|
Gedichten
- april 2008
FOSKE
Haar slungelige lichaam is een schreeuw
van pijn
ze lijkt een jongen, is er zichtbaar mee verlegen
schouders hoog,de botten steken puntig uit tegen
haar dunne huid, die bleek is en doorschijnend fijn
Laat niemand toe, soms pogen ze haar
te bewegen
om mee te gaan, ze drinkt dan gretig van de wijn
glipt schielijk weg voordat ze uitgegeten zijn
het kotsen blijft angstvallig voor de rest verzwegen
Dan spreekt ze over Bunk, de leider
van een band
een vlotte jongen, die ze al twee weken kent
met hem, denkt ze, sta ik wel weer op eigen benen
de dag daarop is ze zonder bericht
verdwenen
pas na een jaar duikt ze op achter in mijn krant
voorgoed verstopt, geborgen in een zwarte rand
Henk Staal
DE EENZAME SCHAATSER
Het glasharde ijs
draagt zonder klagen
gesmeed aan de ijzers
glijdt de schaatser diep gedoken
zijn brede streken kerven
witte runen in de ijshuid
eenzaam is hij op de stille vlakte
op wat trage vogels na
dan plots flitsen
witte schotsen onder hem
het zwarte ijs rondom
lijkt even water
enkele slagen later
denkt hij:
ach onzin, ijs is ijs.
Hans van den Heuvel
PROCES
het druppen van de kraan
heeft de klok doen roesten
minuten duurden langer
vielen uiteindelijk stil
water kan de tijd niet stoppen
slechts de maat valt weg
de duur van het verloop
telkens eenzelfde druppel
die op dezelfde plaats valt
holt de hardste steensoort uit
zo voed je op, zei vader
even zag ik weer zijn handen
verweerd, vol sproeten
en uiteindelijk zo stil
Riet van Ronkel
|