| Nieuwegeinse Literatuurprijs 2004 INLEIDING De Nieuwegeinse Literatuurprijs is
in 1999 in het leven geroepen als opvolger van de OpSpraak Poëzieprijs,
een initiatief van Stichting BeeldSpraak en genoemd naar het literaire
tijdschrift van de stichting. WERKWIJZE VAN DE JURY De jury’s bestaat uit ‘deskundigen’
uit de kring in en rond de Stichting BeeldSpraak en het literaire tijdschrift
OpSpraak. De jury is verdeeld in een vakjury poëzie en een vakjury
proza, die onafhankelijk van elkaar de betreffende categorieën beoordelen
en daaruit tot een zelfstandig oordeel komen. JURYRAPPORT POËZIE Volledige tekst van het juryrapport: De jury voor Poëzie van de Nieuwegeinse Literatuur Prijs zag zich voor de taak gesteld 268 gedichten te beoordelen. Voorwaar geen sinecure. Het aantal inzendingen overtrof dat van andere jaren in ruime mate, mede door de uitgekiende publiciteitscampagne van de Stichting Beeldspraak. Het blijkt dat er in Nederland steeds meer dichters en dichteressen komen, die doorwrocht werk kunnen afleveren. Dat verlevendigde de taak van de juryleden aanzienlijk, immers het gebodene was van hogere kwaliteit dan andere jaren. Verheugend was dat ook veel jeugdige poëten de schroom hadden overwonnen en vaak met verfrissende gedichten over het voetlicht traden. De thematiek van een groot gedeelte van de aangeleverde
verzen betrof - hoe kan het ook anders - de liefde. Deze werd in alle
toonaarden bezongen. Andere geliefde onderwerpen waren de zee, verdriet,
overgave, angst en verlies. Slechts een enkeling durfde een licht absurd
vers in te leveren of een geëngageerd gedicht dan wel een vanuit
de klank gecomponeerd verdichtsel in te leveren.
Opvallend en verheugend was dat twee van de genomineerden uit Vlaanderen afkomstig zijn. Deze gedichten werden gepubliceerd in een extra nummer van het literaire blad Opspraak uitgegeven ter gelegenheid van het Taal Muzikaal-festival. De jury complimenteert alle vijf genomineerden met de hoge kwaliteit van hun poëzie. Uiteindelijk besloot de jury De Nieuwegeinse Literatuur Prijs voor Poëzie toe te kennen aan RITA VAN HAUWERMEIREN uit Wichelen in België met haar gedicht BREUKLIJN. In dit gedicht weet de dichteres trefzeker, maar ook op geheel eigen wijze het teloor gaan van een relatie te schetsen. De beelden die ze gebruikt zijn simpel maar in hun eenvoud juist zeer trefzeker. De aarde, het water, een beekje het riet worden als vanzelfsprekend ingevoegd om onzichtbaar spanning op te voeren. Ze vindt plotseling het woord ‘zwijgwater’ uit, hetgeen in de context van dit vers een trouvaille is. En ze glijdt nimmer uit door sentimentele beeldspraken te gebruiken. Wij feliciteren Rita Van Hauwermeiren met dit originele en vooral ook ingetogen ontroerende gedicht. Tevens spreken we de hoop uit dat haar boeiende werk en gedegen vakmanschap door het behalen van deze prijs ontsloten zullen worden voor een groter publiek. De poëziejury bestaat uit:
JURYRAPPORT PROZA 105 inzendingen: een enorme toevloed, een absoluut record in de geschiedenis van de Nieuwegeinse Literatuurprijs. Voor de juryleden was het een voorrecht om al die bijzondere verhalen te mogen lezen en beoordelen. Er kan natuurlijk maar één winnaar zijn, maar wij hechten eraan toch iets te vertellen over de wijze waarop we aan die ene winnaar zijn gekomen. Jureren is natuurlijk enigszins arbitrair. Niet dat juryleden willekeurig een winnaar aanwijzen. Nee, ieder voor zich probeert een systematiek aan te brengen, criteria te benoemen, een meetlat uit te vinden, een peilstok te snijden waaraan hij het literaire gehalte van een verhaal kan aflezen. De arbitraire zit in het feit dat ieder voor zich gehecht is aan zijn eigen meetlat of peilstok. En als je al die meetlatten en peilstokken en wat dies meer zei naast elkaar legt, valt direct op hoe verschillend ze zijn. De een is wat korter, de ander wat langer, de een wat buigzamer dan de ander, enzovoort. Zo gezegd kan het een wonder heten dat we, met al dat verschillend maatgevoel, toch tot een unanieme winnaar zijn gekomen. Maar dat is minder wonderbaarlijk dan het lijkt. Jureren is namelijk ook een soort schatgraven. Elk jurylid is op zoek naar die ene schat, is op zoek naar goud, en iedereen weet hoe goud eruit ziet, kent het belang en de zwaarte ervan. 