Gedichten - augustus 2008

Voorlopig zonder titel

Kan je het dansen
weer herhalen?
oorspronkelijk en gebeurd
zo loodrecht wil ik aan je denken
 
nu al, veeg ik de spreeuwen uit mijn gezicht
dit was liefde in vrije val
is dit het vertalen van mijn kreupel wisselrefrein?
 
 woorden zal ik uitkleden
 mezelf uit elk zinsverband stoten
 je troost en koningsbloed zijn
 
het blindvuur heb ik in je voortgeplant
de vlam van beloofde liefde verborgen
in een karavaan van wanhoop en verdriet
 
nu weet ik, te laat om aan te landen
blindgangers zingen waar ik je verloren heb.

Jan Anton Gilles

 

Benauwend

benauwend is de bol
waarin mijn denken hoelahoept
deze tegendraadse geest
ijverig een uitgang zoekt

zich stijfkoppig kubus droomt
met hoeken om in weg te kruipen
ofwel balk met lange muren
ramen met weids zicht op buiten

soms waant hij zich liever nog
parallellepipedum
want op een vloer bestaand uit gram
voelt het goed zijn gal te spuwen

Vera De Brauwer

 

Peptalk

mijn shalom vreet zich een gat in morgen
bommen dwalen af als ik wat zeg
ik laat de oorlog maar begaan
mijn hagelwitte jurk besmeuren
 
alles komt mij toegewaaid
-de grijze as van Levi-
waarheid is een volgevreten vloek
ik wil maar zeggen, honger nu?
 
hier schrijft men vrijheid onderstreept
heel langzaam opgetild naar hoger
duiven mogen hier niet landen
het is té onrustig als ik praat
 
als ik in mijzelf verander groet ik weer

Rachel

 

De Hof van Eden

Het laatste jaar hadden we aardbeien.
Onbeperkt, zo leek het, rijp.
We aten op ons bed van sla
en merkten niets van de erosie
en de pitjes die tot zweren zouden leiden.

Pas aan het einde van de zomer,
toen we afscheid namen

(met rotte stompen grijnsden,
leugens in elkaars kale schedels mompelden,
het komt wel goed, volgende lente weer),

wisten we:

verliezen begint bij de eerste ontmoeting.
Met het zaad ontkiemt het bederf.

Peter Knipmeijer

 

Auteur zijn?

Als mieren wervelkringelend mijn hersenen belopen
de woorden van mijn evenmens vervagen tot gefluister
snap ik de wereld niet en evenmin de verhalen van
zin en onzin in boekjes bladzijden uitlopend over

de rand van het toelaatbare is dat schrijven? auteur zijn?
ik walg van die bedoening en ontvlucht ze constant voor
andere oorden waar mijn denken verdrinkt in prozac
mijn bloed zich dunnetjes mengt met lichtlopend asaflow

en desalniettemin kan ik het niet laten het genot
in de kiem te smoren de angst te doen zegevieren
over het ongewoon banale van het dagelijkse
leven ik broed een ei uit nieuw boek met nooit gevraagde

woorden regels zinnen waar geen mens op wacht tenzij
ik zelf mijn spiegel mijn libido mijn alter ego
ja ja ik besef het weer ik stop ermee ik wil het niet
nog maar eens ondergaan tot eigen eer vergane glorie.

Joris Dewolf