Oriënt online 1
Ruud van Weerdenburg
Na de brand in New Delhi en de busaanslagen
in Guwahati
Het vuur en de vingers
Welke omgeving leent zich het beste voor het in de wind slaan van waarschuwingen?
Die hoogte waarop vliegtuigvleugels aan hun uiteinde op zo`n manier wapperen
dat het bestaan van bankbiljetten – gewenst of vervloekt – uit het
geheugen verdwijnt en in een spoor van wolken onder het toestel oplost.
Hoevelen hebben
me nu weer gewaarschuwd om ergens niet heen te gaan? New Delhi, terrorstad nummer één
op het ogenblik en in Guwahati is nog korter geleden een aanslag op een bus
gepleegd, met veertig doden als gevolg.
Het kortstondig
ingehouden associatievermogen wacht nog even, volkomen in zijn element. Het
springt dan pas toe, als de mythologische sensibiliteit in de ether blijkbaar
genoeg geduld heeft uitgeoefend. Het geluid dat uit Garuda’s snavel
komt moet beslist nog door enkele banhusrispelers geëvenaard kunnen worden.
Garuda: de mythologische vogel waarop Vishnu zijn weg door de lucht vindt. In
Assam is de bamboedwarsfluit alom vertegenwoordigd – live, of van tape of
cd afkomstig. Ook via tv en dvd; Bollywood is zonder deze fluitklanken ondenkbaar.
Marktkramen en winkels drijven erop, door de dag en avond heen als kaarsvlammen
op de Ganges in Benares.
Guwahati is de cultureel belangwekkendste stad van de
staat Assam en een van de reisdoelen – maar voorlopig zitten we nog in de
lucht. De snavel van Garuda komt in de buurt van de albatros, die Samuel Coleridge
ook al een bijna goddelijke plaats toekende.
‘And lo! The Albatross proveth a bird of good
omen.’
Boven en in India kan je niet om de goden, en de godinnen niet te vergeten, heen. Om maar te beginnen met de De God der kleine dingen van Arundhati Roy en De dood van Vishnu van Manil Suri in de hedendaagse literatuur. Daarin wordt verhaald over de ‘eenvoudige mensen’ en hoe de godenwereld daarin, ondanks alles, een rol blijft spelen. Typerend voor de Indiase beleveniswereld en benaderingswijze van de transcendentale werkelijkheid is het verhaal over de totstandkoming van de laatste roman. Suri nam deel aan een literatuurworkshop en schreef een verhaal over de man die in hetzelfde trappenhuis als hij woonde. Een bediende met de naam Vishnu. De vrouw die de ‘schrijfwerkplaats’ leidde, zei na het lezen van de short story dat Suri zo`n belangrijk onderwerp ook in zijn geheel moest zien uit te werken. Ze waagde het zelfs om het woord ‘verantwoording’ te gebruiken. En de wereldberoemd geworden roman trad aan het daglicht. Hij heeft intussen ook over de andere twee van de drie-eenheid een boek afgeleverd: Shiva en Brachma.
New Delhi op de drempel van de nacht. Het vliegtuig landt en het is een adembenemend schouwspel om te zien hoe alle Indiase passagiers eensgezind opstaan en door de Europese stewardessen, in het rood gekleed, worden gesommeerd terug te gaan naar hun plaatsen. Een paar nog bleker weggetrokken stewards schieten hen te hulp. De Boeiing rijdt namelijk nog en schudt naar alle kanten. Woedend en verbouwereerd worden de veiligheidsgordels weer omgedaan, ook dat is een verplichting. En ook de kleppen van de kastjes boven onze hoofden moeten weer dicht, de spullen terug gestopt. En waarachtig: terwijl ik mij opnieuw, inderhaast na zoveel bestraffende aanwijzingen, omgordel, slaat de staart van Hanuman, de apegod, mij tegen de kin en bijna in het gezicht. Hoe heb ik kunnen vergeten dat Hanuman niet eens een voertuig nodig had om zich door de lucht te verplaatsen! Het metaal van de gordel had me een lichte kaakslag bezorgd – en daardoor word ik pas echt geconfronteerd met de twee aanslagen, New Delhi en Mumbai, in een klap. Nog niet eens een week geleden.
In Assam zou me verteld worden hoe in de dorpen op het land soms nachtenlang over de lotgevallen van de god Hanuman verteld wordt. Ook over belevenissen die niet eens in klassieke epossen zijn opgetekend.
