Madelon Elvira Kooijmans
Redacteur Poëzie

Madelon, aangenaam. Als liefhebber van boeken en schrijven in het algemeen probeer ik de wereld wat mee te geven van wat mij raakt.
Al vanaf dat ik de eerste letters kon lezen verslind ik boeken. Klein, dik, dun, literair, poëzie, lectuur… zolang het maar bladzijden heeft. Mijn boekenkast puilt dan ook uit.
Daarbij komt nog dat ik zelf ook graag schrijf, geen boeken weliswaar, maar wel poëzie en af en toe een kort verhaal. Net wanneer ik inspiratie heb. Ik heb 2 bundels in familiekring uitgebracht.
In het dagelijks leven studeer ik Communicatie. Daarnaast hou ik nog een weblog bij over literatuur, poëzie en dingen die daarmee te maken hebben. Ook ben ik sinds 2009 freelance copywriter, oftewel tekstschrijver voor reclamedoeleinden.
Poëzie:
Ballerina
Een meisje
Klein en teer
Door oorlog verdrongen
Ze heeft moeten zien moorden
Elke keer weer
Ze is een been verloren
Ze wil zo graag
Maar kan niet meer dansen
Ballerina wou ze graag worden
Haar familie vernietigd
Haar toekomst vermoord
Maar toch, als je kijkt in haar ogen
Dan zie je
De ballerina in haar
Die danst nog steeds door.
Eerste Oogst (2005)
De waarheid
De waarheid
Lijkt in mijn ogen
Slechts een illusie
Soms waar
En soms gelogen
Over de dingen
Die ik nu zie
De waarheid
Soms van grote
En soms van kleine betekenis
Maar ach,
Al loop je in 7 sloten
Je weet nooit wanneer
Het de echte waarheid is
Gedachten (2008)
Weblog:
http://madelonkooijmans.wordpress.com/
Kort verhaal:
(On)schuld)
Je bent zo
afwezig de laatste tijd. Staren uit het raam, geen gesprek komt op gang. Je
stort je volledig op je werk. Vaak heb ik ernaar gevraagd. Maak je je zorgen? Zorgen over ons misschien? Je antwoordt altijd
ontkennend. Een geforceerde glimlach tover je tevoorschijn en je zegt dat het
niets is. Ik geloof je niet. Layla voelt het ook. Ze
is stiller dan normaal en durft je niets te vragen omdat ze haar vader niet wil
storen in zijn gedachten.
‘Ivy, ga even zitten. Ik moet je wat vertellen.’ Dat is wat
je zei. ‘Ik moet je wat vertellen…’, gedachten raasden door
mijn hoofd. Vertellen? Wat vertellen? Ben je ontslagen? Ben je ziek? Ga
je vreemd? De meest bizarre situaties flitsten langs me heen. ‘Ik heb een
vreselijke fout begaan. Ik hoop dat je me ooit zal kunnen vergeven.’ ‘Fout? Wat voor fout? Waar heb je het
over?’ Ik probeer rustig te blijven, maar dat lukt me niet. Wat kan er in
hemelsnaam nou zo erg zijn? ‘Je hebt misschien wel gemerkt dat ik de laatste
tijd niet meer zo vrolijk en optimistisch ben als ik vroeger was. Dat heeft een
reden’. De koffie wordt langzaam koud terwijl de tijd voorbij kruipt…
Mijn gedachten
gaan naar vroeger. Vijf jaar geleden leerde ik je kennen. Ik was die bewuste
dag laat voor mijn werk. Ik haastte me naar het station, mijn haar nog in de
war, make-up half op mijn gezicht. Vlak voordat ik, bezweet en wel, de trein in
wilde stappen, botste ik tegen je op. De gloeiend hete koffie die je in je handen
had ging over jouw rode blouse en mijn wangen werden dezelfde kleur. Ik
verontschuldigde me voor mijn klunzigheid en bood aan de kosten voor de
stomerij op me te nemen. ‘Trakteer me maar op een verse kop koffie’ zei je met
een glimlach in je ogen.
Ik was direct verliefd.
Zo begon het.
Het klikte en we konden over alles praten. Elk gevoel werd gedeeld. Vrij snel
trok je bij me in en trouwden we. Ons geluk kon niet meer stuk toen ik zwanger
bleek te zijn van onze, inmiddels vier jaar oude,
dochter.
‘Ivy, luister je nog wel’? ‘Ja, wat zei je ook alweer’? ‘Ik
zei dat ik een reden heb voor mijn neerslachtigheid. Ik wilde je het al veel
langer vertellen, maar kon de moed er niet voor opbrengen. Het is niet makkelijk je dit te vertellen, maar het moet’. Vertel het
nou maar gewoon, denk ik bij mezelf, deze spanning hou
ik niet langer uit. ‘Weet je nog dat ik een paar weken geleden over moest
werken en dat ik toen ben blijven slapen op kantoor’? ‘Ja, dat weet ik nog,
hoezo?’ Mijn god, zou hij nou echt vreemdgaan? Stort hij zich daarom zo op het
werk? Nee, zo zit hij niet in elkaar… toch? Hij zou me nooit bedriegen met een
ander, dat zit gewoon niet in zijn karakter. Hij zou toch beter moeten weten.
Zijn vader is er met een ander vandoor gegaan, hij weet hoeveel pijn dat doet
voor degene die achterblijft. Zo stom zal hij toch niet zijn? ‘Ik weet geen
subtiele manier om het je te vertellen, dus zeg ik het maar direct en zonder
omwegen. Ik heb gemoord’.
Ik ben zo
verbaasd dat ik niets weet uit te brengen. Er gaat van alles door mijn hoofd.
