|
Gedichten
- mei 2008
VANAF DE VUURTOREN
dit Ame land ontvangt mij
deze laatste dagen
met ruime stilte
schuimend nat
met zilte lucht en
droogstaand wad
en ik klim hoger en hoger
langs ’t witte, ’t rode,
het wit, het rood
tot aan de meeuw
die roerloos mij aanneemt
krijsend de weg wijst
naar extatische vluchten
of
een loodrechte dood
Frouke Arns
JE LIJKT NOG OP MIJN VADER
ik heb je als een kind gekend
je bent zo mooi en mooier nog
hier lig je dan, ik dek je toe
nu jouw gedachten slapen
ik voel jouw lippen en de kus
de indruk die je achterliet
je draagt je kreukelige pak
onder gesteven lakens
en bent zo mooi en mooier nog
ik heb je als een kind gekend
ik zie geen wezenlijk verschil
er klopt alleen iets niet.
A.T.Maatman-Douma
STADSCHRIFT
de wandelaar die zijn stappen vergeet
balancerend als een pantomimespeler
over de eigen schaduw treedt vindt
dagelijks zijn pad ontregeld door
een ordeloze stroom van tekens
onder hoge voltages waaien hanenpoten
over de panden van muren en garages
geladen maar zonder vermogen
onbegrepen boos verward gesloten
een revolutie in klad legt hinderlagen
tegenspraak verwikkeld in het tumult
van pleinen en straten
een stad onder het bewind van symbolen
slentert hortend in een kleurig geloof
wadende tocht van spaanse totems
witte kappen zwarte vegen
snel driftig neergeschreven
een hang om eeuwig in verzet
voort te blijven leven.
morgen worden ze weggespoten
maar ze zullen terugkomen
want steeds wordt dezelfde
hand overgenomen.
Pieter Sierdsma
|