Hanuman ontstak ooit, na de staart in een offervuur te hebben gestopt, in Lanka,
het huidige Ceylon, het vuur dat de stad vol demonen in een vlammenzee deed
veranderen. De demonen werden aangevoerd door Mahaparshva.
Op die manier is veel
onvoorstelbaars met elkaar in verbinding te brengen. Zowel in de stad als op
het land worden godinnen en goden vereerd in tempels en kapellen. Maar ook in
taxi’s,
riksha’s, scooters, omnibussen, bussen en vrachtwagens
hebben ze een optisch duidelijke plaats. In Ramayana, het heldenepos over de
prins Rama, de mooie vrouw Sita en de grote aap Hanuman, wordt verteld hoe de
apegod Hanuman, als kind van de wind, weet hoe zijn gigantische staart in een
propeller te veranderen. En in de heksenketel van het verkeer in New-Delhi lijkt
hij chauffeur en inzittenden vanaf het verlichte plakplaatje of de ingelijste
foto voorin met geluk, als door een goddelijke verrekijker, in het zicht te
houden.
Bij de bank op het vliegveld zagen we hoe achter de rug van de bediendes
een grote rat moeiteloos over de papierstapels heen, en er onderdoor en tussendoor
kan lopen – wat mij in het heetst van de angst voor terreur deed beseffen
dat India doortrokken is van corruptie. Maar later (na bezoeken aan, en gesprekken
met, zowel gesettelde intellectuelen en vereenzaamde koelis als voor hun regering
op de vlucht geraakte kunstenaars) deed het me constateren dat de angst voor
het verdwijnen van deze reusachtige ontmoetingsplaats voor meer dan vier godsdiensten,
hier eerder op van toepassing was dan de angst voor het eigen hachje. En daardoor
gaat de vergelijking met het doorboren van het World Trade Centre in New York
op 19-11-2002 voor geen meter op. Nog geen millimeter: in New York viel er op
de keeper beschouwd alleen angst voor de eigen reactie te bespeuren. Angst voor
de angst voor de eigen dood. En daarmee leek de grens van Avondland naar Morgenland,
met beide voeten op de aarde aangekomen, achter de rug te zijn en de overbrugging
van het tijdsverschil een feit geworden.
Toevallig rijdt de taxiscooter langs de grasperken en tuinen, die de parlamentsgebouwen
blijken te omzomen. Ik ga rechtop zitten en steek mijn hoofd onder de zeiloverkapping
van de gemotoriseerde driewieler uit. Doorsnee-India is uiterst ontevreden met
de regering. Totale laksheid en decadente beslissingsonmacht wordt ze verweten.
Eens kijken wat voor mensen er in en uit gaan. De twee lage zandkleurige gebouwen,
groot en rond, staan ongenaakbaar een halve kilometer verderop. Rook van kleine
theehuisjes langs de weg. Geen mens te zien bij de uit- en ingang. Eerst houd
ik hem voor een zwerfhond, de aap die op vier poten onbekommerd oversteekt.
Hanuman
straft niet, zoals de godin Kali bijvoorbeeld wel doet – en een
wezenskenmerk van hem is ook dat hij zich nutteloos en miskend kan voelen. Genoeg
over het kind van de wind – de vlammenzee is uiteindelijk geblust en daar
kan alleen maar de god Ganesha verantwoordelijk voor zijn. Het water uit de
snuit van de olifantengod, ook omnipresent en uiterst populair. Uit belangrijke
en onverwachtse hoeken en gaten van de Indiase realiteit is zijn controlerende
en beschermende aanwezigheid via altaren, plakkaten, foto’s en plaatjes
op het dashboard merkbaar. De chauffeurs zijn fabelachtige akrobaten en improvisatoren
tegelijk. Russisch ballet en Peking-opera ineen; stand-up comedy en ondergangsprediker
erbij in begrepen. Het toeteren is een kunst apart in New-Delhi en niet zelden
kan je je op de elkaar afwisselende geluiden laten meedrijven. De ‘horns’ van
de gemotoriseerde voertuigen en de bellen van de riksja’s. Een instrumentaal
potentieel dat geniaal samenwerkt, ook al zullen enkele musici in de waan blijven
dat ze alleen voor zichzelf spelen – en desondanks gaan ze uitstekend in
het geheel op.
Is er wel een doel?
