|
Gedichten
- juli 2008
de populieren
de populieren zoeken een wilde vorm
vibrafoon lijnen
een strak koord ruisende seinen
naar de hemelpoort
bladeren in volle storm
op de luchtharp
gelaafd geslapen
lange twinkeling van bladen
schuil gegaan verstaan open
in een hoge tuimeling doorgebroken
het zijn serene vissen
druipend groen water klissen
over mijn hoofd
zuchtende spiralen
graaiend naar houvast
groen blad voor blad
een sluimerende nerf
in het psalm meegevoerd
naar een hoog festijn
het diepe zijn
een dwalen
van opgeschoren hagen
tuinen
sierlijke pluimen
jong als oud met volle teugen
uit het groene geheugen
een vaste toon
zonder verblijf
bewegend lijf
als jullie aan de dijk staan
geplant in koor
overvoerd met muziek
de hemel beroeren
wil ik luisteren
naar zuivere refreinen
het gezongen verhaal
van een rijke zomer
voor een dorpse dromer.
Pieter Sierdsma
Dodemansdroom
ze hebben mij niet achteraf gelegd
ik houd van stadsranden en vinexwijken
waar de bouwkraan bakken zon
uit stuurse zomerwolken dregt
dichtbij de roep van schepen
op weg naar zee of stroomopwaarts
de ruimen tot de boorden ingeklaard
met wit geslepen spiegelbeelden
treinen ratelen mij rakelings voorbij
stoppen luidkeels bij het buurtstation
wie niet meetelt heeft zijn reizen vrij
en geen weet van grens of horizon
ook voor doden zijn de nachten om te slapen
dromen zijn mij niet verboden
gerugzakt ga ik met mijzelf op reis
weg van de tuinman op de paden
met zijn zeis en kiezelhark
de wortels en de schimmeldraden
boven mijn hoofd
van het park de zwarte onderkant
Gerrit Pleiter
Fatale Morgana
Mijn lichaam schuurde zich rauw vlees langs muren
en alle straatverlichting bedekte ik met schedelhuid
zo is het zwijgend
steen geworden.
Als ik ren vallen mijn voetstappen door de aarde
zuigen de holle gaten alle mensen mee:
bloeiend nacht schrijft zwart op straat.
Voor de deur wens ik mezelf een derde long
toe als ik de luchtbellen probeer te raken. Dan
weer de vingers, stukjes hand, bot, de straat.
Er opent zich een lichtloos gat in het marmersteen
het lichaam valt uiteen, zonder gillen
zingt zich een stem uit de muur: het zegt niets.
Maxim Roozen
Afscheid
Tussen vandaag en toekomst
loopt de oude melkweg
naar onbekende sterren
De nacht achtervolgt
de lopende vlinders
de ochtend telt de dagen
Hassan Golbang Khorasani
in de armen van hellas
over platgetrapt gras vlucht ik
uit de wurggreep van mijn huis
zweef op zilveren vleugels naar je toe
je hebt me ingepalmd zonder woorden
een bouzoukilied bedwelmend als wilde
tijm tussen satijnen lakens
waar tong en taal zich verlustigen in
kobaltblauw kras ik mijn naam
in je zuilen, loop onder hoge
tempelbogen, luister naar het gefluister
van jaloerse goden
ik raak het noorden kwijt
in een labyrint van tijd
als de zon in het naakte avondrood
achter de cipressen haakt rust ik
op een hemelbed van schelpen
tot heimwee een bres in het denken slaat
en ik me bezeer aan de kiezels op je strand
opeens krijgt de lucht de kleur van gemis
smaakt water zout
ik ontwaak in een elegie van stof
door nacht omringd
terwijl de zee met vochtige lippen
haar eeuwige lied zingt
Viviane Burssens
|