Gedichten - november 2007

De genomineerden voor de Nieuwgeinse Literatuurprijs 2007:

 

ankerplaats

de dag trekt krom van woorden
die zich stoten aan betekenis
ogen vol brakwater
want schemering onthult wat schrijnt

ik laat me inpalmen door Massenet
die de kamer vult
-frêle loopbrug naar geluk-
langzaam val ik samen met mezelf
een rivier in haar trage bedding die zich niet
spiegelt aan het stampen en dagen van de tijd

op de bodem spoelt fijn zand mijn
dromen in witgewassen water
dansende druppels op mijn huid
tranen uit het spaarbekken van mijn brein
vragen verdampen tot ijs
vloeibaar heden als tripelpunt

binnen verstilt de muziek
buiten kapseist de dag
lucht wordt zilt van zee
ik drijf in een zee van tijd

Viviane Burssens

 

Losprijs

op de derde dag
kocht de taal haar vrij
verstierven woorden
legde haar tong zich in haar keel
en verstopte

op de vierde dag
brak de deur

lange armen zijn er en
stemmen en zoenen
haperende voeten
ze vragen en praten en
bedenken waar haar
gedachten zouden zijn.

maar geen zin kan drijven
op die dagen. er is niets
dan voordat en nadien
en het verschil

Ingrid Kielen

Ik sla mijn hart tweevoudig
om het licht van de maan
als de zon al op is

ik draaf bezeten langs
de fijne dreven van het woord
als de dood nabij is

mijn hand te koud om
met een mes de ziel uit
het hart van de branding te snijden
de stilte uit het fluisteren
van de wind te stelen

mist vol eenvoudig dralen
in de palm van mijn lege hand

onsterfelijk dichtbij klauw ik
in het losse vel van mijn schrift
een droom ondersteboven

dat ik van hout ben op een legakker
in de luwte van de mooiste stem
’s avonds laat als de zon al weg is
en de dood nog witte veren draagt

Jan Kleefstra

Synesthesie

Je stem klinkt donkerblauw vandaag.
mijn maag trekt samen als ik
uit je koude handen drink.
Je smaakt naar meer,
citroenfrisliefste nevelsymfonie:

je kust trombones in mijn hoofd
en laat mijn zenuweinden staren
naar je onzelfzuchtig geurpalet,
je haar zo zacht en bang,
zo perzikdood,
zo kamervullend nat.

Ik geloof je als je zegt
dat samenzijn versmelten is.
Ik hoorvoelproefruikzie en ben

jou, mij, ons.
Wij zijn één:
inkt en onbeschreven blad.

Peter Knipmeyer

Hersenschimmen

als ik je verder zie kijken
sta je stil achter de rollator
laatjes slaan open en dicht

het ‘plastic’ stapelen gaat door
‘dat heeft met de oorlog te maken ‘
zuinigheid ligt in zuivel

verloren vingers
plukken ruimte om je lijf
het afvallen gaat sneller
dan Tafeltje - dek - je

alles ben je kwijt
een bril, ringen, de tijd
verdwenen in het zoeken van dingen
die er niet meer zijn of nooit waren

de koffie loopt meestal verkeerd
tussen filter en heden
lijkt de toekomst verdwenen

Willemien Mensinga

 

als een windvlaag

er komt een dag wit
als een windvlaag
dat de rivier ten einde raad
schuimend opstaat

druipend tussen krib
en rietkraag
waggelt op zeer
vloeibare voeten

wij horen de fazanthaan
in de ruigte van de griendwaard
onraad roepen
als de watertoren kantelt

de rivier zich omdraait
door de uitgewoonde bedding
vlucht naar bovenloop en bron
ons voorgoed de rug toe keert

jutters leuren op het veerpad
wrakhout van vermiste schepen
palingvissers peuren in zandgaten
roestige skeletten boven

wij moeten onze gekapseisde
jongensdromen ruimen
voor gestrande waterwoorden
een nieuwe taal uitvinden

Gerrit Pleiter

 

nargileh*

aan parelmoer dacht je
een lichaam van rozen
en nachtegalen, het sluike
haar een wuivende franje
aan een altaarkleed

wie zag ze toen ze omkeek:
een fluitspeler in een tuin
terwijl een waterpijp wordt
doorgegeven, een koningspalm
werpt de schaduw van een hand

weef dit beeld in woorden
van zijde en filigraan:
strooilicht, een wegzweven
dat bleef achter gesloten ogen

van parelmoer dacht je
een wezen van rozen
en nachtegalen, en jij
erdoofd aan een waterpijp

Staf de Wilde

 

Lokroep

Volg me.
Trek je dansschoenen maar aan.
Ik zal je op een prachtig
dwaalspoor brengen,
je lichtvoetig
wegwijs maken in een landschap
van kronkelgedachten en
schijnbewegingen,
samen met je afdalen in afgronden
van drogredenen,
steile wanden veroveren van
grenzeloze overdrijvingen,
je voeten wassen in een woordenstroom van klatergoud,
achter een braambos in vuur en vlam je
misleiden
(wel eerst je schoenen uittrekken!)
en op de top
in de wolken
mezelf overstijgen met verreikende
luchtbespiegelingen.
Schertsend fluister ik je de
meest banale woorden in, zoals
ik hou van jou,
ik blijf je eeuwig trouw.

Kom mee,
dat wordt
ongelooflijk lachen.

Johan Zonnenberg

 

* uigeroepen tot winnaar Lees hier