Oriënt online 2
Ruud van Weerdenburg
Take
it easy? Take it easy!
In New-Delhi en elders
Of er bij de grensovergang van Slowenie naar Oostenrijk een
verandering in de treinrailsbreedte plaatsvindt - zoals tussen Spanje en Frankrijk
wel degelijk het geval is - kan ik niet met zekerheid zeggen. Maar om de een
of andere reden moesten we, in de tijd van het ontstaan van “Take it easy?
Take it easy!”, van trein veranderen, gezien het feit dat ik me nog zo goed
herinner hoe moeilijk ik mijn blik van de op dat moment ineens leegstaande trein
op de rails naast me kon losmaken. Terwijl ik dus al in de Oostenrijkse wagon
had plaats genomen.
Ik overwoog of treinen en trams niet in werkelijkheid uit hun
krachten gegroeide rupsen zijn die zich altijd nog even afvragen of ze niet beter
ter plekke in een vlinder kunnen veranderen, net voor ze een volgend station bereiken...In
een vlinder...`s avonds en `s nachts misschien wel in een glimworm. Hoe het ook
zij, je moet niet denken dat het aan de kracht van de mensen ligt, dat treinen
wel of niet op tijd op de railsen uitrusten, of hun tocht hervatten - dat heeft
altijd nog met spelingen van de natuur te maken. De trein op zichzelf is niet
meer dan een tweede huid, kwam ik tot de conclusie.
Quetzalquaotl, de gevederde slang, lost ook op in een God en komt soms weer in een homp, aan zwaartekracht gebonden, vlees en bloed terug. Ik heb hem weleens gezien toen ik in een traag voortsukkelende tram in Mexico stond te dagdromen en me wild schrok bij het ontwaarden van de controleur op tien meter afstand. Ik ben ervan overtuigd dat het Quetzalquotl was, de man die ineens naast me stond en oorverdovend hard nieste toen hij een extra stempel op zijn strippenkaart drukte. Pas later drong het tot mij door dat het belgerinkel bij het afstempelen eigenlijk bedoeld is om de controleur te waarschuwen. Hij toonde de twee stempels en verliet de tram toen het gevaar al was geweken. Dat niezen hoor ik nu nog, het behouden van mijn wettelijke overtredingsboete in de portemonnaie is op de een of andere manier nog te voelen, als ik mijn best doe, maar over de mogelijke gevolgen van een arrestatie door de politie durf ik mijn geest niet de vrije loop te laten. In die tijd waren de laatste weken aangebroken van het zesjarige regeringstermijn - de minister-president is dan niet herkiesbaar, en daarmee verandert het complete ambtenarenapparaat... De belangrijke ambtenaren hadden dankzij corruptie, hun eerste huid, de zakken al gevuld - het geld bevond zich al op de bank in Zwitserland -; nu mochten de kleine wetsratten nog hun slag slaan. De gevangenissen stonden bol van onschuldigen die voor de diefstallen van de corrupte politie en douaniers moesten opdraaien. Ik had als Nederlander nog het geluk een ambassade achter me te weten, in geval van nood - anders was je in deze tijd aan de demonen overgeleverd.
Dromers, Goden, Godinnen, musici, koorddansers...noem nog eens
wat, we hebben nieuwe hoogwaardigheidsbekleders op dit gebied nodig...waar zijn
ze allemaal heen, nu “Take it easy? Take it easy!” weer overal de
overhand krijgt? En de macht van de gefrustreerde en eenzame ambtenaar alsmaar
afschrikwekkendere vormen aanneemt?
Een vorm van tegenwicht moet er toch voorhanden zijn als je
met je Indiaase vriendin bij de douane op het vliegveld van New-Delhi geen pap
kan zeggen, ook al omdat je geen Hindi verstaat, en later blijkt dat de bureaukraat
kost wat kost wilde weten waar die schoonheid jou voor het eerst heeft ontmoet.
En veel meer intimiteiten vanonder zijn zakkammetje van een snor tevoorschijn
probeert te stofzuigen. In mijn onwetendheid had ik in het begin gedacht dat ze
verre familie van elkaar waren, zo gingen ze in het onderhoud op.