Gemoord? Wie dan? En waarom? Langzaamaan komt mijn realiteitszin weer terug en
vlieg ik van mijn stoel van woede. ‘Je hebt wat gedaan!?
Gemoord!? Jij? Ben je helemaal belazerd?
Wat dacht je, laat ik dit al die tijd maar verzwijgen voor mijn vrouw, zodat je
nog een alibi kan verzinnen? Ik mag hopen dat je een plan hebt, dat je een oplossing
hebt, want ik doe hier niet aan mee.’ Stamel ik.
Layla is geschrokken van mijn harde stem en
kijkt bang om het hoekje van de deur. ‘Schatje, ga maar
rustig spelen op je kamer, er is niets aan de hand. Papa en mama hebben even
een gesprek met elkaar’ zeg je rustig. ‘Ja’, schreeuw
ik, ‘nu kun je nog lieve en geruststellende woorden tegen je dochter zeggen.
Als je straks in de gevangenis zit, piep je wel anders’. ‘Ivy,
rustig nou. Ga even zitten. Ik haal even een glaasje
water voor je. Ik weet dat het veel is om in één keer te verwerken. Maar ik kan
het allemaal uitleggen.’ ‘Uitleggen? Ja, aan de politie kun je het uitleggen,
ja. Die zullen het vast wel begrijpen’. Langzaam barst ik in tranen uit. Hoe
heeft dit nou kunnen gebeuren? Ik herken hem er helemaal niet in. En ik maar
denken dat hij vreemdging. Nu is alles stuk. Ons leven samen. Zijn baan kan hij
wel vergeten. Wie weet hoeveel jaar hem aan straf te wachten staat. Layla is dan misschien al bijna volwassen. Wat een
puinhoop…
‘Je hebt alles
kapot gemaakt’ zeg ik snikkend. ‘Als dit uitkomt, kan je je
leven wel vergeten’. ‘Liefje…’ ‘Noem me geen liefje,
dat kan ik nu even niet aan’. ‘Ivy, ik kan alles
uitleggen. Ik was die avond aan het werk op kantoor. Het begon al laat te
worden. Iedereen was naar huis en de beveiliging van het gebouw had pauze. Ik
was de enige op de verdieping. Ik dacht dat ik voetstappen hoorde, maar bedacht
me toen dat dat niet mogelijk was omdat ik de enige
aanwezige was. Opeens hoorde ik verderop in de gang een deur open gaan. Dit kon
ik me niet verbeelden dacht ik, dus ik ging kijken. Misschien was het wel
iemand van de beveiliging of een medewerker die nog iets op kwam halen. De gang
die ik inliep was pikkedonker en ik kon amper iets zien. Verderop stond er
inderdaad een deur open en een lichtstraal viel de gang in. Voorzichtig liep ik
die kant op, proberen om geen geluid te maken. Toen ik vlakbij de kamer was
hoorde ik twee personen die gedempt met elkaar aan het praten waren. Net toen
ik mijn telefoon uit mijn zak wilde halen om de beveiliging te waarschuwen,
kwam één van de twee personen naar buiten. In een reflex sloeg ik hem neer en
rende de kamer in. De andere persoon was door papier aan het bladeren die op
het bureau verspreid lagen. Hij draaide zich met een ruk om en keek me strak in
mijn gezicht aan. Ik bedacht me geen moment en wilde hem neerslaan, zodat ik
alsnog de kans had om de beveiliging te waarschuwen. We raakten in een gevecht
en vielen samen door de ruit van de kamer het balkon op. Nog geen moment later
zag ik een kans om de overhand te krijgen in het gevecht. Wat ik in het donker
niet had gezien was dat de balustrade van het balkon in zeer slechte conditie was,
dus toen ik de man ertegen drukte om hem de laatste slag te geven zodat hij
buiten bewustzijn zou raken, brak de balustrade door. De man viel vijf
verdiepingen omlaag en kwam op de tegels terecht. Achter mij was de andere
persoon inmiddels alweer opgestaan en wilde me
aanvallen. Gelukkig was ik nog bij mijn positieven en kon ik wegduiken. Ook
deze man viel over het balkon naar beneden. Beiden lagen ze op de tegels en een
donkere plas verspreide zich rondom hen. Ik ben gauw naar mijn kamer gerend en
heb mijn spullen gepakt. Ik heb me opgesloten in de toiletten en gewacht tot
alle politie en ziekenwagens verdwenen waren. Toen ben ik naar de parkeergarage
gevlucht en in de auto gestapt. Ik was compleet overstuur en ben toen een heel
eind gaan rijden zodat ik mijn gedachten op orde kon brengen. Tegen de ochtend
was ik weer helder van geest, heb me opgefrist en ben weer terug naar kantoor
gereden.Toen de politie ’s middags kwam vragen of iemand iets gezien had, heb
ik gezegd dat ik rond acht uur naar huis ben gegaan en dat jij dat kan
bevestigen. Het was een ongeluk. Ik kon er niets aan doen. Help me alsjeblieft,
je bent mijn enige hoop’.
Ik ben stomverbaasd. Tijdens dit verbijsterende verhaal heb ik met
open mond geluisterd. Af en toe mijn tranen weggeveegd. Ik kan het niet
bevatten. Wat moet ik nu doen? Moet ik hem dat alibi verschaffen, of moet hij
gestraft worden voor zijn daden? Ik kan hem toch niet zomaar de gevangenis in
laten gaan? Daar komt hij nooit meer levend uit. En wat moet ik Layla vertellen. Dat papa even weg is en misschien wel
nooit meer terugkomt? Alles is kapot…
Oktober
2009