o

Oriënt online 3

Ruud van Weerdenburg

Reizen betekent zoeken in de tijd
Over paperazzijournalisme en andere menselijke landschappen

Wat Madame Toussaud voor het avondland betekent, kunnen we – omgekeerd evenredig – zeker niet vergelijken met de invloed van de visueel vastgelegde, historische Hindoe-figuren uit de Godenwereld op het morgenland. Mensen die op de een of andere manier blijkbaar meer hun sporen hebben verdiend dan de andere stervelingen en als publiektrekkers en kassavullers in een wassenbeeldenmuseum worden tentoongesteld – dat is zo ongeveer het tegendeel van de uit zichzelf in de toekomst stralende allesbelichamers, onder meer van dit ene aspect: een mens die, zo goed en zo kwaad als dat gaat, zijn sporen verdient.
De invloed van de museumpoppen en de tempelstandbeelden hebben niets met elkaar te maken, maar de werking van het hieraan verbonden reflectieproces is wel overeenkomstig.
De verschuiving van de macht, ontstaan zodra de drempel ’is genomen’, vindt omgekeerd evenredig op dezelfde wijze plaats. Door één facet van het leven beroemd geworden vrouwen en mannen krijgen nog meer gewag toebedeeld; terwijl de van top tot teen in charismatische transcendentiekoninginnen en -koningen gevangen natuurkrachten tot in alle facetten van het dagelijks leven blijven terugstralen.
Na een emotioneel exploderende ruzie met haar man, waarbij de toewijzing van twee kinderen na de naderende scheiding het hete hangijzer vormt, weet een vrouw in Guwahatji uiteindelijk nog het beste raad met haar gevoelens in het luid citeren van die ene episode in de Ramayana waarin de vrouw van de God Ram – Sita – een vuurproef wil afleggen. Door over een brandend vuur te lopen, bewijst ze niet ontrouw te zijn geweest. Dit gebeurt in elk van de duizenden steden in India, maar ook in Sri Lanka en in Thailand en andere landen met Hindubewoners.
Een obsessie is daarmee, wat haar betreft, uit de wereld geholpen. Zij gaat verder – hoe de show van de buitenwereld zich ook aandient of opdringt.
Een andere spiegelwerking vraagt nu om belichting. In een tempel die aan een van de mythologische paradepaarden van Goden en Godinnen is gewijd, zitten de vader en zijn zoon op hun gemak – of een vrouw met haar dochter, of de mensen die in hun eentje tijdens een reis of een grootscheepse inkooptocht de alledaagse realiteit even onderbreken om uit hun eigen rollenspel te worden gezogen en de algemene bezitsverhoudingen in lucht te laten oplossen. Tussen de mensen onderling is geen plaats voor verstandhouding bij zoiets veelomvattends – en als de ogen elkaar toch ontmoeten dan is het gebaseerd op een zekerdere basis dan de zwaartekracht en hoeft het niet bevestigd of versterkt te worden. Droomvermogen en oervertrouwen zijn hier één: die blikken vallen niet in elkaar, maar landen als vogels op een tak.
Eigenlijk is er niet veel verschil met het fenomeen van de vrouw of de man die zich in het koffiehuis met een paperazziblad aan een tafeltje in een hoek terugtrekt – of thuis bij een kop thee, of wat alcohol, de kleurenfoto`s van film- en televisieberoemdheden openslaat op zoek naar herkenbare situaties. Kitsch wordt hier eraf gekrabd en elders erop gesmeerd... Iets wordt belicht en intussen raakt iets anders overschaduwd – een compleet intiem circus speelt zich dan af binnen het individu. De vergelijking met paperazzicommunicatie gaat niet alleen op omdat men in de Hindoetempels Godinnen en Goden als paren gepresenteerd krijgt – Ram met Sita bijvoorbeeld, of Shiva met Parvati, Vischnu met Lakshmi. Met behulp van de zowel van mond op oor overgeleverde, als in klassieke werken en liedjes op het land vastgelegde, wederwaardigheden van deze ’couples’, worden alle ingredienten aan geluk, jaloezie, tegenspoed etc. intensief doorleefd. In de tempels heeft de eenheid van yoni en lingam een centrale plaats, de elegant-krachtige standbeeldjes van de optimale samensmelting der geslachtsdelen. Ook daarom – wat dankzij de paperazzi-journalistiek buitenom benaderd wordt, krijgt in de Hindoepraktijk een inspirerende duw van binnenuit – is een vergelijking met beide fenomenen geenszins met de haren erbij gesleept maar eerder voor de hand liggend. Het een kan ook in het ander omslaan – en omgekeerd: de tempel in een wassenbeeldenmuseum en het wassenbeeldenmuseum in een tempel. Het internationale succes van India in de filmindustrie is geschoeid op deze leest van universeel oervertrouwen waarbinnen het circus van samenleven de uiterste vrijheid aan extremen van geluksuitspattingen en introvertierecords krijgt toegewezen. Dans en geweld – navel en bloed.
