|
JURYRAPPORT

De winnaars: Thom Schrijer (poëzie)
en Ep Meijer (proza)
De Nieuwegeinse Literatuurprijs is in 1999
in het leven geroepen als opvolger van de OpSpraak Poëzieprijs,
een initiatief van Stichting BeeldSpraak en genoemd naar het literaire
tijdschrift van de stichting.
Het doel van de prijsvraag is het stimuleren
van zowel schrijven als lezen. Vandaar dat bij het omdopen van de
prijs vanaf het jaar 2000 niet alleen een prijs voor het beste gedicht
wordt uitgereikt, maar ook die voor het beste verhaal.
Vanuit Nederland en België zijn dit jaar
124 gedichten en 45 verhalen ingezonden. De jury
bestaat uit Johan Jongstra (voorzitter), Jet van Swieten, Ben Brinkmann,
Ruben van Gogh, Jack Koehorst en Karel Wasch.
Het gehalte van het ingezonden werk was zeer
gevarieerd van "uiterst knullig", via "ranzig"
tot en met "schitterend", "boeiend", "treffend"
en "briljant". Kortom de jury heeft vrijwel geen enkel
superlatief achterwege gelaten.
Na lang wikken en wegen zijn uiteindelijk zeven
gedichten en zes verhalen genomineerd. Opmerkelijk genoeg bevonden
zich bij de nominaties vier verhalen van twee auteurs. Dat betekent
dat deze scribenten elk met maar liefst twee inzendingen bij de
eerste zes belandden. Het gaat om KARIEN VAN NIEUWSTADT en om EP
MEIJER. In de categorie PROZA nomineerde de jury verder nog: ROB
BOUDESTEIN en ALBERT VAN DEN AKKER.
Ook in de categorie POËZIE weten twee
deelnemers elke twee nominaties in de wacht te slepen. Het gaat
hier om: TOM MOOIJMAN en MARK VAN DER SCHAAF. Ook genomineerd in
deze categorie zijn: MARGREET SPOELSTRA, LOUISE BROEKHUYSEN en THOM
SCHRIJER.
Voor de winnaars waren er bloemen, een boekenbon
van fl 100, opname in het literaire tijdfschrift OpSpraak en een
zoen van de juffrouw.
CATEGORIE POËZIE
De zevende prijs in de categorie poëzie
gaat naar Tom Mooijman met "Vijgen". Dit gedicht is door
2 juryleden genomineerd. Eén van de juryleden noemde het
een "schitterende weergave van een cultuur; past in het thema
van de Boekenweek: Het land van herkomst".
De zesde prijs gaat naar Mark van der Schaaf
voor "Nordica". Dit gedicht is ook door 2 juryleden genomineerd.
Origineel gedicht met een enorme zeggingskracht.
De vijfde prijs gaat naar Louise Broekhuysen
voor het gedicht "Accoord". Ook door 2 juryleden genomineerd.
Een vanzelfsprekend eigen stemgeluid. De verwondering die er aan
ten grondslag ligt blijft verwondering, zonder onnodig moeilijk
te doen, maar ook zonder een verklaring te geven.
De vierde prijs is voor Mark van der Schaaf
met "Kaalslag". Eveneens door 2 juryleden genomineerd.
Wederom een origineel gedicht waarin de dichter andermaal overtuigt
door zijn taalgebruik.
De derde prijs is voor Margreet Spoelstra met
"Wat te veel is". Opnieuw door twee 2 juryleden genomineerd.
Eén der juryleden schreef: "Een krachtig gedicht waarin
ieder woord voor zich spreekt."
De tweede prijs voor het door drie juryleden
genomineerde gedicht "Im Finsterwirt" van Tom Mooijman.
"Een prachtig klassiek, sfeertekenend sonnet," zo meent
de jury.
De NIEUWEGEINSE LITERATUURPRIJS 2001 in de
categorie POËZIE is voor THOM SCHRIJER met "KETEN".
Dit gedicht is door vier juryleden genomineerd. Nergens trapt hij
in de valkuilen die bij de cliché's van eb en vloed, zee
en dergelijke beelden, zo dikwijls op de loer liggen. Of hoogstens
rakelings dan, en dan is het goed. Maar het blijft gevaarlijk bij
gedichten die op dergelijke wijze zo op haast algemene 'landschappelijke'
kenmerken leunen. Altijd prangt die vraag: Hebben de woorden het
beeld opgeroepen, of zat het beeld er al en wachtte het op deze
woorden, of een reportage op tv, of een gesprek bij een kampvuur.
Met andere woorden, is het een knap gemaakt aquarel, of wordt er
iets abstracts gesuggereerd. Altijd liever een goed aquarel dan
een belabberd suggererend abstract - wat al snel geslaagd lijkt.
(*)