De bejaarde reiziger uit Australië in de wachtkamer van
het station in New Delhi (de trein naar Guwahati had acht uur vertraging) schoot
in de roos: een maand geleden nog had hij in Wenen twee handenvol concerten
bijgewoond en hij vergeleek de klanken van de stad met de uitvoering van een
nog onontdekte compositie van Ludwig van Beethoven.
Ik bedacht dat de belofte die van
de stadslichten in de lucht uitgegaan waren, bij het dalen van het vliegtuig,
alleen al door het geluidstapijt in vervulling was gegaan.
Onmiddelijk daarna
bootste de Australiër de zwerfhonden na die om half
vier in de ochtend het door merg en been gaande gebed uit de moskee begeleiden.
Zonder waardeoordeel... zijn gezicht was benieuwd waar dat allemaal nog heen
ging.
De handelsreiziger in de trein naar Guwhati (een tocht die twee dagen zitten en liggen op dezelfde plek in de slaapwagon inhield) beschreef ons uit verveling een maaltijd met een speciaal recept dat afkomstig was van de sikhs. Hij kwam uit Amritsar en was een volgeling van Guru Nanak en de gouden tempel aldaar. Ik vroeg hem, temidden van de meest uiteenlopende kastenvertegenwoordigers, of je dat maal ook met je vingers kan eten, of dat je per se goud bestek moet gebruiken. Als spontaan antwoord stak hij me luid lachend zijn hand toe. Die ik prompt schudde. Met reizigers uit Mongolië, Bangla Desh, Bhutan en China om ons heen.
De trein reed tussen Bangla Desh en Bhutan door, een smalle strook in feite; dan krijgt het gigantische land weer alle ruimte in de staat Assam toebedeeld. Aan weerszijden kijken we in de oerwouden waarin ook Bengaalse tijgers hun domein hebben.
Guwahati kan je het kruitvat van Assam noemen, als je er vanuit gaat dat deze
naam voor Kosovo en omliggende landen al lang salonfähig is. Meer dan negen
deelstaten in dit ‘schiereiland op het land’ doen hun uiterste best
om onafhankelijk te worden. Meisjes en jongens; mannen en vrouwen werken mee
aan aanslagen op bussen en treinen – alhoewel dezelfde rivier zijn weg er
tussendoor vindt, vaak ook overstroomt: de Brahmaputra. Door grote broer Tibet
nog meer wakker geschud.
Hier vind ik naast een moskee in een alhier gedrukte
werkje over hindoe en islam de overeenkomst in beide religies beschreven in
de noodzakelijkheid van oorlog. In de Bagavad Gita en de Koran, met overtuigende
citaten. Koel en objectief waargenomen en uitgedrukt.
Het verkeersgewoel in Guwahati
is minder luidruchtig en weer heel anders op elkaar afgestemd. Als ik een slipper
aan de bumper van een omnibustaxi vastgeknoopt zie hangen, vraag ik aan de dertienjarige
zoon van een bekende naast me wat dat heeft te betekenen. Ik stel de vraag eigenlijk
meer omdat ik het zwijgen tussen ons wil verbreken.
‘Daardoor boet het boze
oog van jaloezie aan kracht in,’ legt hij
uit. ‘Die chauffeur heeft zich een grotere auto kunnen veroorloven..!’
Een
verliefde vrouw draagt er in de hindoetraditie zorg voor vroeg of laat een asafdruk,
afkomstig van geofferde wierook, ongemerkt in de nek van haar geliefde te draaien.
Ook als afweermiddel. Het is een uitstekend tegenwicht voor de stroom van rode
en oranje punten tussen de meisjes- en vrouwenwenkbrauwen op de bronsachtige en
donkerhuidige gezichten. Die ene etherisch verantwoorde vuurvogel op de massagolven
aan mensen. Kleurrijke Sari`s hier en vederende tred daar. Hoe dat valt te rijmen
met de angst van zoveel meisjes en jonge vrouwen om aan een man te blijven hangen
die haar uiteindelijk meedogenloos verbrandt (na het opstrijken van de bruidsschat,
met zijn moeder veelal als intrigant achter de schermen) – dat is beslist
niet alleen afhankelijk van het element vuur.
Illustratie: Ruud van Weerdenburg.
Redactie
Dick van Zijderveld
(hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Jack Koehorst
(internet)
Madelon Kooijmans
Jakob Rosenbaum
Redactiemedewerkers
Thierry Deleu
Redactie
redactie@opspraak.net
www.opspraak.net
insturen kopij: klik hier
ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein