Over het creatief gebruik van vrije uren

Mijn interesse voor literatuur van zowel het Nederlandse als het Franse en Engelse taalgebied dateert van vele jaren terug en heeft een blijvende plaats ingenomen naast intensieve sportbeoefening (met name duurloop, marathon en elfstedentocht). Alleen is met het klimmen der jaren het trainingstempo naar evenredigheid gedaald. Daar staat tegenover dat een rustiger loopritme en het aangename gevoel buiten te zijn een geestverruimende werking hebben. Het is deze verruiming van de geest die de weg heeft gebaand voor een bescheiden poëtisch oeuvre. Het bleek mogelijk om op de cadans van mijn passen op het harde asfalt versregels te maken en deze, thuis gekomen, tot gedichten uit te werken. Op deze wijze konden twee vrijetijdsbestedingen gelijktijdig worden beoefend.

Het 'lichtvoetig' resultaat hiervan is o.a. terug te vinden in onderstaande gedichten:

Als ik omringd...

Als ik omringd door honderden atleten
Aan deze marathon begin,
Laat Dan de hele wereld weten,
Dat ik het niet doe voor het gewin.

Wanneer het startpistool zijn doffe knal laat klinken
En het loperslegioen 'en bloc' naar voren snelt,
Dan neem ik afstand van de topatleten
En volg tevree in het midden van het lopersveld.

Als dan na twintig eindeloze kilometers
Dit middenveld aan verre horizon verdwijnt,
Dan kniel ik neer en strik bedaard mijn veters
Tot achter mij een groepje kreupelaars verschijnt.

Mentaal gesterkt door het smartelijk beeld van deze zelfkastijding
Zet ik weer blij en welgemoed van zin
Met nieuwe kracht de achtervolging in
En loop weldra in het achterveld fier aan de leiding.

Als ik om ringd door het laatste drietal krukken
Geheel gesloopt en over tijd de finish haal,
Dan klaag ik niet en roep geen ordinaire taal,
Omdat het mij dit keer niet wilde lukken.

Want als ik op de terugweg naar het station
De trein naar huis van ver zie naderen aan de horizon,
Dan stroom ik vol met nieuwe levenskracht
En denk met vreugd aan het werk dat maandag op mij wacht.

 

 

Om lopend bij stil te staan

Het is wel gek, maar ik wed
Dat menig veteraan
Er lopend niet bij stil zal staan,
Dat elke stap die hij verzet
Leidt naar het eind van zijn bestaan.
Kortom, al loopt hij nog zo goed,
Hij loopt zijn einde tegemoet.

Maar zult u zeggen,
Gelden dan geen wetten
Voor mensen die geen stap verzetten
En kennelijk streven naar een eindeloos bestaan?
Stel u gerust: met lieden die niet willen gaan
Maakt 'Maagre Hein' doorgaans de kortste metten!

 

Gepubliceerde essays en kritische beschouwingen

- Gedoemde dichters (les poètes maudits); in jrg. 3 van 'Opspraak', winter 1997
Een studie over een opmerkelijk poëtisch genre in de Franse literatuur

- Het vertalen van gedichten; in jrg. 2 van 'Opspraak' (Voorjaar 1996)
Een verhandeling over de problematiek van het vertalen van poëzie.

- Toon Hermans en 'Af en toe een beetje sterven';
Een kritische benadering van Hermans' dichtkunst; in jrg. 4 van 'Opspraak', zomer l998;

- Het thema van de dood in de literatuur; in jrg. 5 van 'Opspraak', voorjaar 1999;
Een benadering van dit thema vanuit de psychiatrie.

- De predikantspoëzie van de 19e eeuw; in jrg. 5 van 'Opspraak', zomer 1999
een beschouwing over de clichéachtige dichtkunst van dominees.

- De droom als inspiratiebron bij de generatie Achterberg; in jrg. 5 van 'Opspraak', najaar l999.

Enkele verhalen

- De kat die een list bedacht; in jrg. 4 van 'Opspraak', februari 1998.

- De overpeinzingen en frustraties van een niet-professionele behanger;
gepubliceerd in 'Opspraak' jrg 3, winter l997.