De poëzieprijs is uitgereikt door een van
de vice-voorzitters van de jury: Ruben van Gogh.
CATEGORIE PROZA
De zesde prijs gaat naar Ep Meijer voor het
verhaal "Haar". Dit verhaal is genomineerd door 1 jurylid.
Een citaat van dit jurylid: "Een goed geschreven verhaal van
iemand die duidelijk het metier beheerst".
De vijfde prijs is voor Albert van den Akker
met "Liefde in de lucht". Ook door 1 jurylid hoog genomineerd.
Dit jurylid oordeelt: "Dit verhaal is in klare taal geschreven
met een gebeeldhouwde zeggingskracht".
Karien van Nieuwstadt krijgt de vierde prijs
voor "Bloemig", door 1 jurylid genomineerd. De verhalen
van Van Nieuwstadt kenmerken zich door de bijna spirituele poëtische
verteltrant en de ongewone romantische thematiek die deze stijljuweeltjes
tot een beleving maken.
De derde prijs is voor Rob Boudestein met het
verhaal "De advocate". Door twee juryleden genomineerd
om de volgende reden: "Rond dit verhaal hangt een sfeer van
geheimzinnigheid, tot het laatste knap volgehouden. De lezer weet
niet wat er gaat gebeuren en wordt in kort bestek zelfs op het verkeerde
been gezet."
De tweede prijs is voor Karien van Nieuwstadt
met "Bij hoog en bij laag". Door 2 juryleden genomineerd.
De auteur ontpopt zich door middel van dit verhaal als een origineel
en autonoom schrijfster. Op de een of andere manier lijkt nauwelijks
een verhaal te worden verteld in de klassieke afgeronde betekenis
van het woord, maar waarbij je door de schrijfstijl genadeloos blijft
geboeid.
De NIEUWEGEINSE LITERATUURPRIJS 2001 in de
categorie PROZA gaat naar EP MEIJER met "STRANDBLOEMPJE".
Dit verhaal is door drie juryleden hoog genomineerd en won met voorsprong.
In dit tedere verhaal over een ontluikend meisje dat op het strand
een ontmoeting heeft met een jongen, wordt volgens de jury op knappe
manier geschetst hoe een eerste verliefdheid zich kan voltrekken
in het gevoelsleven van een jong meisje. Knap vindt de jury de manier
waarop Meijer zich heeft ingeleefd in de gevoelens van het jonge
wezen. Nog knapper is zijn taalbeheersing en de trefzekerheid waarmee
hij de lezer naar het eind van dit gave stuk proza loodst.(*)

De prozaprijs is uitgereikt door een van de
vice-voorzitters van de jury: KAREL WASCH.
DE PUBLIEKSPRIJS
Het publiek koos op 14 maart 2001 met overtuigende
meerderheid voor het verhaal HAAR van EP MEIJER. Op de tweede plaats
eindigde het verhaal LIEFDE IN DE LUCHT van ALBERT VAN DEN AKKER
en op de derde plaats het gedicht VIJGEN van TOM MOOIJMAN.
De PUBLIEKSPRIJS werd uitgereikt door de Nieuwegeinse
wethouder voor o.a. Cultuur: MARGREET STEENHUISEN.
NIEUWEGEIN, 14 maart 2001
(*) De twee door de jury verkozen werkstukken
zijn gepubliceerd in OpSpraak 16 Zie
hier
|