“Take it easy? Take it easy!” ben ik al zo vaak
tegen het lijf gelopen; nog voor hij tot “Take it easy!” werd omgedoopt
- en zich op die manier een eigen leven was gaan veroorloven.
Natuurlijk ken ik hem nog goed van al die honderden grenzen
die ik lopend ben overgestoken, met op zijn minst een paspoort op zak en soms
een visum daarin gestempeld.
Ze rukken je schoudertas onherstelbaar open, terwijl er toch
een optimaal functionerende ritssluiting voorhanden is. Soms zijn ze zelfs nog
te bang om steekpenningen aan te nemen en blijven je desondanks aanbrullen,
terwijl de collega-douanier het pornoblad weliswaar geschrokken in zijn la heeft
geschoven, maar toch nog met een gierenek erin blijft loeren. De totale verveling
van een provinciale grensovergang doet “Take it easy? Take it easy!” zelfs
voor je in de knieen gaan om tussen de billen in het zalig uiteinde te turen of
er wel “shit” aan de horizon valt waar te nemen. In Columbia mocht
ik wel de smalle brug overlopen die de grens tussen dat land en Ecuador belichaamde,
over de brede rivier, maar de jonge reizende koopman moest in het grenskantoortje
blijven om al zijn bezittingen te laten ontvreemden. En geslagen te worden,
als je het mij vroeg. Mij konden ze er in ieder geval niet bij gebruiken, bleek
wel. Ik bleef aan de andere kant wachten, tot de jeugdige Indiaan uit Quito na
geruime tijd op de lange brug verscheen als door een sleutelgat van een mini-concentratiekamp
ontsnapt. Vernederd, berooid en platzak...Hij was nog altijd te trots om dit
alles toe te geven, toch kocht ik voor hem het kaartje naar de hoofdstad, die
ik aanstonds ook met een bezoek zou gaan vereren.
“Take it easy? Take it easy!” heeft je meegenomen
uit de (heerlijk als een tweede huid om je reizend schepsel heen gegoten) buitenlandse
trein (in Passau, tussen Duitsland en Oostenrijk) en wil je op zijn gemak in zijn
kantoortje op allerlei misdaden en smokkelsporen gaan betrappen - op je huid,
waar anders. Daar ondernemen zijn wettelijk verantwoorde handen en ogen hun ontdekkingsreis
al. En hij wil daar net intensief toe overgaan, als zijn collega binnen komt,
met een jonge, vrijgevochten reizigster als buit. Onmiddellijk en rigoreus word
ik de deur uit gewerkt. Is mijn tweede huid er nog wel? Nee, de trein was “punktlich”...
Het duurde nog wel even voordat er voor de buitenstaander weer
leven in dat grenspostje kwam, dat ik de rug had toegekeerd.
“Take it easy? Take it easy!” Kwam aan zijn naam
door mij, toegegeven - maar hij heeft zich vereeuwigd door zijn eigen bezopen
en oorverdovend drammende herhalingen van deze drie woorden.
Take it easy...ik kon mijn blik dus niet van de trein naast me wegdraaien.
In de coupé - in Spielfeld -, in de trein die de reis na Slowenie in Oostenrijk
zou voortzetten, keken de jonge reizigers beduusd op toen de kleine, gezette douanier
de een na de ander begon aan te brullen - “Paspoort...! Voeten van de stoel...!” etc.
Maar daarvoor al had zijn alcoholwalm de hele coupé gevuld; daar keek eigenlijk
iedereen van op. Dat brullen en schreeuwen doen ze allemaal, zodra ze er de kans
toe zien, wisten we. Het was zijn alcoholwalm die alles sloeg. Zijn schreeuwen
was het gevolg van de dijkdoorbraak die het vuurwater in zijn ambtenaren- hart
had weten te bewerkstelligen. Toen hij voor mij stond en erop los begon te vragen
hoe lang ik al onderweg was - zei ik, zodat de hele coupé het kon horen: “Take
it easy...”; sussend eigenlijk - maar toch ook wel protesterend tegen zo`n
optreden.
