OpSpraak Poëzieprijs 1999

Juryrapport

Nieuwegein, 10 maart 1999

Uit Nederland, België, de Nederlandse Antillen en de Verenigde Staten kwamen 171 gedichten binnen om mee te dingen naar de OpSpraak Poëzieprijs 1999.

De jury heeft het werk in twee fasen tegen het licht gehouden. In de eerste fase selecteerde elk jurylid individueel zijn favorieten. Hieruit ontstond een ‘shortlist’, waarover tijdens een jurybijeenkomst in februari werd gediscussieerd. Deze tweede zeef leverde zes nominaties op. De jury vond de rest van de gedichten ondermaats, of - in ieder geval - onvoldoende om verder mee te dingen naar de prijs.

De nominaties

Veel dichters pakken weer oude dichtvormen op. Een mooie poging hiertoe is het gedicht ‘Serenade’ van Menno van der Beek. De jury herkent in het gedicht de rust en het vakmanschap die voor het schrijven van poëzie onontbeerlijk zijn.

Het gedicht ‘Spaanse huisjes’ van Gerard Beentjes blinkt uit door een gebrek aan overbodige woorden. Klare, heldere beelden flitsen over het netvlies; kale taal in volle schoonheid. Het is dus toch mogelijk om via een gedicht een beeld op te roepen van een plaats, een foto, of zoals in dit gedicht: het Spaanse land.

Hoewel veel lange gedichten lijken te bezwijken onder hun inhoud, zijn er uitzonderingen. Het gedicht ‘Perpetuum mobile’ van Monique Goderie houdt de aandacht van de lezer vast. En wie in een gedicht de duinen kan laten wuiven, alsof je er zelf bij bent, verdient volgens de jury zeker een nominatie

Zeer poëtisch is het gedicht ‘Gezicht’ van Janneke Gorter. In wonderschone beeldspraak, die nooit barok dreigt te worden, weet zij een indruk neer te zetten. Deze blijft in je gedachten naijlen. Het lezen en herlezen meer dan waard, al is het alleen al om sommige zinnen die je, door hun ritme, automatisch het gedicht laten beleven.

Tussen de gedichten, waarvan er nogal wat neigen naar de overtreffende trap van emotioneel, is het gedicht ‘De goudvis’ van Cornelis Putemmer een welkome afwisseling. Als enige wist hij een soort humor in zijn gedicht te leggen, waaraan het in de Nederlandse poëzie nogal eens ontbreekt.

Lilly Touwen koos voor een oudere dichtvorm. Het gedicht ‘November’ blinkt uit door de rust van een individu dat zichzelf terugvindt in stille woorden over tijd en natuur. Een altijd dankbaar maar moeilijk onderwerp waar velen zich in verslikken. In dit gedicht is dat allesbehalve het geval.

De winnaar

In de laatste en definitieve fase werden de zes nominaties naast elkaar gelegd. ‘De goudvis’ schoot duidelijk tekort om een winnaar te kunnen worden. De enige verdienste van dit gedicht is dat het leuk is. ‘November’ is mooi, maar toch te ‘gewoon’. Datzelfde geldt ook voor ´Serenade’. ‘Spaanse huisjes’ schildert ons een prachtig beeld, maar mist dat ene beeld dat de vonk had kunnen doen overslaan. ‘Perpetuum mobile’ blijkt na herlezing toch te traditioneel.

Unaniem kwam de jury tot de conclusie dat ‘Gezicht’ van Janneke Gorter ondubbelzinnig de winnaar is. Het is namelijk het enige gedicht dat herlezing overleeft. Zelfs bij de tweede en de derde keer lezen blijft het beeld van de glazen beeltenis in het ijs verrassen. Dit gedicht zal overleven en leert ons dat er in de dichteres nog veel meer verborgen zit.

De prijs

Voor de winnaar had een gulle gever een 'toon' ter beschiking gesteld, een ingelijst, ingekleurd beeld uit een tekenfilm. Onze onvolprezen boekhandelaar deed hier een boekenbon van fl 100 bij.

De Jury

Johan Jongstra (voorzitter), Frans de Birk, Ben Brinkman, Ed van Eeden, Jack Koehorst en Hein Walter