel terug te laten komen.

Die onmacht komt in vele gedaantes terug, zoals in ?Dagbladadvertenties? waarin het niet lukt weerstand te bieden aan de verleidingen van de reclame. En dan in ?Ontvoerd?: ?Het zwijgzaam licht heeft moeder toch ontvoerd, ze lacht/ in mijn gedachten verder door onherbergzaam landschap/ van herinnering.? Het is de herinnering aan de herinnering van een moeder. Maar ?echt vermijden kan/ ik haar nog niet?. En uit ?Schoon wellicht? dringt zich het onvermogen op zekerheid te krijgen over het levenseinde. Hieruit klinkt de onzekerheid in door of sterven niet meer is dan ?de/ laatste uitgetrokken veer?. Het gaat over het moment waarop de laatste adem overgaat in niets; voor wie erbij zit een moment van vertwijfeling en angst maar ook een van erkenning dat het leven eindig is. En ook de vraag: waar staan wij nu?

Hier laat de dichter zich diep van binnen bekijken. Daar wordt de strijd geleverd. Hij ontziet zichzelf niet. Ook niet als hij zich onderliggend afvraagt wat de hem beweegt bij zijn gang naar het voordrachtpodium, zijn onverkochte bundels, terwijl hij blijft rijmen en dichten. Het lijkt een soort kringloop van ongelukkig zijn maar inzien dat de keerzijde toch weer het ontstaan is van een voorzichtig gedicht, ook al zegt hij van dit proces ?kruimelen strofen tot/ brossig rijm?.

Mocht dat gaan over de zekerheid of onzekerheid van de dichter over zijn werk dan kunnen we hem geruststellen. Deze bundel is kort gezegd geen samengeraapt zooitje maar vormt een in zijn eenvoud daverend geheel dat stevig is verankerd in taal. Het zijn geen drijvende woorden. Solide en samenhangend, goed getimed en prettig leesbaar vloeit de poëzie binnen. Achter dit kleine bundeltje onder de bescheiden titel Onlangs nog huist een complete wereld. Daarmee is een antwoord op de vraag te geven: ja.

Onlangs nog, Karel Wasch, Leerdam, 2009, Nymfaeum Pers, isbn 978 90 79 92302 1

 



Redactie

Dick van Zijderveld (hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Naomi Montroos
Jakob Rosenbaum
Suzanne Ruhof
Chloé van Uum

Redactiemedewerkers

Thierry Deleu
Thierry Langeweg

Jos van Liempdt
Pepijn Uljé

 

Redactie

redactie@opspraak.net
www.opspraak.net

insturen kopij: klik hier

ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein