BESTEL NU!

Redactioneel

Bacchanaal van kleuren

De melancholische schilder Klingsor werd in 1920 door Herman Hesse neergezet als een in een emotionele stroomversnelling rakende expressionist. ‘Klingsors letzter Sommer’ is vooral een bacchanaal van kleuren en ademloze schetsen van landschappen en stemmingen. Nog maar een paar jaar voordat ik met Klingsor kennismaakte was ik voor het eerst vanaf de Sint Gotthard naar het zuiden toe afgedaald via Bellinzona, Locarno en Lugano. De novelle van Hesse was een feest van herkenning. Wellicht daarom ben ik een liefhebber van arcadische landschappen vol kleur en met schier eindeloze vergezichten. Ook daarom heb ik iets met schilders die op een bijzondere manier met licht omgaan. Mijn regelmatige gang naar het Kröller-Müller Museum zegt daarover iets.

Het is zo mooi dat poëzie en proza zo dicht aan de waarneming met de ogen kan raken. De novelle van Hesse zal daarvan voor mij altijd een voorbeeld blijven: ik doe mijn ogen dicht en zie op mijn oogleden geprojecteerd wat geschreven is. Het is niet voor niets dat literatuur en beeldende kunst elkaar naadloos aanvullen. Dit hebben wij vanaf het allereerste begin ook met OpSpraak willen uitdrukken. Dat blijkt niet alleen uit het werk dat wij sinds 1995 publiceren, maar ook uit de manier waarop: door middel van het telkens weer raken aan de beeldende kunst, zoals in dit nummer met ‘Wie is van glas?’.

In de zomer van 1997 schreef onze toenmalige redactrice Jet van Swieten al een essay over ‘zeelicht als inspiratiebron’. Ik weet dat licht voor haar nog steeds een dankbare inspiratiebron is. Het ligt voor de hand dat wij al die jaren (bijna smachtend) hebben zitten uitkijken naar het moment dat wij ons blad in kleuren mochten hullen. Het leek tot nu toe door budgettaire omstandigheden altijd een utopie. Totdat wij een sponsor, die even niet bij naam genoemd wil worden, bereid vonden onze diepste wens in vervulling te doen gaan. Ziedaar: ons eerste kleurenomslag, met – hoe kan het ook anders – een zonnebloem, een ode aan al die kleurrijke teksten die wij ooit publiceerden.

Dit nummer heeft een ‘kleurrijke’ en gevarieerde inhoud. MURK A.J. POPMA maakte een poëzievertaling van Russische oorlogspoëzie. Reden om met hem te gaan praten. Dezelfde POPMA boog zich samen met collega KAREL WASCH over de onlangs gestorven dichter Wim van der Molen. Waarna KAREL WASCH het roer overneemt om prachtig te verhalen over zijn grootvader, literator en ‘tovenaar’ met glas. WERNER THOLEN zet in zijn rubriek Gekken en Dwazen het vergrootglas op Anne Sexton, dichteres, en draagt verder bij met een column onder de titel ‘kunststof’.

Dit blad completeren wij met de waardevolle poëtische bijdragen van BARNEY AGERBEEK, FRANS DE BIRK, JOKE KAVIAAR, JANE LEUSINK, EDDY LIE en FRANS TERKEN. Zelf schreef ik speciaal voor dit nummer een kort verhaal. Daarbij prijs ik mij gelukkig in het gezelschap te zijn van JOS KOOL en RUUD VAN WEERDENBURG, die beiden prachtige stukken proza aanleverden.

Jack Koehorst


Copyright 1994-2002