|
Iris Creutzburg

Wij samen
Samen zijn
Jij daar en ik
Hier
Een oceaan
Vol emoties
Tussen ons in
Haat en liefde
Strijdend
Naast elkaar
Verlangend om
Onbevangen in
Elkaar te kruipen
Angst grijpt
Om ons heen
Wurgend haast
De afstand wordt
Steeds groter
Ondoorzichtiger
Pijn wordt
Ondraaglijk
Verlossend
Tranen
Jij en ik
Wij samen.
Onschuld vermoord
Nog maar een onschuldig kind
Ongeschonden en mooi, totdat
het plotseling werd betast
Niet begrijpende waarom
Zijn bewegende handen, omlaag
De keel bijna samengesnoerd
Het lichaam slap en verlamd
Weggestuurd met
Zwijggeld in de hand
Onwezenlijk en vies
Niet begrijpende waarom
Onschuld vermoord
Ontkende het alles, wetende
Dat het niet wordt gehoord
2 november 2004 (Theo van Gogh)
Laffe moord op het vrije woord
Een mens zijn leven ontnomen
Radeloos, verbijsterd, ongelovig zwijgen
Dan een waanzinnig luid geschreeuw
Afschuw, ontzetting, geschoktheid
Maar vooral angst en verontwaardiging
Dat iemand uit radicale overtuiging
Uit blinde woede zinloos vermoordt
Theo van Gogh, een man met
Een grote bek en een klein hart
Lelijk, miskend visionair
Raillerend, provocerend,
Bloed- onder- je- nagels halend
Kunstenaar en filmer tegelijk
Theo van Gogh,
Evangelist van het vrije woord
Is vandaag op laffe wijze vermoord
Vergetelheid (dood van mijn vader)
angst van de ziel
handlanger van de dood
woekerende cellen
zijn longen
hij vocht
en vocht
en verloor
en wij
wij hadden geen woorden
om angst te overstijgen
hij zei
huil niet om mij
ik ben hoop
voorbij
woede en verdriet
alleen dood
kan mij verlossen
van helse pijn
ik ben moe
doodmoe
laat mij rusten
geef mij
de dood
daarna
vergetelheid
IRIS 10 maart 2003
Dood en leven
Holle gebarsten ogen staren me aan
onherkenbaar wezen, mijn spiegelbeeld
Zweet gutst langs mijn slapen
Koorts trekt me naar duizelende diepten
De kamer wordt almaar vager, grijs
Oog in oog met de dood
Tergend langzaam, de tijd
Leer ik nederig te zijn, onbewust
Van het leven dat me ongemerkt
Aanraakt en zachtjes omhelst.
Angst
Steeds uiteengerukt in mijn onbestendig leven
Kan ik niet hechten aan liefde en geluk
Soms momenten, die mij onaangedane stilte geven
Als eeuwig stilstaand water waaraan de wind rukt
Ik kan mijn angst niet aan mezelf verbergen
Met gekruiste benen, gebeden ongehinderd op reis
Bezongen door wierook, die de hemel tergen
Oh God, ongeduldig blijf ik wachten tot elke prijs
Flitsende seconden, woorden rijgen zich aaneen
Onbedwingbaar, heersend hangen zo boven mij
Rukken mij heen en weer, scheuren uiteen
Felbegeerd verlangen gevangen tot razernij
Storm, die van geen inkeer weet, wordt stil
en stijf
Uitgeput, nog nasmeulende, lig ik op mijn zij
Ik voel de warmte in ‘t kuiltje in jouw lijf
Buiten het zachte bladergeruis; ’t is voorbij
’t Uitgestelde afscheid
als ik naast jou neervlij
in verzadigdheid, kaarslicht en wijn
alles zal ik vergeten aan jouw zij
dan dit enige: dicht bij jou zijn
onze liefde kent geen afstand en geen beperkingen
kent geen vaagheid en onduidelijkheid
er is slechts de drang naar het bezingen
van zuiver begeren tot in eeuwigheid
oh, hoe kan ik mijn hart doen geloven
- hart dat gewend is aan verdriet en pijn –
van het moment dat ’t licht zal doven
het uiteen spatten van ons samenzijn
de kou voelt als een tang om mijn keel
gelijk de dood sluipt ’t uitgestelde afscheid
de schaduwen worden langer, vager en geel
het opkomende zonlicht dat mij verleidt
Mandi I
En ik zocht je als
Antwoord op al mijn vragen
Een halve wereldrond van je
Verwijderd
Een half mensenleven van je
Vandaan
Draag ik nu mijn vaders naam
Op zoek naar jou, die
Ik moest verlaten
Ik kijk naar je als door een
Ondoorgrondelijke waas
Mijn jeugd, mijn onbevangenheid
Ligt hier bij jou
Verloren
Bevuild
Onherkenbaar haast
Maar oh zo dierbaar
Mandi II
Je staart me aan
Onbevreesd en onbeschaamd
Naakt sta je voor me
Zo breekbaar in je rotsvastigheid
Er komt een barst in de littekens
Die mijn pijn bedekken
De tijd staat stil
Mijn jeugd is toch al zo lang voorbij
Waarom voel ik dan die weerbarstige
Tranen
Mandi III
Staan-de voor jou
Vol verwarde en geheime trillingen
Een spanningsvol moment van
Vurig gehoopte stilte
Dat voorbij vliegt
Ongrijpbaar
Voel ik een dodelijk verlangen
Om te weten
Een geluidloos geschreeuw
Barst los
Borrelt omhoog
Onstuitbaar
Ik zie niets meer
Mijn hart loopt vol
Mijn ogen leeg
|