o

Eric Vandenwyngaerden

Als ze schrijft of ze danst 

(...)  

uiteindelijk tekent zich
een lichaam tegen mijn netvlies af:
het is een vrouw

ze zit neer aan de tafel

in grimmige kronkels
doet ze haar ding.

We kijken haar gebedenboek even in:
doordringend gedicht
(ze is zo gedreven).

Soms – uit haar stilleven weggeplukt –
verdwijnt ze: de deur uit, de straat op
de wereld (ook dat willen wij,
wij dolende dwazen).

Laatst, op een kunstveiling
zag ik de schimmige H. terug
zijn eeuwige sjaal

een hand in de hand op zijn rug.

(...)  

uiteindelijk speelt ze
haar spel met de meester:
beweegt als een dier

en danst rond de tafel

bij elke doortocht
verliest ze een ding.

Maar hij staart door haar lichaam
haar spel zegt hem niets.

Hij is uit het aardse weggeglipt
door de lichtende deur, naar de gapende straat
en hoger de hemel (daar zoeken zijn ogen
die andere dwaas).

Op een boekenbal zag ik haar
later terug
met een kleverige knaap

een vochtige dweil om haar rug.

 

Doezel

Men zegt dat het is
als in zomerse dagen in zon
even weg uit jezelf
en dan kom je terug: even weg even terug.

Men zegt dat de geest zich verslaapt
dat de moeheid haar draaikolken draait
en je hoofd dan doet knikken, opschrikken
en daarna weer slapjes verdwaast.

Maar soms dorstig verlaat je die plaats
waar het is - naar men zegt - soms te droog.
Ja soms wordt het zo droog dat je gaat
en je heil zoekt in bubbels omhoog.

 



Redactie

Dick van Zijderveld (hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Jack Koehorst
(internet)
Madelon Kooijmans
Jakob Rosenbaum

 

Redactiemedewerkers

Thierry Deleu
Thierry Langeweg

Jos van Liempdt
Pepijn Uljé

 

Redactie

redactie@opspraak.net
www.opspraak.net

insturen kopij: klik hier

ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein