Madelon Elvira Kooijmans

Redacteur Poëzie

 

 

Y:\Madelon\Privé\Afbeeldingen\foto's\new\CIMG4017.JPG

Madelon, aangenaam. Als liefhebber van boeken en schrijven in het algemeen probeer ik de wereld wat mee te geven van wat mij raakt.

 

Al vanaf dat ik de eerste letters kon lezen verslind ik boeken. Klein, dik, dun, literair, poëzie, lectuur… zolang het maar bladzijden heeft. Mijn boekenkast puilt dan ook uit.

 

Daarbij komt nog dat ik zelf ook graag schrijf, geen boeken weliswaar, maar wel poëzie en af en toe een kort verhaal. Net wanneer ik inspiratie heb. Ik heb 2 bundels in familiekring uitgebracht.

 

In het dagelijks leven studeer ik Communicatie. Daarnaast hou ik nog een weblog bij over literatuur, poëzie en dingen die daarmee te maken hebben. Ook ben ik sinds 2009 freelance copywriter, oftewel tekstschrijver voor reclamedoeleinden.

 

 


Poëzie:

  

Ballerina

 

Een meisje

Klein en teer

Door oorlog verdrongen

Ze heeft moeten zien moorden

Elke keer weer

Ze is een been verloren

Ze wil zo graag

Maar kan niet meer dansen

Ballerina wou ze graag worden

Haar familie vernietigd

Haar toekomst vermoord

Maar toch, als je kijkt in haar ogen

Dan zie je

De ballerina in haar

Die danst nog steeds door.

Eerste Oogst (2005)                                      

 

 

 De waarheid

 

De waarheid

Lijkt in mijn ogen

Slechts een illusie

Soms waar

En soms gelogen

Over de dingen

Die ik nu zie

 

De waarheid

Soms van grote

En soms van kleine betekenis

Maar ach,

Al loop je in 7 sloten

Je weet nooit wanneer

Het de echte waarheid is

                Gedachten (2008)

 

                              

Weblog:

http://madelonkooijmans.wordpress.com/

 

Creative Copywrite:

 

 

 

 

 

Kort verhaal:

(On)schuld)

 

Je bent zo afwezig de laatste tijd. Staren uit het raam, geen gesprek komt op gang. Je stort je volledig op je werk. Vaak heb ik ernaar gevraagd. Maak je je zorgen? Zorgen over ons misschien? Je antwoordt altijd ontkennend. Een geforceerde glimlach tover je tevoorschijn en je zegt dat het niets is. Ik geloof je niet. Layla voelt het ook. Ze is stiller dan normaal en durft je niets te vragen omdat ze haar vader niet wil storen in zijn gedachten.

 

Ivy, ga even zitten. Ik moet je wat vertellen.’ Dat is wat je zei. ‘Ik moet je wat vertellen…’, gedachten raasden door mijn hoofd. Vertellen? Wat vertellen? Ben je ontslagen? Ben je ziek? Ga je vreemd? De meest bizarre situaties flitsten langs me heen. ‘Ik heb een vreselijke fout begaan. Ik hoop dat je me ooit zal kunnen vergeven.’  ‘Fout? Wat voor fout? Waar heb je het over?’ Ik probeer rustig te blijven, maar dat lukt me niet. Wat kan er in hemelsnaam nou zo erg zijn? ‘Je hebt misschien wel gemerkt dat ik de laatste tijd niet meer zo vrolijk en optimistisch ben als ik vroeger was. Dat heeft een reden’. De koffie wordt langzaam koud terwijl de tijd voorbij kruipt…

 

Mijn gedachten gaan naar vroeger. Vijf jaar geleden leerde ik je kennen. Ik was die bewuste dag laat voor mijn werk. Ik haastte me naar het station, mijn haar nog in de war, make-up half op mijn gezicht. Vlak voordat ik, bezweet en wel, de trein in wilde stappen, botste ik tegen je op. De gloeiend hete koffie die je in je handen had ging over jouw rode blouse en mijn wangen werden dezelfde kleur. Ik verontschuldigde me voor mijn klunzigheid en bood aan de kosten voor de stomerij op me te nemen. ‘Trakteer me maar op een verse kop koffie’ zei je met een glimlach in je  ogen. Ik was direct verliefd.

 

Zo begon het. Het klikte en we konden over alles praten. Elk gevoel werd gedeeld. Vrij snel trok je bij me in en trouwden we. Ons geluk kon niet meer stuk toen ik zwanger bleek te zijn van onze, inmiddels vier jaar oude, dochter.

 

Ivy, luister je nog wel’? ‘Ja, wat zei je ook alweer’? ‘Ik zei dat ik een reden heb voor mijn neerslachtigheid. Ik wilde je het al veel langer vertellen, maar kon de moed er niet voor opbrengen. Het is niet makkelijk je dit te vertellen, maar het moet’. Vertel het nou maar gewoon, denk ik bij mezelf, deze spanning hou ik niet langer uit. ‘Weet je nog dat ik een paar weken geleden over moest werken en dat ik toen ben blijven slapen op kantoor’? ‘Ja, dat weet ik nog, hoezo?’ Mijn god, zou hij nou echt vreemdgaan? Stort hij zich daarom zo op het werk? Nee, zo zit hij niet in elkaar… toch? Hij zou me nooit bedriegen met een ander, dat zit gewoon niet in zijn karakter. Hij zou toch beter moeten weten. Zijn vader is er met een ander vandoor gegaan, hij weet hoeveel pijn dat doet voor degene die achterblijft. Zo stom zal hij toch niet zijn? ‘Ik weet geen subtiele manier om het je te vertellen, dus zeg ik het maar direct en zonder omwegen. Ik heb gemoord’.

 

Ik ben zo verbaasd dat ik niets weet uit te brengen. Er gaat van alles door mijn hoofd. Gemoord? Wie dan? En waarom? Langzaamaan komt mijn realiteitszin weer terug en vlieg ik van mijn stoel van woede. ‘Je hebt wat gedaan!? Gemoord!? Jij? Ben je helemaal belazerd? Wat dacht je, laat ik dit al die tijd maar verzwijgen voor mijn vrouw, zodat je nog een alibi kan verzinnen? Ik mag hopen dat je een plan hebt, dat je een oplossing hebt, want ik doe hier niet aan mee.’ Stamel ik.

Layla is geschrokken van mijn harde stem en kijkt bang om het hoekje van de deur. ‘Schatje, ga maar rustig spelen op je kamer, er is niets aan de hand. Papa en mama hebben even een gesprek met elkaar’ zeg je rustig. ‘Ja, schreeuw ik, ‘nu kun je nog lieve en geruststellende woorden tegen je dochter zeggen. Als je straks in de gevangenis zit, piep je wel anders’. ‘Ivy, rustig nou. Ga even zitten. Ik haal even een glaasje water voor je. Ik weet dat het veel is om in één keer te verwerken. Maar ik kan het allemaal uitleggen.’ ‘Uitleggen? Ja, aan de politie kun je het uitleggen, ja. Die zullen het vast wel begrijpen’. Langzaam barst ik in tranen uit. Hoe heeft dit nou kunnen gebeuren? Ik herken hem er helemaal niet in. En ik maar denken dat hij vreemdging. Nu is alles stuk. Ons leven samen. Zijn baan kan hij wel vergeten. Wie weet hoeveel jaar hem aan straf te wachten staat. Layla is dan misschien al bijna volwassen. Wat een puinhoop…

 

‘Je hebt alles kapot gemaakt’ zeg ik snikkend. ‘Als dit uitkomt, kan je je leven wel vergeten’. ‘Liefje…’ ‘Noem me geen liefje, dat kan ik nu even niet aan’. ‘Ivy, ik kan alles uitleggen. Ik was die avond aan het werk op kantoor. Het begon al laat te worden. Iedereen was naar huis en de beveiliging van het gebouw had pauze. Ik was de enige op de verdieping. Ik dacht dat ik voetstappen hoorde, maar bedacht me toen dat dat niet mogelijk was omdat ik de enige aanwezige was. Opeens hoorde ik verderop in de gang een deur open gaan. Dit kon ik me niet verbeelden dacht ik, dus ik ging kijken. Misschien was het wel iemand van de beveiliging of een medewerker die nog iets op kwam halen. De gang die ik inliep was pikkedonker en ik kon amper iets zien. Verderop stond er inderdaad een deur open en een lichtstraal viel de gang in. Voorzichtig liep ik die kant op, proberen om geen geluid te maken. Toen ik vlakbij de kamer was hoorde ik twee personen die gedempt met elkaar aan het praten waren. Net toen ik mijn telefoon uit mijn zak wilde halen om de beveiliging te waarschuwen, kwam één van de twee personen naar buiten. In een reflex sloeg ik hem neer en rende de kamer in. De andere persoon was door papier aan het bladeren die op het bureau verspreid lagen. Hij draaide zich met een ruk om en keek me strak in mijn gezicht aan. Ik bedacht me geen moment en wilde hem neerslaan, zodat ik alsnog de kans had om de beveiliging te waarschuwen. We raakten in een gevecht en vielen samen door de ruit van de kamer het balkon op. Nog geen moment later zag ik een kans om de overhand te krijgen in het gevecht. Wat ik in het donker niet had gezien was dat de balustrade van het balkon in zeer slechte conditie was, dus toen ik de man ertegen drukte om hem de laatste slag te geven zodat hij buiten bewustzijn zou raken, brak de balustrade door. De man viel vijf verdiepingen omlaag en kwam op de tegels terecht. Achter mij was de andere persoon inmiddels alweer opgestaan en wilde me aanvallen. Gelukkig was ik nog bij mijn positieven en kon ik wegduiken. Ook deze man viel over het balkon naar beneden. Beiden lagen ze op de tegels en een donkere plas verspreide zich rondom hen. Ik ben gauw naar mijn kamer gerend en heb mijn spullen gepakt. Ik heb me opgesloten in de toiletten en gewacht tot alle politie en ziekenwagens verdwenen waren. Toen ben ik naar de parkeergarage gevlucht en in de auto gestapt. Ik was compleet overstuur en ben toen een heel eind gaan rijden zodat ik mijn gedachten op orde kon brengen. Tegen de ochtend was ik weer helder van geest, heb me opgefrist en ben weer terug naar kantoor gereden.Toen de politie ’s middags kwam vragen of iemand iets gezien had, heb ik gezegd dat ik rond acht uur naar huis ben gegaan en dat jij dat kan bevestigen. Het was een ongeluk. Ik kon er niets aan doen. Help me alsjeblieft, je bent mijn enige hoop’. 

 

Ik ben stomverbaasd. Tijdens dit verbijsterende verhaal heb ik met open mond geluisterd. Af en toe mijn tranen weggeveegd. Ik kan het niet bevatten. Wat moet ik nu doen? Moet ik hem dat alibi verschaffen, of moet hij gestraft worden voor zijn daden? Ik kan hem toch niet zomaar de gevangenis in laten gaan? Daar komt hij nooit meer levend uit. En wat moet ik Layla vertellen. Dat papa even weg is en misschien wel nooit meer terugkomt? Alles is kapot…

 

 Oktober 2009