105 schrijvers en schrijfster uit Nederland en België hebben ons meegenomen op een persoonlijke reis door hun eigen kleine, en soms zeer grote universum. Ze hebben ons meegenomen op een reis door hun eigen belevingswereld. Ze hebben ons iets van zichzelf willen tonen, willen laten voelen, willen laten beleven. Dat is op zich al een daad die respect afdwingt, en die de inzender sowieso onderscheidt van de niet-inzender. Wij willen u graag een impressie geven van de reizen die we hebben mogen maken. Verschillende reizen gingen naar verzorgingstehuizen, bejaardenwoningen en gehandicapteninternaten, alwaar de protagonisten ons niet altijd even makkelijk meer herkenden. Ook hebben we bij een toekomstig moordenaar in de kast zitten wachten tot het slachtoffer zou arriveren, hebben we kennis gemaakt met een vrouw met een cijferfobie en heeft een psychiater ons verklapt hoe hij op lugubere wijze zijn onkosten- en overwerkvergoeding opschroeft. We zijn met de IJ-pont naar Amerika gevaren, we hebben 8 dagen lang getracht het blauwe topje van een bic-ballpoint uit de neus te los te peuteren, we hebben in de duinen overspel gepleegd, we hebben onze geliefde bespioneerd via ‘spyware’, we hebben meegekletst met iemand die dacht ons uit een vorig leven te kennen, we zijn virtueel in gesprek geraakt met Hamlet, hebben een gezellig avondje bij de Nederlandse Vereniging voor Euthanasie bijgewoond, we hebben zwervers getrakteerd op rattengif, hebben we ons eigen gezin uitgemoord voordat we onszelf te pletter reden, hebben we onze maagdelijkheid verloren, zijn we belaagd door een man met revolver die klaarkomt op de angstogen van jonge vrouwen. Verder zijn er kinderen in de kar van de ijscoman verdwenen, zijn we ten prooi gevallen aan een grote zwarte vogel, en weten we nu wat het is om een lijk in ontbinding te zijn. Voorts hebben wij door de telescoop de Duivelsster bewonderd, zijn we naar Uranus en Pluto gevlogen en veilig in Canada geland, in de doopvond van een Baptistenkerkje aldaar, hebben wij kennis gemaakt met het fenomeen 'mentaal verzuim' en met zelfmoord als de ultieme vorm van zelfbevrediging. Dit was een kleine schets van wat ons allemaal overkomen is. Wij zijn allen kopje onder gegaan in een zee van indrukken, edoch gelouterd herrezen! Uit de 105 inzendingen hebben wij een shortlist gedestilleerd van 30 verhalen, die door één of meerdere juryleden waren verkozen boven de rest. Uit deze 30 vielen er 18 af die slechts door één jurylid waren als kandidaat naar voren waren geschoven. Uiteindelijk hielden wij 4 verhalen over die door minimaal 3 van de 5 juryleden als favoriet waren bestempeld. Deze 4 genomineerden zijn aldus:
Alle 4 de verhalen herbergen bepaalde kwaliteiten. Bij de een is dit bijvoorbeeld het taalgebruik, bij de ander de onvoorspelbaarheid van het plot. In Thuiskomst volgen wij de zoon die na jaren terugkeert bij zijn ouders in Egypte. Zal hij verstoten worden of niet? In De Hand Van God helpt de dochter die twintig jaar lang gebrouilleerd was met hem, haar oude vader de trap af. Gaat dat goed, of gaat dat niet goed? In Koude Douche snelt de vader juist de trap op, na door dochterlief op een kopje thee te zijn getrakteerd, en in Alleen worden wij geconfronteerd met de zieleroerselen van een verliefde caissière. Kortom, u begrijpt: wij zaten een appel met een peer, een citroen en een kokosnoot te vergelijken. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat op alle vier de verhalen natuurlijk wel iets viel af de dingen. Er is echter één verhaal waar niemand
fundamentele bezwaren tegen in kon brengen en dit verhaal is dan ook unaniem
gekozen tot winnaar van de Nieuwegeinse Literatuur Prijs. Het winnende
verhaal kenmerkt zich door een klein, simpel plot dat zich eigenlijk al
snel en onafwendbaar openbaart. De grote kracht van het verhaal zit niet
zozeer in het taalgebruik, wat je misschien oneerbiedig gewoon en alledaags
zou kunnen noemen. Nee, de grote kracht van het winnende verhaal zit ongetwijfeld
in de spanningsopbouw. De korte dialoogjes, de kleine, maar verontrustende
observaties, en de gevoelswereld van de ikpersoon waarmee men zich snel
identificeert geven dit ogenschijnlijk simpele verhaal een enorme lading.
Als lezer vermoed je een verhaal onder het verhaal, een verhaal dat je
ook wilt weten maar waar je slechts naar kan gissen. Het winnende verhaal
is een verhaal dat je als lezer om meer doet vragen, en toch, tegelijkertijd
liever niet, omdat het je beangstigt, beklemt. De prozajury bestaat uit:
Nieuwegein, 21 november 2004 Stichting BeeldSpraak
ABN AMRO BANK 56.84.02.170 t.n.v. Stichting BeeldSpraak, Nieuwegein |