Die prachtig, van onsteltenis in de opengesperde oogkassen rondtollende pupillen...!
Daarop begon hij met beide vuisten op mijn schouders te slaan en in te hakken,
snel elkaar opvolgende herhalingen van Take it easy-vraagteken en Take-it-easy-uitroepteken
uitroepend. De kleine dreumes van een woedende ambtenaar drukte zo een vaste plaats
in ons geheugen. Een hijmachine slaat palen in de grond, voordat hij zonder het
te weten, een standbeeld voor zichzelf opricht.
Toen mijn vriendin het alles ontwijkende “housewife” bij het beroep
invulde, bij de onberekenbare douanier in New-Delhi, nam de Indiaase grenswachter
het formulier uit haar handen en deed of zij niet kon schrijven. “Dat schrijf
ik wel op..,”.
“Take it easy”, zeiden Paravati en ik even later tegen elkaar,
terwijl we verder liepen naar de vertrek-hall, naar het vliegtuig naar huis.
Wij hadden hem alwe hem al achter ons gelaten. Voor ons was de kous er al mee af.
Het dier had zijn naam gekregen en het probleem lag achter ons- Wij hadden de
toekomst.
In werkelijkheid.had die ene fietser in de buurt van Connaught-Place in New-Delhi het begrip “Take It Easy” opnieuw en nu terecht voor ons gedefineerd. Temidden van extreme ongeluksituaties, die door welke lotsbestemminghanden dan ook net niet in een catastrophes ontaardden maar telkens nieuwe ademberovende gevaren opleverden..Iemand, die eerder thuis leek in een franse film die op een verlaten landweg begint, kregen we vanaf de Rikshabank in het vizier. Hoe kon die hier zo gelaten en ontspannen fietsen, terwijl alle bestuurders elkaar naar het leven leek te staan? Eieren had hij op de bagadrager opgestapeld...waarschijnlijk heb ik net zo met mijn pupillen gedraaid als “Take It Easy? Take it easy!” in zijn oogkassen had gedaan net voor het oprichten van een standbeeld voor zichzelf. Ik weet zeker dat daar een samenloop van omstandigheden ervoor had gezorgd dat “Take it Easy...” zijn misplaatste etiket verloor en de woorden voorlopig met rust zouden worden gelaten. Ter ug naar hun oorden met de woorden. Ik wees Paravati erop en begon uit ontsteltenis de eierdozen te tellen, die daar onder elastiek werden vastgehouden. Veertien hoog! Zestien eieren in een karton, schatte ik. Ik zou niets eens één ei heelhuids door dit strijdsgewoel naar de andere kant van de straat kunnen brengen...
“Take it easy? Take it easy!” verandert in India steeds meer, verklaarde Paravati. De chikaneergrenzen van politie en douanier worden verlegd. Mij was het bijvoorbeeld ook al opgevallen dat enige taxichauffeurs in New-Delhi - maar ook in de provincie - steeds vaker een grote mond opzetten tegen de ordebewakers. Na een lange, halsbrekende wedloop met de dood, die indruk bleef je in de verkeersmassa houden, ontlaadden ze hun volgestouwde spanning in een robbertje schelden en vechten met de gewapende politiemannen. Paravati legde me uit dat maatschappelijke rollen vandaagdedag in India aan een positieve verandering onderhevig zijn. Vroeger zorgde de politie ervoor dat de rijksten in hun sleeen voorrang kregen bij het inparkeren. Tegenwoordig wordt dat bijvoorbeeld niet meer gepikt en is het een sport om ertegen te protesteren en dit wangedrag dwars te zitten. In het India van nu moet “Take It Easy? Take it Easy!” zich steeds meer bezinnen.
Illustraties: Ruud van Weerdenburg.
Redactie
Dick van Zijderveld
(hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Jack Koehorst
(internet)
Madelon Kooijmans
Jakob Rosenbaum
Redactiemedewerkers
Thierry Deleu
Redactie
redactie@opspraak.net
www.opspraak.net
insturen kopij: klik hier
ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein