o

Deldjou Fard

Van Rijn tot Karun

Ik maakte het raam open,
het raam dat zo lang dicht is geweest.
Ik bevrijdde de vogel uit de kooi van mijn ogen.
Kijk dan!

Wat prachtig is de Rijn,
wat loopt hij rustig door.
Als hij me meeneemt.....
ga ik met hem mee.

Ik kom bij de zee aan,
ik kom daar aan.....

De geur van de zee,
de geur van de vis,
de geur van de kust,
die blauwe kleur.

De dans van de golven onder de regen,
de foto van de zon in de zee,
weet je nog? ja?

De geur van het bos,
de geur van de aarde.
Het zingen van de regen,
de geur van natte bladeren.

De geur van de bloemen,
de geur van de roos,
heel veel jasmijn over de muur,
weet je nog? ja?
De warme dagen,
aan de Karun rivier,
de geur van de dadels,
de geur van de palmen.

De geur van de tarwe
de geur van het warme brood,
De geur van het verbrande hout
in heb bakhuis,
weet je nog? ja?

Het begin van de weg
Denken aan weggaan
van iedere plaats en van iedereen,
Vaarwel zeggen
Gaan, gaan en gaan,
nooit het doel bereikt,
weet je nog? ja?

Nu is alles.......
Er is een kamer, een raam,
er is een muur, een spiegel,
zeg,
weet je het nog? ja?
ja, ik weet het nog......
ik weet het nog......

Ik maak het raam dicht,
het raam dat nooit meer gesloten zal blijven.
Morgen
zal ik de Rijn gaan begroeten,
opnieuw
Weer zal ik met hem op reis gaan

Kijk maar,
Hoe prachtig is het leven,
hoe rustig stroomt de Rijn...

 



Redactie

Dick van Zijderveld (hoofdredacteur)
LeoArie Elsenaar
Deborah Klaassen
Naomi Montroos
Jakob Rosenbaum
Suzanne Ruhof
Chloé van Uum

Redactiemedewerkers

Thierry Deleu
Thierry Langeweg

Jos van Liempdt
Pepijn Uljé

 

Redactie

redactie@opspraak.net
www.opspraak.net

insturen kopij: klik hier

ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein