
Inhoud
Niets is beter georganiseerd dan de chaos, een interview met Enrique
Raxach, Jack Koehorst
Drammen, Jacq. S. Bah
De gids, Henk Korebrits
Toon Hermans en 'af en toe een beetje', Cor
van der Kooij
Ondanks Kaïn 2: Dodenakker, Maxime Grasky
In memoriam Riec Kolman, Frans de Birk
In memoriam Roger Wastijn, Frans de Birk en
Jack Koehorst
Prijzenslag, Jack Koehorst
Poëzie van
Joke van den Ark
David van Bambost
Lucie de Bazel
Joke Berensen
Frans de Birk
Renée Blom
Sietske Boer
Jan Bontje
Thomas Bosgaard
D.J. Delahaye
Deen Engels
Wim den Engelsen
Monique Goderie
Felix Grasky
Norma Jonkers
Hans Kilian
Gerrit Knoester
Ton Luiting
V.S. Scholze
Willy Sennebad-Henrich
Helen Smit
Hans Verdonk
H.C.S.M. Walter
De
vertraagmachine
door: Norma Jonkers
De grond beweegt onder mijn voeten
mijn schoenen nemen een loopje met me
achter mij loopt mijn vorige ik
riskant groei ik op
toekomst is lelijk en luid
de naargeestige bevolking beweegt grauw en triest
op hun muziek die bestaat uit de verloren
geluidsgolven van eenzaamheid
aan het stuur van zijn rijkdom
drijft een vijand voorbij in
een rivier vol fonkelende zakspiegeltjes
alweer onderweg om thuis terug te keren
verloren drenkeling in een oceaan
van consumptiegoed
er schaatsen vreemde figuren door het daglicht
dit belooft weer een hoop ellende
zelfs in het toilet zit een wespennest
maar er is geen andere manier om te leven
je moet weten hoe je moet gaan staan
de handen tegen ogen en oren houden
terwijl je de wereld steelt
de omwegen der genade liggen open voor wie ze wel wil
ik ben hem en zijn geluid vergeten ik
draag namelijk kleurige kleren onder mijn rouwpak
mijn gestoorde pianist schept mijn hoofd leeg
staand op de rand van een onbewolkte dag
mijn welgevormde vieze voeten in het paradijs
ja, je moet jezelf verrassen
gewoon om een deur heen wentelen
kijk, daar zit een dame
in een wissellijst met een perzik in haar hand
zij hapt gaten in de hemel
een albasten vrouw samen met
de schaduw van een vreemdeling
zij bouwen droomkastelen en huilen zoete tranen
en maken herinneringen voor later
zij maken dingen om de dag door te komen
ik ben van steen zo stil en lach
om hen niet te storen
mijn ziel is een vuurtoren die om hun dagen knipoogt
ik zal je als een beest beminnen jij zwarte rover van mijn nacht
de armen van mijn liefde bedenken mijn werkelijkheid
is de hemel soms te laag voor mijn dromen
ik wil je bomen sturen en onrustbarend gewone dingen
en nee ik zal niet bewegen
elke pen gebruikt mij voor haar boodschap
verstrikt mij in een bolwerk van woorden
laat mij papieren brieven schrijven
er voeren trollen oorlog in mijn kop
ik krijg claustrofobie in mijn eigen haar en wind mijn hoofd af
in de kamers van mijn gedachten verzet ik gebergten
ik ontdenk de chaos
maar ik zal niet bewegen
ik sta als een onwrikbare steenfabriek
in de verzameling van een strandjutter
het zijn de zwangere dromen die voorbij trekken
dit is een gedenkwaardige dag
kan niet spreken van al het bizarre
nu de duisternis breder wordt
is mijn geboorte nabij
maar ik beweeg me niet
ik heb me nooit bewogen.