In de ruimschoots bekroonde film Slumdog Millionair staat de werking van het geheugen centraal. In flash-backs wordt onderzocht hoe de hoofdpersoon aan de fabelachtig juiste antwoorden op quizvragen is gekomen – en daarmee wordt aansluiting gevonden met een typisch Hindoe-begrip: het geheugen aller tijden. Dit is een van de belangrijkste verbindingspunten tussen lichaam en geest in het individu. Het voordeel van het medium film is ook zijn nadeel: nauwkeurigheid is geen verplichting – alleen daar waar het sensatie- of entertainmentelement benadrukt wordt is precisie in het raken belangrijk. Toch is hier sprake van het geheugen aller tijden – een oneindig herinneringsvermogen dat in ieder geval tot aan het begin der tijden reikt. De hindoes hebben er hun patent op, ze hebben het ontdekt en het tot een begrip uitverkoren. Zoals Columbus zijn ontdekking tot Amerika heeft omgedoopt. Maar ze zagen het als een werktuig, ik vergelijk het het liefst met daw. Dat houdt het midden tussen bijl en hakmes, het heeft echter de vorm van een sikkel en is bovendien voorzien van een brede metalen rand die als hamer kan dienen. In het bijzonder bij bamboe komt het uitstekend van pas. Handzaam als een mes, is deze kleine sabel. En aangezien in India in het algemeen, en in Bihar in het bijzonder, veel, zo niet alles, van bamboe is gemaakt, vormt de daw de loper op menig slot in deze gemeenschap. Zelfs bouwsteigers van wolkenkrabbers worden uit het taaie hout opgetrokken. Veel boten zijn uit bamboe opgetrokken. De bamboestokken, voor een hek bestemd, liggen op een hoop naast en op elkaar, een kant ervan is tot zo`n scherpe punt geslepen dat je het bestaan van laptops en computers vergeet en overgaat op het dopen van scherp geslepen ganzeveren in de inkt, in de hoop je lang geleden verloren geraakte scherpzinnigheid en humor weer toe te kunnen eigenen. Huizen, kasten... er wordt zelfs sap uit bamboe geperst. Olifanten dragen ladingen bamboe door de binnenstad, een herdersjongen slaat een ongehoorzaam schaap of koe ermee tot de orde. Als Pinocchio in India zijn wieg had gehad, waren wieg en mens uit bamboe gesneden. Muziekinstrumenten! Nooit vergeten zal ik hoe een van de olifanten, beladen met bamboe, met zijn kleine oog naar mij bleef omkijken terwijl ik hem nakeek. Zijn oogholte vormde een portiek uit een lang vervlogen tijd die mij op stel en sprong aansprak. Tot zover het werktuig Geheugen Aller Tijden – nu komt het bad waarin dit begrip zelf zich kan laven en uitrusten. Een meisje personificeerde dit bad. Aan de rand van de asfaltweg, met veel kuilen en rook achterlatend snelverkeer, stapte een waterbuffel op zijn gemak voort. Bussen, auto’s, koeien, fietsers, riksja`s, eenzame wandelaars, en wat al niet meer, zochten en vonden hun weg op deze tweebaans asfaltweg in een vlak landschap dat eerder aan de Nederlandse schilders uit de zeventiende eeuw herinnerde dan aan een gebeurtenis aan het begin van de eenentwintigste. Op de rug van de waterbuffel lag een klein meisje heerlijk op haar rug te slapen. Ik weet niet welke associatie het eerste in mij opdook: dat dit landschap zo dicht in de buurt van het Nederland uit die tijd vlak na de middeleeuwen kwam, nu vind je er hoofdzakelijk nieuwbouw, inkoopcentra en industriegebieden; of de ondervinding dat lopende buffel en dromend meisje in alle vredigheid terug reiken tot in een toestand waar tevredenheid en belevenis één waren. Wel weet ik dat ik nog steeds werktuiglijk naar water zocht, een rivier of een meertje, om de naam waterbuffel alsnog mijn zegen te kunnen verlenen. Terwijl het dier, benijdenswaardig in zijn element, voortstapte met een rugzak vol vrouwelijke intuitie. Dat deed ik eigenlijk al een weeklang, zolang als ik hier al in Bihar was: werktuiglijk naar water zoeken om het elders zo zeldzame dier zijn bestaansrecht te verlenen. Maar toen, een rechte landweg rechts met wat bomen zonder dier of ander vervoersmiddel, schoof het Geheugen Aller Tijden mij een rij namen toe, om precies te zijn: in die leegte van het opgeven naar water zoeken. Namen en beelden van Nederlandse landschapsschilders waarbij de verf in deze natuur werktuiglijk oploste alsof de wenkbrauwen van de schilder en toeschouwer harige rupsen waren die hier eeuwig leefden. Alleen hier en nu kon het Geheugen Aller Tijden ruggespraak met zichzelf houden. Hobbema dook in me op, Meindert Hobbema: watermerk voor dit landschap aller tijden. Het laantje van Middelharnis.

 



Redactie

Dick van Zijderveld (hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Naomi Montroos
Jakob Rosenbaum
Suzanne Ruhof
Chloé van Uum

Redactiemedewerkers

Thierry Deleu
Thierry Langeweg

Jos van Liempdt
Pepijn Uljé

 

Redactie

redactie@opspraak.net
www.opspraak.net

insturen kopij: klik hier

ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein

Naar het verhalenarchief